Alle berichten van Ingrid van der Ven

Een bijzondere eik in Hilversum

Toen ik gevraagd werd om een stukje te schrijven voor Arbor Vitae, besloot ik dicht bij huis te blijven: Hilversum, mijn woonplaats, heeft namelijk een schat aan prachtige bomen. Ik kies voor een bijzondere eik die je niet zo vaak ziet.

Sommige bomen kunnen je steeds weer raken, ongeacht hoe vaak je ze ziet. Zo ook deze. Op een druk punt, bij station Sportpark, staat een Quercus ×schochiana. Een opvallende boom, vanwege zijn majestueuze vorm en de prachtige combinatie van fijn blad met een krachtige takstructuur. Een Nederlandse naam heeft hij niet, maar de Amerikaanse naam is ‘Schoch oak’. De ‘Schoch oak’ is een vrij snel groeiende, middelgrote boom. Hij is vochtminnend en een natuurlijke hybride tussen de Amerikaanse soorten Quercus palus­tris en Quercus phellos, ofwel de moeraseik en de wilgbladige eik.
Natuurlijke hybriden komen bij eiken relatief vaak voor; deze hybride zie je vooral in de staten Illinois en Arkansas van de Verenigde Staten, waar de groeigebieden van beide oudersoorten elkaar overlappen. Toch werd deze hybride niet in VS, zoals je zou verwachten, maar in Duitsland voor het eerst ontdekt, beschreven en in cultuur gebracht. Dit gebeurde aan het eind van de 19e eeuw. Pas later werd hij ook in de VS waargenomen.

Het variabele blad van <i>Quercus</i> ×<i>schochiana</i>
Het variabele blad van Quercus ×schochiana
Foto: Ingrid van der Ven

Kenmerken
Quercus ×schochiana houdt het midden tussen beide oudersoorten, met tamelijk smal blad en vaak vier kleine, voorwaarts gepunte lobben. Soms ook ongelobd en variabel van vorm. Het blad is glanzend, donker groen en leerachtig. In warmere streken is hij deels groenblijvend, maar in ons klimaat verliest hij jaarlijks zijn blad. Dit geeft een mooi, tot warm geel verkleurend herfstbeeld. De kleine eivormige eikels zijn voor ongeveer een derde omsloten door het napje; het napje heeft aanliggende schubben. Meestal worden deze bomen niet hoger dan 15 meter. Maar dit exemplaar is aan de forse kant met ruim 20 meter.

<i>Quercus</i> ×<i>schochiana</i> is een opvallende verschijning in het straatbeeld
Quercus ×schochiana is een opvallende verschijning in het straatbeeld
Foto: Ingrid van der Ven

Natuurlijke rustplaats
Voor Hilversum, dat voornamelijk bestaat uit droog en arm stuwwalzand, lijkt een vochtminnende boom misschien een onlogische keuze. Maar iets voorbij de Quercus ×scho­chiana ligt het Laapersveld. Een park met een vijverpartij en pompgemaal naar ontwerp van Dudok, aangelegd rond 1920, om het afvalwater en drinkwater te reguleren. Het is beplant met vochtminnende bomen vanwege het afwijkende grondwaterpeil van dit deel van Hilversum. Vandaar ook de keuze voor de Quercus ×schochiana.
Niet alleen de boom is opvallend, maar ook zijn groeiplek. Hij staat namelijk op een vrij klein, driehoekig grasveldje, aan drie zijden begrensd door wegen. Op de ontwerptekening voor het Sportpark en Laapersveld van Dudok uit 1918, blijkt dit driehoekje ook te zijn aangegeven. Misschien is deze eik ooit geplant als een soort toegangsmarkering voor het aangrenzende Laapersveld. Als een uitnodigende arm strekt de laagste zijtak zich tegenwoordig uit in de richting van het park. Een royale welkomstgroet, meterslang, bijna horizontaal én op zithoogte. Getuige de gladde plekken op de bast ook vaak als zitplek gebruikt.
Nu, bijna honderd jaar na aanplant, overschaduwt de volle ronde kroon van deze eik het onderliggende grasdriehoekje. Het verkeer spoedt zich aan drie zijden langs deze rustgevende exoot. Hopelijk dient zijn groeiplek vooral als voorrangsdriehoek voor een heel lang voortbestaan, zodat vele generaties kunnen blijven genieten van deze fraaie boom. En van zijn mooie natuurlijke rustplaats, te midden van de hectiek van onze huidige tijd.

