Sortimentsdag in Boskoop 18 januari 2020

Onze eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar is de Sortimentsdag. Dit is een gezamenlijke activiteit van de NDV en de KVBC. De sortimentsdag staat in het teken van de artikelen uit Dendroflora nr. 55. Dendroflora is op dat moment nog niet verschenen, maar enkele auteurs zullen alvast een voorproefje geven van de artikelen die daarin verschijnen. De bijeenkomst wordt dit jaar in Boskoop gehouden.

Programma
De Sortimentsdag duurt van 10.00 uur tot 16.00 uur. Het programma wordt later gepubliceerd.

Locatie
Flora Partycentrum
Parklaan 4
2771 GB Boskoop
Tel. 0172 766 047

Openbaar vervoer: het partycentrum ligt recht tegenover het NS station Boskoop.

Aanmelden
NDV-leden kunnen zich aanmelden via het aanmeldformulier op de website van de NDV. KVBC-leden melden zich aan via info@kvbc.nl of bij het KVBC secretariaat

Voor deelname aan deze dag wordt een bijdrage van €12,50 gevraagd; dit is inclusief koffie / thee en lunch. In verband met de catering is aanmelden vooraf noodzakelijk.

Michelia yunnanensis ofwel Magnolia laevifolia

Natuurlijk zullen veel NDV-leden kunnen beamen dat het eigenlijk een onmogelijke opgave is om één favoriete plant te selecteren. Er zijn zo veel mooie plantensoorten! Uiteindelijk viel mijn keuze op Michelia yunnanensis, een prachtige heester, die wonderlijk genoeg nog vrij weinig wordt aangeplant. Nu ingedeeld bij het geslacht Magnolia, luidt de huidige naam Magnolia laevifolia. Hoe dan ook een bijzonder fraaie plant waarmee is gekruist en waaruit schitterende cultivars zijn ontstaan.
De eerste keer dat ik de cultivar ‘Micjur02’ Fairy Magnolia Cream zag bloeien, een jaar of vier geleden, was ik diep onder de indruk van de schoonheid. Omgeven door glanzende, koperkleurige, fluwelig behaarde knopschubben, kwamen tere crème-witte bloemen tussen het wintergroene blad te voorschijn. Een adembenemende en ook nog heerlijk geurende combinatie. En dat alles in maart, met nog volop nachtvorst. Een felbegeerde tuinplant zou je dus denken. Maar toch zie je deze plant niet vaak in Nederlandse tuinen en parken. De soort Magnolia laevifolia wordt zelfs niet vermeld in het standaard naslagwerk van onze NDV cursussen, Dendrologie van de Lage landen. Tijd voor wat meer bekendheid.

Magnolia ‘Micjur02’ Fairy Magnolia Cream is in maart volledig bezet met de okselstandige bloemknoppen
Foto: Ingrid van der Ven

Land van herkomst en naamgeving
Zoals de voormalige naam Michelia yunnanensis aangeeft, komt deze plantensoort van oorsprong uit de Chinese provincie Yunnan. Een gebied met een milder klimaat dan Nederland, maar desondanks kan de soort op een beschutte standplaats onze winters prima overleven. Van de ongeveer vijftig Michelia soorten is dit de meest winterharde. Alle soorten zijn wintergroen en komen uit diverse tropische en subtropische gebieden van Zuidoost-Azië. Ze variëren in hoogte van enkele meters tot zelfs 45 meter.
Het geslacht Michelia is genoemd naar de Italiaanse botanicus Pietro Antonio Micheli (1679-1737) en het geslacht Magnolia, zoals de meesten van u wel weten, naar de Franse botanicus Pierre Magnol (1638-1715). Vanwege hun overeenkomsten zijn beide geslachten door Carolus Linnaeus ingedeeld bij de Magnolia familie (Magnoliaceae). Maar, vanwege hun verschillen, wel onder een eigen geslachtsnaam.
De grootste overeenkomst tussen Magnolia en Michelia is de bouw van de bloem. Ze hebben een bloemdek, ofwel geen onderscheid tussen kelk- en kroonbladeren en de bloemdelen staan spiraalsgewijs op de kegelvormige bloem-as ingeplant. Zoals een aantal vroegbloeiende Magnolia soorten heeft ook Michelia behaarde knopschubben. Maar het grote verschil tussen beide geslachten is dat Michelia okselstandige bloemen heeft en Magnolia eindstandige. Michelia heeft hierdoor veel talrijkere en over de hele plant verspreide bloemknoppen. Wat dat betreft is het jammer dat de geslachtsnaam Michelia is vervangen door Magnolia, want juist het verschil in bloemstand is zo gezichtsbepalend. Uiteindelijk is bij de naamgeving het DNA natuurlijk doorslaggevend en daarom zullen we de huidige geslachtsnaam, Magnolia, moeten accepteren. Vanaf 2001 werd de naam Magnolia dianica gegeven, die in 2007 al weer is vervangen door de huidige naam Magnolia laevifolia. Laevifolia betekent glad- of kaalbladig.

