Acer pentaphyllum

In het geslacht esdoorn is Acer pentaphyllum een buitenbeentje. Het is de enige soort met vijftallig blad. De bekende ontdekkingsreiziger Joseph Rock, een zeer veelzijdige man die naast botanicus ook antropoloog, talenkenner en fotograaf was, verzamelde een herbarium van deze esdoorn in 1929 in het Muli Kingdom in het zuidwesten van de Chinese provincie Sichuan, een gebied bewoond door Tibetanen. Lang was er buiten China maar één boom in cultuur bekend in het Strybing Arboretum in San Francisco, thans de San Francisco Botanical Garden. Tot voor kort waren alle planten in cultuur nakomelingen van deze boom.
Het kleine areaal van Acer pentaphyllum in de bergketen Hengduan Shan is vanaf 1991 zeer intensief geïnventariseerd door met name William McNamara van de Quarryhill Botanical Garden in Californië. Hij bracht maar liefst vijf bezoeken aan het gebied. In de Proceedings of the International Maple Symposium 2017 deed hij uitgebreid verslag van zijn ervaringen. Bij een inventarisatie in 2002 van de vier resterende populaties in het zuidwesten van Sichuan bleek dat er in totaal nog 501 bomen waren. Op basis van dit aantal zou de indruk kunnen bestaan dat van een ernstige bedreiging geen sprake is. Maar ze staan in een zeer kwetsbaar gebied, waar de omstandigheden snel verslechteren. De bevolking groeit, bomen worden gebruikt als brandhout en er is overbegrazing door geiten. A. pentaphyllum groeit vooral langs de oever van beekjes. Bedreiging lijkt op korte termijn vooral te komen van de aanleg van wegen en de constructie van dammen onder andere in rivier de Yalong. Naar verwachting leidt dit tot een reductie van 80%. De soort staat zowel op de Chinese als de IUCN Red List als critically endangered.

Logo van de IUCN Rode Lijst

Een bijzondere ontmoeting
Bij zijn omzwervingen in het natuurlijke verspreidingsgebied van A. pentaphyllum ging McNamara met drie andere deelnemers op 23 oktober 2005 op zoek naar de plek waar Joseph Rock de soort gevonden had. Ze vonden hem niet maar kwamen bij de boeddhistische Kangwu tempel, die Joseph Rock bezocht had. Ze was na de verwoesting in 1959 door het Chinese leger weer opgebouwd. Hij ontmoette daar hoofdlama Lurongxirong en vroeg hem of hij van Joseph Rock gehoord had. Hij bevestigde dat en zei dat hij een foto had die Rock indertijd van de tempel maakte. Op de vraag of er nog een lama leefde die Rock had ontmoet in 1929 nodigde hij hem uit om binnen de traditionele boterthee en kaas te nuttigen en haalde de 82-jarige Jiangyangbading op. Deze lama had niet alleen Rock ontmoet, maar Rock had ook in zijn ouderlijk huis gelogeerd. Zijn oudere broer had daarvoor gezorgd.

Acer pentaphyllum, met de slanke, lancetvormige bladeren
Foto: Piet de Jong

Acer pentaphyllum in cultuur
Er is altijd gedacht dat de bomen in het Strybing Arboretum gekweekt waren van door Rock verzamelde zaden. Dr. E.E. Kemp toonde aan in een artikel in The Plantsman in 1991 dat deze bomen – het gaat waarschijnlijk om een originele boom en twee zaailingen daarvan – niet van door Rock verzamelde zaden konden zijn gekweekt. Het herbarium van Rock heeft als verzameldatum 8 juli 1929. Kemp kwam er achter dat door Prof T.T. Yu van het Kunming Institute of Botany tijdens een verzamelreis in Yunnan zaden van A. pentaphyllum waren verzameld. Dat gebeurde op 2 november 1937 in de buurt van Muli. Deze zaden werden gedistribueerd naar diverse botanische tuinen, onder andere de Royal Botanic Garden in Edinburgh. Waarschijnlijk kreeg Rock bij een bezoek aan de Botanische Tuin in Berlijn drie jonge planten mee, waarvan er één in het Strybing Arboretum terecht kwam. Dit was uiteindelijk de enige plant die van deze introductie buiten China overleefde.
McNamara verzamelde tijdens zijn bezoeken aan de groeiplaatsen van A. pentaphyllum in 2005 en 2006 van negentien bomen veel zaden en verstuurde dat naar diverse botanische tuinen, ook in Sichuan. Zelf plantte hij in 2010 tweehonderd zaailingen in een bos in Glen Ellen om zo de soort ex situ te beschermen. Helaas werd de plek niet gespaard tijdens de enorme bosbranden die in 2017 Californië teisterden. Slechts veertig boompjes overleefden. De Quarryhill Botanical Garden met zijn grote esdoorncollectie bleef grotendeels gespaard.
A.pentaphyllum is in ons klimaat niet echt winterhard. In Californië overleefden ze toch een strenge vorst van min 10° Celsius.