De driehoekige groeiplek van de <i>Quercus</i> ×<i>schochiana</i> met links het Laapersveld
De driehoekige groeiplek van de Quercus ×schochiana met links het Laapersveld
Foto: Ingrid van der Ven

De symboliek van Davidia involucrata

Tsja … wat een moeilijke vraag, ‘wat is mijn favoriete boom?’ Zodra ik er één wil noemen, denk ik al aan een andere en nog een andere en weer een andere. Om verschillende redenen heb ik dus meerdere favoriete bomen. In ‘mijn’ bomenpark De Nieuwe Ooster staan zo veel bomen waar ik binding mee heb dat ik de grootste moeite heb om er één tussenuit te pikken. Neem de grote rode beuk Fagus sylvatica ‘Atropunicea’. Hij staat prachtig solitair en is aangeplant door de architect van het gedenkpark Leonard Springer. Hoe sierlijk laat hij zijn takken hangen net boven de graven, waardoor hij een soort beschermheer is geworden.
De Zelkova serrata heb ik twintig jaar geleden van de takkenkraker gered, verplant en inmiddels is hij een geweldig exemplaar geworden. Vol trots passeer ik ‘m dagelijks. Net zo goed de schuine trompetboom, Catalpa bignonioides, die vanwege zijn schuine stand genomineerd stond om in aanraking te komen met de kettingzaag. Ook daar ben ik destijds (in 1995!) tegenin gegaan. De boom kon in mijn ogen nog jaren mee en ieder jaar beloont hij ons als dank met een tooi van prachtige bloemen. Altijd leuk om met een rondleiding te vertellen waarom hij de bijnaam ‘ambtenarenboom’ heeft: 1. hij komt zeer laat op gang (bladontwikkeling), 2. hij is op z’n best tijdens de vakantieperiode (bloei), en 3. hij laat het weer vroeg afweten (bladval). Ondanks dat ik zelf ambtenaar ben, voel ik me totaal niet aangesproken.

<i>Davidia involucrata</i> in volle bloei
Davidia involucrata in volle bloei
Foto: Ineke Vink

En de keus valt op …
Maar goed, het gaat om ‘Mijn favoriete boom’ dus ik moest er toch één benoemen. Na rijp beraad wordt het de zakdoekjesboom, Davidia involucrata. De boom is natuurlijk onder dendrologen zeer bekend en gelukkig ook steeds meer onder de niet-bomen-kenners. Vele malen is de boom beschreven en ik zal de lezer van dit blad ook weinig nieuws kunnen vertellen, of wel? Laat ik beginnen met wat ik met deze boom heb.
Meer dan twintig jaar geleden kwam ik de boom in volle glorie tegen in, toen nog, Arboretum Trompenburg. Opeens stond ik onder een boom met allemaal witte vlaggetjes. Het bordje vertelde mij de naam. Nadat ik van de eerste bewondering was bekomen, rees bij mij een gedachte: ‘Deze boom wil ik ook op De Nieuwe Ooster.’ Destijds was mijn ‘bomenrol’ op De Nieuwe Ooster van geen betekenis, dus moest ik via de juiste kanalen het verzoek indienen om deze zakdoekjesboom te verkrijgen. Gelukkig kreeg ik alle medewerking, vooral na mijn betoog dat een zakdoekjesboom vanwege de symboliek op een begraafplaats thuishoort.
Deze boom was voor mij het startsein om van onze begraafplaats een arboretum te maken, het begin van alles. Om die reden gaat hij mij aan het hart. Maar ook puur om de schoonheid van de boom. In de winter heeft hij mooie rode, puntige knoppen. De toegespitste bladeren met gezaagde bladrand en hartvormige voet spreken mij ook erg aan. Maar de bloei is natuurlijk het summum. Ergens zo rond half mei begint het: de bloem bestaat uit een klein paars rond bolletje waaruit de mannelijke meeldraden groeien. Aan de zijkant komt het vrouwelijke stampertje tevoorschijn, waarbij ik mij altijd afvraag waarom dit aan de zijkant hangt – heeft iemand een verklaring? De bloem wordt door twee schutbladen omgeven, waarbij het ene schutblad aanmerkelijk langer is dan de andere. Gek genoeg wijst de stamper altijd naar het lange blad (waarom?). Door een oplettende deelnemer van een rondleiding werd ik hier op gewezen. Zo zie je maar, je blijft leren. Na een week of twee-drie is het feest van de zakdoekjes weer voorbij en liggen de voorheen spierwitte zakdoekjes op de grond. Ze verkleuren gauw naar bruin en twee weken later zien we niets meer. Nu volgen we de zaden die tot ver in de herfst aan de boom hangen. Het bewijs van de eerdere spectaculaire bloei.
Lang leve de zakdoekjesboom.