Mark Jury
De bekende Nieuw-Zeelandse kweker Mark Jury heeft een mooie serie cultivars gekweekt onder de beeldende merknaam Fairy Magnolia. Het zijn fraaie rijkbloeiende cultivars die in Nieuw-Zeeland uiteindelijk vier meter hoog en twee meter breed kunnen worden. Bij ons blijven ze een stuk kleiner, hooguit twee meter hoog.
De eerste van de serie was de roze bloeiende cultivar ‘Micjur01’ Fairy Magnolia Blush. Daarna verscheen Fairy Magnolia Cream, sterk geurend en met een iets lichtere bladkleur. Het indumentum op de bladonderzijde heeft ook een koperkleurige zweem, net als de koperkleurige knopschubben. Dat geeft de plant het hele jaar door veel sierwaarde. Deze Fairy Magnolia’s verdragen snoei uitstekend, daar worden ze juist bossiger van en weer blijken de okselstandige bloemknoppen een voordeel te zijn, de plant is er volledig mee bezet. De bloeiperiode begint in het vroege voorjaar en kan maanden aanhouden. Gelukkig is de naam van deze cultivarserie heel passend voor deze sprookjesachtig mooie plant. En als de plant een plekje krijgt in de tuin wordt het sprookje een verrijking van de dagelijkse werkelijkheid.

Magnolia ‘Micjur02’ Fairy Magnolia Cream is een door Mark Jury gekweekte cultivar
Foto: Ingrid van der Ven

Ostrya rehderiana

In de beschrijving van deze ernstig bedreigde soort in Flora of China (1999) werd vermeld dat van deze soort slechts 1 exemplaar bekend was, langs een weg. De IUCN Rode Lijst uit 2014 houdt het op vijf bomen in de Tianmu Shan, een gebergte in het noordwesten van de provincie Zhejiang. Deze bomen zijn meer dan honderd jaar oud en staan op een locatie van 0,04 km². Omdat er geen verjonging plaatsvindt, onder andere door bamboevegetatie, dreigt Ostrya rehderiana in het wild spoedig uit te sterven.

Logo van de IUCN Rode Lijst

In een uitgebreide recente studie van Yongzhi Yang e.a. wordt de teruggang van Ostrya rehderiana vergeleken met de status van O. chinensis. De auteurs beschouwen O. chinensis als een synoniem van O. multinervis, maar deze naam wordt niet vermeld in The International Plant Names Index. Beide soorten hadden nog een groot areaal voor de laatste ijstijden, maar alleen de laatstgenoemde wist zich na de laatste ijstijd goed te herstellen. Er is een duidelijk verschil in de oorspronkelijke arealen van beide soorten. O. rehderiana groeit in de provincie Zhejiang in een gebied dat al lang zeer dicht bevolkt is en intensief wordt gebruikt voor rijstcultuur. Het areaal van O. chinensis strekt zich uit van de provincie Guizhou oostwaarts tot in de provincie Zhejiang en steeds in een vrij dun bevolkt gebied. Onderzoek van het herstel van beide soorten in de ijstijden liet ook al verschillen zien. Het herstel van O. rehderiana was veel minder goed dan dat van O. chinensis.
In China is er veel aandacht voor ernstig bedreigde soorten en voor diverse soorten wordt aan herintroductie gewerkt. Van de resterende bomen van O. rehderiana werden driehonderd bomen van zaad gekweekt. Van een aantal van deze bomen werd het genoom vergeleken met dat van O. chinensis en als controlesoorten met dat van Betula pendula en Prunus persica. Het bleek dat de genetische variabiliteit van O. rehderiana extreem laag was en vergelijkbaar met die van Prunus persica, de perzik, een cultuurplant die al lang niet meer in het wild bekend is. De conclusie was dat die geringe variabiliteit door inteelt die van een kloon benaderde en zo laag was dat de soort in het wild weinig kans heeft om nog te overleven. De genetische variabiliteit van O. chinensis was hoog en vergelijkbaar met die van Betula pendula.

Het blad van Ostrya rehderiana
Foto: Piet de Jong

Het geslacht Ostrya in China
Volgens Flora of China telt het geslacht in China zes soorten, waarvan er vijf endemisch zijn. Alleen O. japonica komt buiten China voor, in Japan en Korea. Het is de enige soort naast O. rehderiana die in het Westen in cultuur bekend is. O. chinensis (syn. O. multinervis) is de soort met bomen tot 25 m hoog en een groot areaal, waarvan het vreemd is dat ze tot nu niet is geïntroduceerd. De overige worden hooguit 20 m hoog en hebben een beperkt verspreidingsgebied. O. yunnanensis heeft een klein areaal in het noordwesten van de provincie Yunnan. O. trichocarpa heeft een klein areaal in het zuidwesten van de provincie Guangsi in het zuiden van China met een subtropisch klimaat.

Ostrya rehderiana in cultuur
De soort werd in 1927 beschreven door Chun in de ‘Journal of the Arnold Arboretum’. Ze is in dat arboretum ook in de collectie geweest maar heeft dat niet gered. Kort voor de laatste eeuwwisseling vond een herintroductie plaats vanuit China door Heritage Seedlings in Oregon. Van deze introductie verkreeg in 2002 het Arnold Arboretum twaalf planten, waarvan er een aantal intussen dood is en mogelijk zijn ook enkele planten aan andere Amerikaanse arboreta ter beschikking gesteld. In 2008 verkreeg het Von Gimborn Arboretum een plant van Heritage Seedlings. De plant heeft zich goed ontwikkeld en is mogelijk op dit moment nog steeds de enige die in Europa in cultuur is. In de beschrijving van de soort in Flora of China is sprake van een subtropisch klimaat, maar de boom in het arboretum is goed winterhard en soortecht.

De Ostrya rehderiana in het Von Gimborn Arboretum. Mogelijk de enige in cultuur bestaande plantFoto: Piet de Jong

Literatuur
Yongzhi Yang en 9 anderen (2018). ‘Genomic effects of population collapse in a critically endangered ironwood tree Ostrya rehderiana’ (https://doi.org/10.1038/s41467-018-07913-4)
I.M.Turner, ‘Corylaceae Ostrya chinensis’ in Annales Botanici Fennici 51(5): 308. 15-08-2014 [e-published]