Acer pentaphyllum
Foto: Fa. C. Esveld

Nabloei Davidia involucrata

In de laatste week van augustus 2019 bloeide de acht meter hoge Davidia involucrata in mijn tuin, gelegen in Hoensbroek (gemeente Heerlen). Het was zeker geen bescheiden nabloei, overal in de 25 jaar oude boom hingen de karakteristieke witte zakdoekjes. De exceptionele bloei begon in de (meteorologische) laatste zomerweek en eindigde in de derde week van de herfst. Eind april van dit jaar had de boom ook gebloeid. Half september waren nog een tiental bloemen aanwezig. Tegelijk waren de bijna volgroeide noten zichtbaar die waren ontstaan uit de voorjaarsbloei, samen met de ontstane en nog kleine vruchten uit de nazomerbloei.
Waarnemingen van bloei in nazomer/najaar zijn schaars. In 2018 is nabloei gemeld van een zakdoekjesboom in een park te Steenwijk, Overijssel, Nederland. Heel verrassend bleek gelijktijdig met het exemplaar in mijn tuin ook een Davidia involucrata te bloeien nabij de oude St. Janskerk te Hoensbroek. Diverse andere exemplaren (onder andere in Heerlen, Maastricht, Sittard en Valkenburg aan de Geul) vertoonden geen najaarsbloei. Alle bomen toonden wel schade door bladverbranding, vrijwel zeker opgelopen tijdens de hittegolf van afgelopen juli.

Hittestress en droogtestress
De zomer van 2019 was in zuidoost Nederland heet, zonnig en droog. Telkens in de tweede helft van juni, juli en augustus was er een hittegolf. Tijdens de tweede hittegolf (van 22 tot en met 27 juli) steeg de temperatuur enkele dagen tot rond de 40 graden Celsius. Tijdens deze periode veroorzaakte de brandende zon bij de zakdoekjesboom in mijn tuin ernstige bladverbranding. De eerste helft van augustus verliep relatief koel. De vaantjesboom liet veel bruin verbrand blad vallen. Na de aanhoudende droogte viel op 18 augustus eindelijk neerslag van betekenis: 25 mm. Daarop reageerde de boom met de aanmaak van fris, nieuw blad. En de grootste verrassing: er verschenen bloemknoppen. In de laatste week van augustus stond de boom in volle bloei.

Volgroeide noot uit voorjaarsbloei, samen met nabloei en bladverbranding
Foto: Danny van Gageldonk

Endemisch
In het endemische verspreidingsgebied van Davidia involucrata (in West- en Centraal China: Guizhou, Hubei, Hunan, Sichuan en Noord-Yunnan) zijn de zomers uitgesproken nat en relatief koel. De gebieden herbergen een grote hoeveelheid botanische kostbaarheden en gelden als refugiumgebied waar talloze soorten een goed heenkomen vonden. De hoeveelheid regen in juni en september is er 100 tot 200 mm. per maand. In juli en augustus valt per maand meer dan 200 mm. Natuurlijke drainage ter plekke zorgt voor snelle afvoer van een surplus aan neerslag. Wereldwijd, ook in China, vormt klimaatverandering een bedreiging voor biodiversiteit en genetische rijkdom. Davidia involucrata geldt als een zeldzame en bedreigde soort.

Beschikbaarheid en toepassingen
Systematici plaatsen Davidia involucrata in een eigen familie, Davidiaceae, of in de familie van de Nyssaceae. Een aan Davidia verwant lid in de Nyssaceae is Camptotheca acuminata (happy tree, cancer tree, tree of life). De ontdekking van de stof camptothecin heeft geleid tot de ontwikkeling van middelen, die in gebruik zijn voor chemotherapie.
Wetenschappelijke artikelen maken melding van unieke stoffen in Davidia involucrata die mogelijk een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen Het gaat vooral om tumorremmende eigenschappen.* De medicinale waarde van Davidia involucrata zou de grote sierwaarde kunnen overstijgen. Voor verder onderzoek is beschikbaarheid van de bomen natuurlijk van belang. Wellicht is de schaarste aan de soort de reden dat er weinig onderzoek plaatsvindt. Als het materiaal er niet is, kan het ook niet worden onderzocht. Mijn hoop is een partij te vinden die verder onderzoek wil doen. Een aantal jonge Davidia’s stel ik voor dat doel beschikbaar.
Generatieve vermeerdering van Davidia involucrata waarborgt genetische rijkdom (variatie) en biodiversiteit. Uit generatieve vermeerdering verkregen zakdoekjesbomen verschillen wat betreft groeikracht, groeivorm, grootte van de bloemen (schutbladen). Ook bontbladige bomen komen voor. Of individuele bomen ook verschillen in gehaltes aan waardevolle medicinale stoffen is (nog) niet bekend. Uit generatieve vermeerdering verkregen jonge exemplaren van Davidia involucrata zijn beschikbaar.