Zakdoekjes horen bij de begraafplaats
Zakdoekjes horen bij de begraafplaats
Foto: Johan Mullenders

Een uitstapje naar Twente: Arboretum Singraven en Poort Bulten

De toenmalige eigenaar van Landgoed Singraven in Denekamp, Willem Laan, was een dendroloog in hart en nieren en al in 1926 lid van de NDV. Hij was ook geïnteresseerd in bosbouw. Hij startte rond 1920 met het aanplanten van bossen in het gebied met weilanden dat bekend staat onder de naam Hagelmeien. W.H. Dingeldein schrijft hierover in Singraven; de geschiedenis van een Twentsche havezate (1934): ‘Twee breede strooken gras, V-vormig uit elkander loopend, achteraan door een dwarsstrook verbonden, zijn er gespaard van de weiden.’ Of Willem Laan andere plannen had met deze V-vormige uitsparing is niet bekend, maar hier is hij vanaf ongeveer 1932 gestart met de aanleg van zijn arboretum.

Willem Laan kende Leonard A. Springer van eerdere werkzaamheden op het landgoed en benaderde hem voor de inrichting. Laan gaf zijn wensen duidelijk aan: een decoratief arboretum met zeer decoratieve ‘Einzelbäume’ die, door geen buurman gehinderd, hun groei aan alle zijden kunnen ontplooien.
De houtige gewassen zijn niet per familie, per geslacht of op basis van oorspronkelijke herkomst aangeplant. Het is hiermee geen systematisch of geografisch arboretum. De spaarzaam toegepaste coniferen staan verspreid over het arboretum. Uit de bestellijsten van Springer blijkt dat hij van de boomsoorten meestal maar één exemplaar bestelde. Incidenteel bestelde hij meer exemplaren, die verspreid over het arboretum werden aangeplant. Van de heesters bestelde hij meestal wel meerdere exemplaren. Wij gaan ervan uit dat deze in kleine groepen werden aangeplant.
Laan wilde de bosranden opfleuren en kreeg het advies van Springer soorten te kiezen die pasten bij de omgeving. Springer gaf een lijst van alle inheemse struikvormen, inclusief duindoorn. Dit doen we nu niet meer. Uit ons historisch onderzoek blijkt dat er tot 1940 gewerkt is aan de aanleg, inclusief het aanbrengen van mooie naambordjes die in Duitsland werden besteld. Willem Laan overleed in 1966. Er is weinig bekend over de periode 1945-1966.

Nieuwe aanplant in Singraven
Nieuwe aanplant in Singraven
Foto: Gerrit Haverkamp

Aanvulling sortiment Arboretum Singraven
De Stichting Edwina van Heek is eigenaar van Landgoed Singraven. Het bestuur heeft zich als taak gesteld het arboretum toegankelijker en bekender te maken bij bezoekers van Singraven. Dit vraagt een goed beheer van het gebied en van de collectie. Het collectiebeheer bestaat uit het administratief vastleggen van de collectie, planten van de juiste naam voorzien en het op stand brengen en houden van de collectie.
In 2012 zijn we gestart met de inventarisatie van de aanwezige soorten. Deze werkzaamheden hebben zich, in goed overleg met de eigenaar, uitgebreid tot het vergroten van de collectie. Hierbij gingen we uit van het oorspronkelijk karakter van het arboretum en de inbreng van Leonard Springer. Hiervoor doen we historisch onderzoek. Een boeiende en tijdrovende bezigheid, die niet alleen waardevolle informatie geeft over de aangekochte en gewenste soorten. Andere aspecten zoals de bijzondere boomwensen van Laan, de discussie over naamgeving van bomen tussen Springer en een boomkweker en de beoordeling van te leveren materiaal, verdienen een apart artikel. Een voorbeeld: Springer wilde zeker weten dat hij een wintereik kreeg en geen zomereik. Nu lossen we dat op met een foto maar toen eiste hij de toezending van een bebladerde tak!
De bestelbonnen van Springer, de offertes en rekeningen van boomkwekers, de lijst met bestelde naambordjes en de inventarisatie door Voorhoeve in 1940 van een groot deel van het aanwezige sortiment, leveren een uitgebreide lijst van soorten op, waaruit we bij de aanvulling kunnen putten. Andere bronnen zijn het sortiment van Poort Bulten en de naslagwerken die door Springer geraadpleegd werden (zie L.A. Springer Tuinarchitect en Dendroloog van Constance Moes).

