Mark Bulk, boomkweker met een uitzonderlijk groot sortiment houtige gewassen

Mijn naam is Mark Bulk, ik ben 56 jaar en boomkweker in Boskoop. Ik heb de Chr. Lagere Tuinbouwschool gedaan en een jaar de Middelbare Tuinbouwschool, beiden in Boskoop. De liefde voor het groen is mij bijna letterlijk met de paplepel ingegoten. Mijn vader was boomkweker en had een voorliefde voor minder bekende planten.

Mark in de kwekerij.
Foto: Anne Bulk-Brylla

Die liefde heeft zich later verder ontwikkeld door de plekken waar ik heb gewerkt en de mensen die ik heb ontmoet. Zo heb ik in 1987 een half jaar in Schotland op de Rhododendron kwekerij van de familie Cox gewerkt. De toenmalige eigenaar Peter Cox (dit jaar overleden) heeft mij echt geïnspireerd door zijn onmetelijke kennis op het gebied van Rododendrons, maar ook van andere planten. Hij nam mij mee naar een tweede tuin van hem aan de westkust van Schotland (Baravalla) waar hij samen met zijn vriend Peter Hutchinson de meest zeldzame Rododendrons tussen de bomen plantte. Ik vond dat zo’n belevenis, dat ben ik nooit meer vergeten. Tevens heb ik veel ervaring opgedaan bij diverse Boskoopse kwekers. Maar mijn vader en moeder zijn misschien wel de belangrijkste inspirators geweest, omdat ook zij door hun interesse en werk vaak plantenvrienden op bezoek kregen en wij (mijn zus, broer en ik) op vakantie altijd wel een paar tuinen aandeden, voornamelijk in Engeland. Hoewel ik van planten in het algemeen houd, hebben houtige gewassen wel een speciaal plekje in mijn hart en vormen botanische Rododendrons een soort rode draad in mijn leven.

Door de planten heb ik mijn vrouw Anne leren kennen (zij is ook een echte plantenfanaat) en in 2016 is onze zoon Floris geboren. Dus de keuze voor het plantenvak heeft me heel veel gegeven. Door de drukke werkzaamheden en het familieleven gebeurt het minder vaak dan ik zou willen, maar als ik de mogelijkheid heb dan duik ik een botanische tuin in, bezoek binnen- en buitenlandse plantenvrienden of verlies mezelf in de boeken van onder andere Roy Lancaster over bijvoorbeeld ‘Planthunting in China’.

En planten blijven me verbazen. Eén van de opmerkelijke dingen van vorig jaar was dat onze Meliosma veitchiorum eindelijk heeft gebloeid en zaad heeft gezet. Dat was voor ons een opmerkelijk en gelukzalig momentje. Ook ben ik ooit uitgenodigd door een vriend die bij de botanische tuin van Shanghai werkte, om naar China te komen. Hij nam mij onder andere mee naar de Boeddhistische heilige berg Emei Shan in de provincie Sichuan. Deze berg staat binnen de plantenwereld bekend om zijn enorme plantenrijkdom. Niet ver van de top stond er een standje langs het pad waar ze thee verkochten. We zetelden ons op een bankje met uitzicht over de vallei onder ons te midden van honderden bijzondere soorten planten. Dat was een bijzonder glorierijk moment, dat ik nooit ben vergeten.

Ik vind het belangrijk om plantenkennis door te geven en te koesteren, maar zelf ben ik eerder introvert en treed dus niet zo gauw naar buiten. Alsnog deel ik graag en wil ik laten zien hoe mooi en interessant planten zijn. Wij hebben ca. 2000 verschillende planten op de kwekerij. Om een idee te geven van wat wij doen, kan iedereen meer informatie en onze sortimentslijst voor particulieren en voor de groothandel op de website kwekerijbulk.nl vinden.

We zijn sinds een aantal jaren bezig veenvrij te kweken. Ook gebruiken we geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest meer. Dat is soms een behoorlijke uitdaging voor het plantensortiment dat wij kweken maar we vinden het dusdanig belangrijk dat we hier zeker mee door zullen gaan.