* Informatie hierover is te vinden bij:
www.hindawi.com/journals/jchem/2016/9806102/
www.mdpi.com/1420-3049/22/3/470

Een keur aan bladvormen en -kleuren van de vaantjesboom
Foto: Danny van Gageldonk

Over Anacardiaceae in het algemeen en het geslacht Toxicodendron in het bijzonder

De Anacardiaceae is een bonte familie van voornamelijk (sub)tropische houtige gewassen. Enkele geslachten gedijen ook in onze gematigde streken zoals de bekende fluweelboom, een notoire woekeraar, zeker in oostelijk Canada. De bontheid is te danken aan het feit dat de familie geslachten dan wel soorten omvat die gewilde vruchten produceren zoals mango, cashew- en pistachenoot. Daarnaast leveren enkele geslachten Chinese zwarte lak (Rhus verniciflua), hebben ze sierwaarde (Cotinus coggygria, de pruikenboom) en zijn er geslachten die afschrikwekkende huidinfecties veroorzaken, zoals Toxicodendron (de naam zegt vermoedelijk genoeg).

Toxicodendron radicans in de Botanische Tuin Fort Hoofddijk, Utrecht
Foto: Gábor Ajtay

Bij het laatst genoemde geslacht sta ik uitvoeriger stil. Er zijn volgens The Plant List 28 soorten, ik beperk me tot twee: T. radicans en T. diversi­lobum. De morfologische verschillen tussen beide zijn klein. Het belangrijkste verschil is dat de eerstgenoemde inheems is in de oostelijke VS (en in Oost-Azië) en de tweede voorkomt langs de Stille Oceaan, van zuidelijk Alaska tot in Californië. De morfologische veelvormigheid leidde onvermijdelijk tot het onderscheiden van subsoorten. Toxicodendron staat bekend onder diverse benamingen zoals gif eik, poison ivy, gifsumak … Deze veelnamigheid wijst al op de verschillende ervaringen die de mensheid met deze opmerkelijke houtige heeft. De boosdoener is een olieachtig residu in het blad, urushiol genaamd. Als het lichaam in contact is gekomen met het blad en niet direct via wassen met water en zeep geschoond, ontstaat er een allergische huidreactie.

Blad in detail
Foto: Gábor Ajtay

Toxicodendron radicans is morfologisch behoorlijk variabel en daardoor natuurlijk taxonomisch moeilijk te determineren. In mijn arboretum ontdekte ik enkele jaren terug het volgende: diverse twijgen van de plant zijn ‘blootbeworteld’ zoals bij klimop, hoewel de twijgen niet echt tegen naburige struiken of muren aanleunen of daarmee verstrengeld zijn. Ooit las ik dat je twee soorten hebt waarvan de een wel en de andere niet dergelijke hechtwortelharen vormt. Toxicodendron radicans is tot op zekere hoogte polymorf. Ze kunnen zowel staand groeien als klimmend. Dat zag ik veel eerder tijdens bezoek aan Philadelphia, VS, in een wild ogend park waar het ene specimen in twijgen klom en het andere, wat verder ervan verwijderd, gewoon zelfstandig opging.
Opgevallen is me dat bloei en vruchtzetting, ook in andere collecties dan de mijne, zeldzaam waarneembaar zijn. Oorzaak? In de literatuur vind ik nauwelijks iets over de seksualiteit van de familie en het geslacht in kwestie.
Vanwaar die dure familienaam Anacardiaceae? Backer verklaart: ‘ana’ is Grieks voor omhoog gaand of staand, ‘cardia’ eender voor hart. Het verwijst naar de gezwollen, hartvormig ogende zwelling van de bladstengeltop bij leden van de familie, suggererend dat die zwelling een vrucht zou zijn.

Literatuur
C.A. Backer (2000). Verklarend woordenboek van wetenschappe­lijke plantennamen, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen.
V.H. Heywood (1993). Flowering plants of the world, Batsford, Londen.
Wikipedia: lemma Anacardiaceae