De afgelopen twee jaar is het sortiment, vooral bomen, flink uitgebreid en is er gestart met het plaatsen van de nieuwe naamborden. Voor de keuze van de namen (wetenschappelijke, Nederlandse en Duitse naam) is een protocol gemaakt, waarbij we putten uit de ervaringen van andere arboreta en botanische tuinen.

Uitvoering van de nieuwe naambordjes
Uitvoering van de nieuwe naambordjes
Foto: Jan Zwienenberg

Arboretum Singraven en NDV
Bij de keuze van de leveranciers door Leonard Springer vonden we veel leden van de NDV. Deze waren er ongetwijfeld ook bij toen de NDV in 1947 twee dagen op bezoek was in Twente, waaronder Arboretum Singraven. Over de inhoud van excursies vonden we niets maar wel over het wangedrag van een deel van de deelnemers. Het verslag van de excursie meldt (16e Jaarboek 1947): ‘De achterlopers of vakkundig uitgedrukt de zgn. plunderploeg, was daar wel bijzonder goed in thuis. Met gloednieuwe engelse oculeermessen en oude duitse snoeimessen sneden ze takken af en niet zo heel zuinig.’ In 2011 was daar zeker geen sprake van en we hopen dat veel NDV-ers bij een bezoek aan Twente ook Arboretum Singraven weten te vinden.

<i>Stewartia serrata</i> ook te zien in Arboretum Singraven
Stewartia serrata ook te zien in Arboretum Singraven
Foto: Jan Zwienenberg

Pinetum Poort Bulten al snel bomenverzameling
De familie Gelderman gaf landschapsarchitect Leonard Springer de opdracht om een grote collectie bomen bijeen te brengen in een beleefbaar park. Het oorspronkelijke idee was om een pinetum aan te leggen. Maar al in 1912 kreeg Springer de opdracht om een arboretum te ontwerpen met loofbomen en heesters. De bomen kwamen overal vandaan. Ze hadden alleen met elkaar gemeen dat ze op dezelfde breedtegraad groeiden en zodoende winterhard zijn. Het poelenlandschap, ook in landschapsstijl, legde men rond 1990 aan. Springer was geen onbekende in Twente. Hij tekende veel tuinen bij landgoederen van textielfabrikanten in de omgeving. Ook in dit arboretum is zijn ontwerp herkenbaar. Een Engelse landschapsstijl met slingerende lijnen en doorkijkjes die aansluiten bij de gebogen lijnen en doorzichten van het Twentse landschap.

Enkele cijfers
1912 start aanleg Arboretum Poort Bulten
2500 inheemse en uitheemse bomen en heesters
1000 verschillende taxa
20 soorten zwerfkeien uit de ijstijd
37 meter hoge mammoetboom
130.000 bezoekers per jaar in dit bijzondere arboretum

De zwerfstenen in het later aangelegde poelenlandschap liggen her en der verspreid. Ze komen uit Scandinavië. Het landijs voerde de stenen mee. Tijdens het aanleggen van de A1 verzamelde men de stenen en kregen ze in dit landschap een nieuwe plek.

Zeldzame flora en fauna
De natuurwaarden in het park zijn hoog. Door een aangepast maaibeleid en optimale grondwatercondities, vinden we er zeldzame soorten als welriekende nachtorchis, biezenknoppen en muurhavikskruid. In het voorjaar is het een ware bloemenzee, met name in het poelenlandschap en bij de populieren, het ‘populetum’. De samenhang tussen de kruidenrijke graslanden in de voor Nederland unieke bomenweiden en de vochtige bossen zijn van groot belang voor kwetsbare vlindersoorten. De zeldzame grote weerschijnvlinder is al vaak gespot in het arboretum. Maar ook bijzondere paddenstoelen als oranjerode hertenzwam treffen we hier aan. In het poelenlandschap voelen libellen, kikkers en verschillende soorten vleermuizen zich thuis.
Achter in het park staat een grote Sequoiadendron giganteum. De boom heeft een stamomtrek van ruim 6 meter. Van nature komt deze boom voor in Californië. Ook de Metasequoia glyptostro­boides die men plantte in 1949 is uniek. Het is een van de oudste exemplaren in Nederland.

<i>Pseudolarix amabilis</i> in herfstkleur
Pseudolarix amabilis in herfstkleur
Foto:Gerrit Haverkamp