Aucuba japonica ‘Leucocarpa’
Foto: Mark Bulk
Azara serrata
Foto: Mark Bulk
Cornus florida subsp. urbiniana
Foto: Mark Bulk
Indigofera amblyantha
Foto: Mark Bulk
Meliosma veitchiorum bloei
Foto: Mark Bulk
Meliosma veitchiorum vrucht
Foto: Mark Bulk

Enkele bijzondere bomen in de bosweiden van Zweden

Zweden staat niet bekend om zijn grote collectie monumentale bomen, eerder om zijn eindeloze naaldbossen. Toch zijn er ook in Zweden landschappen die sterk doen denken aan Engeland en Midden-Europa waar veel monumentale bomen staan: licht golvend, relatief open landschap met hier en daar een meer.

In Zweden is er in de nabijheid van de meren in Zuid-Zweden veel moois te zien; concreet tussen het Vätternmeer en het Vänermeer. Dit zijn heel grote meren tot honderd kilometer lang en zo groot als onze vroegere Zuiderzee. Tussen deze meren liggen grootschalige agrarische landschappen en bossen. Juist langs de meren komen heel grote landgoederen voor met enorme schuren en landhuisachtige boerderijen. Lang voor de uitvinding van kunstmest waren de bodems hier zo vruchtbaar dat de boeren goed verdienden; het waren en zijn gemengde bedrijven. Langs de begeleidende lanen en in prachtige bos- of boomweiden staan kapitale bomen van vele lokale soorten. Dit artikel belicht er enkele.

De Zwarte els van Hjo
Foto: Huib Sneep

De Zwarte els van Hjo
60 km boven Jönköping ligt aan het Vätternmeer het dorpje Hjo, op de plaats waar een lokale beek het meer in stroomt. Het is een prachtig meanderende beek waar grote Zwarte elzen de oevers vasthouden. Waar het beekje in de heuvel snijdt, staan imposante Zomereiken. Maar de mooiste boom staat vlakbij het meer waar de hoofdweg de beek kruist. Pal naast de beek staat een Zwarte els met een stamomvang op 130 cm hoog van meer dan 650 centimeter. Sinds 1966 staat hij in het Guinness book of records als de grootste Els van Zweden, toen had hij een stamomtrek van 547 centimeter. In 59 jaar is de boom ruim honderd centimeter gegroeid. Ervanuit gaande dat de boom de eerste 100 jaar sneller gegroeid is, moet hij inmiddels meer dan 400 jaar oud zijn. De hoogte is ongeveer 22 meter. De kroondoorsnede is nu kleiner dan toen het boombordje in 1966 werd geplaatst omdat zo’n tien jaar geleden de kroon rondom ingenomen is; toen heeft men een verankering tussen enkele kroondelen aangebracht om uit elkaar scheuren te voorkomen.

Het is een meerstammige boom en vanaf de overkant van de beek gezien, lijkt het of de twee stammen niet echt met elkaar vergroeid zijn. In het heldere water van de beek zijn de wortels onder water zichtbaar. Hij staat op de optimale plaats voor deze soort: stromend zuurstofrijk water is permanent beschikbaar en als de waterstand soms hoog komt, kan hij daar prima tegen. De Zweedse naam voor Zwarte els is Klibbal.

Boombordje bij de Zwarte els
Foto: Huib Sneep

Enkele naaldboomkampioenen op Almnäs Gärd
Zeven kilometer ten zuiden van Hjo ligt aan de oude kustweg het landgoed Almnäs Gärd.

Het Zweedse woord ‘gärd’ betekent ‘boomweide’, verwant aan ons woord ‘boomgaard’.

In het Engels wordt dit type beplanting door de Zweedse expert van veterane bomen Vikki Bengtson ‘wooded pastures or wood pastures’ genoemd. De onderlinge plantafstand is zodanig dat de bomen een min of meer solitair uiterlijk hebben. De bodem is compleet begroeid met gras en stinsenplanten. Onder de bomen grazen meestal koeien in een lage veedichtheid.

Het landschap op landgoed Almnäs
Foto: Huib Sneep

Het eerste wat bij aankomst op het landgoed opvalt, is een enorme schuur in de streekkleur ossenbloed. Daarna passeer je een schaftruimte met de zuilen van een Griekse tempel, waarna een huis zo groot als een paleis opdoemt met een prachtig uitzicht op het Vätternmeer.

We komen voor de bosweide die rechts naast het huis ligt en duidelijk onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing van het ensemble. Volgens de site Monumental trees staan hier enkele heel grote naaldbomen in een boomweide: Reuzenzilverspar, Gewone zilverspar, Douglasspar, Grove den en Zwarte den.

De Douglasspar (Pseudotsuga menziesii) heeft een stamomvang van 475 centimeter en is daarmee bijna net zo dik als Nederlandse dikste (510cm) op het Kroondomein bij Apeldoorn. De hoogte is ongeveer 33 meter. De Douglasspar bij Apeldoorn staat in het bos en is met 50 meter de hoogste boom van Nederland. Op deze locatie staan de bomen vrijwel solitair in een grasland met stinsenplanten.

De Reuzenzilverspar te midden van Gewone zilversparren (Almnäs)
Foto: Huib Sneep

Aan de voet van een Zwarte den (Pinus nigra) met een stamomvang van 375 centimeter staat een bloeiende Goudenregen (Laburnum anagyroides), voor Nederlanders een bijzondere combinatie.

De Grove den (Pinus sylvestris) heeft een stamomvang van 350 cm en een ruige kroon bij een hoogte van 30 meter.

De hoogste boom op het terrein is de Gewone zilverspar (Abies alba) met een hoogte van 40 meter; zijn stamomvang is 434 centimeter. Het is bekend dat bij oude bomen de hoogtegroei stagneert, terwijl de diktegroei gewoon doorgaat. Hier is dat aan een andere Gewone zilverspar goed te zien. Zijn stamomvang is ‘slechts’ 250 centimeter, maar zijn hoogte is al meer dan 37 meter. Dit exemplaar heeft nog een spitse top met zichtbare scheut, terwijl de kroon van de oudere bomen afgerond is zonder zichtbare scheut. De Reuzenzilverspar (Abies grandis) is de dikste boom op het terrein; zijn omtrek is 485 centimeter bij een hoogte van 36 meter.

Verder komen op het terrein Beuk, Zomerlinde, Eik, Es, Europese lork, Nordmannspar, Noorse esdoorn, Iep, Ratelpopulier, Haagbeuk en Berk voor. Omgevallen bomen worden soms geoogst, maar blijven vaak ook liggen. De sfeer van het terrein is ruig maar zeer vriendelijk omdat de zon overal tot op de bodem komt.

Het landgoed Almnäs wordt voor het eerst genoemd in 1225. Het is 3581 hectare groot, waarvan 1030 hectare weiland. Het landhuis is gebouwd rond 1766. De melk van de 800 Holstein koeien wordt tot kaas verwerkt. Het landgoed is niet vrij toegankelijk.

Zomereik aan de rand van een bosweide (Rabäck)
Foto: Huib Sneep
Boomweide met vee (Rabäck)
Foto: Huib Sneep

Het natuurreservaat bij landgoed Räbäck
Aan het Vänermeer ligt nabij het dorp Hällekis het landgoed Räbäck, dat dateert uit de periode 1100-1200. Het is ongeveer 160 hectare groot. Een groot deel van het terrein is een natuurreservaat genaamd Munkängarna. Hier komen vrijwel alle boomsoorten van Zweden voor met daaronder veel stinsenplanten. Vroeger was het ook een boomweide, maar in de loop der tijd ontwikkelden veel boomweiden zich tot bos. Aan de randen zijn de weiden er nog en staan grote solitairen van Beuk, Eik, Iep, Linde, Es en Els. Het bos is open genoeg om een intensieve begroeiing van de bodem mogelijk te maken. Begin juni ademde het hele bos de geur van Daslook (Allium ursinum). Omdat veel bomen in het huidige bos vroeger solitairen waren hebben ze nog brede kronen. Daarnaast kiemen er vele jonge bomen die een totaalbeeld met grote variatie geven. Ik kwam er onder andere zaailingen van Zomerlinde (Tilia platyphyllos) tegen. Door het terrein loopt een steilrand van rode zandsteen die Kinnekulle heet en indrukwekkende vormen aanneemt vooral als er bomen op staan.

De steilrand van rode zandsteen (Rabäck)
Foto: Huib Sneep

Invasieve boomsoorten in bossen

Onlangs werd ik geattendeerd op een artikel dat is verschenen op de website van Nature Today. De titel van het stuk (verschenen op 19 november 2024) luidt: Gevestigde invasieve boomsoorten kunnen met ecosysteemaanpak bijdragen aan veerkrachtig bos.

Het is een interessant artikel waarin niet alleen de negatieve kanten worden belicht van de aanwezigheid van niet-inheemse boomsoorten in onze bossen. In tegendeel, op basis van onderzoek wordt hier gesteld dat exoten (al dan niet bestempeld als invasief) wel degelijk een rol kunnen spelen bij de uitdagingen waar de bossen voor staan, zoals klimaatverandering. De moeite waard dus om dit onder de aandacht te brengen. Het artikel is geschreven door Bart Nyssen en Lisa Raats, verbonden aan Bosgroepen (onafhankelijke coöperaties van en voor eigenaren van bos- en natuurterreinen).

Enkele passages uit het artikel:
“Uit recent internationaal onderzoek blijkt dat dominantie van veel invasieve boomsoorten in het bos door de ecosysteemaanpak doorbroken kan worden. Boomsoorten zijn in het verleden om verschillende redenen over continenten verplaatst. Bijvoorbeeld voor de esthetiek, herstel van ecosystemen, verrijking van biodiversiteit of houtproductie. In veel gevallen zijn ze onderdeel geworden van regionale boomsoortenpools over de hele wereld. Sommige soorten vallen op door hun snelle uitbreiding en worden daarom ‘invasief’ genoemd. Onderzoek naar de effecten van invasieve boomsoorten in bossen richt zich vaak op het voorkómen van nieuwe invasies. In dit onderzoek richten we ons op invasieve boomsoorten die al ingeburgerd en wijdverspreid zijn. We spreken hier over established invasive tree species (EITS) ofwel gevestigde invasieve boomsoorten.
EITS kunnen schadelijk zijn buiten bossen, zoals op heiden en in graslanden. Ook binnen bossen kunnen ze aanzienlijke gevolgen hebben voor bosgerelateerde biodiversiteit, ecosysteemprocessen en gerelateerde ecosysteemdiensten. Bovenal kan hun aanwezigheid conflicteren met natuurbehoudsdoelstellingen, omdat ze meestal geen deel uitmaken van de beoogde bossamenstelling. Toch worden er ook voordelen van EITS gerapporteerd. Uit onderzoek blijkt dat zij kunnen bijdragen aan soortenrijkdom, verbetering van de beschikbaarheid van voedingsstoffen en levering van ecosysteemdiensten. Daarnaast wordt door sommige bosbeheerders en onderzoekers gesuggereerd dat EITS onder bepaalde omstandigheden de veerkracht van bossen in een veranderend klimaat kunnen versterken.

Plantengemeenschap met Amerikaanse vogelkers in een bos in Noord-Limburg
Foto: Industrees, CC0, via Wikimedia Commons

In veerkrachtige bosecosystemen kunnen EITS bijdragen aan klimaatadaptatie vanwege hun vaak hogere droogte- en warmtetolerantie en hun pionierkarakter. Dit vertaalt zich in snel herstel van een bosmicroklimaat na grootschalige verstoringen en het vermogen om als verzorgende boomsoort de vestiging van inheemse bomen te bevorderen”.
Het artikel besluit met de conclusie van het onderzoek:
“Ondanks alle verschillen in hoe de aanwezigheid van verschillende invasieve bomen uitpakt in diverse bosecosystemen, heeft de samenleving veel te winnen bij een niet-vooringenomen benadering van deze ‘nieuwe’ boomsoorten. De duurzame levering van bosgebonden ecosysteemdiensten onder snel veranderende klimaatomstandigheden kan er deels afhankelijk van zijn”.
Het volledige Engelstalige rapport is na te lezen op: https://www.resilias.eu/wp-content/uploads/2024/10/paper-Current-Forestry-Reports-3.pdf