Categoriearchief: Boekbesprekingen

Darwins wormenboek

Ik weet niet meer waar, maar ik had een enthousiaste recensie gelezen of gehoord (bij het radioprogramma ‘Vroege Vogels’ misschien) over dit boek van Charles Darwin. Voor het eerst een Nederlandse vertaling van dit indertijd (eind 19e eeuw) zeer populaire boek.
Door een aantal boeken over Darwin en zijn werkwijzen ben ik een echte fan van hem geworden. Allereerst zijn biografie (Darwin, de biografie, A. Desmond & J. Moore, 2009) waar ik van heb gesmuld en daarna het boek van Norbert Peeters over de plantenleer van Charles Darwin (Botanische Revolutie, 2016), ook een echte aanrader.
Darwins wormenboek is een echte klassieke wetenschappelijke publicatie zoals gebruikelijk was in zijn tijd. Het is interessant te lezen hoe secuur hij alles over de wormen en hun belang in de natuur onderzoekt en opschrijft. Het begint met de ‘geologische kracht’ van wormen, zoals Darwin dat noemt. Dan onderzoekt hij ‘wat doen wormen eigenlijk?’. Daarna komt hij tot de conclusie dat wormen ‘beschermers van archeologische objecten’ zijn. Ten slotte besteedt hij ruim aandacht aan de ‘anatomie en gedrag van wormen’.

Darwins Wormenboek – Humusvorming door wormen met observaties over hun levenswijze

Als zijn boek uitkomt begin oktober 1881 volgen er in no time een aantal bijdrukken: 5 november zijn er al 3500 exemplaren verkocht. In 1882 verschijnen er al vertalingen in het Frans, Italiaans, Duits en Russisch en in de 20e eeuw in het Japans en Chinees.
Het uitgebreide voorwoord bij de Nederlandse vertaling door Toon van der Ouderaa vat het succes van het boek helder samen. ‘Het succes van het boek zal ook te maken hebben gehad met de talloze recensies die in allerlei kranten en tijdschriften gepubliceerd werden. In de laatste drie maanden van 1881 verschenen er zo’n vijftig recensies, waarvan een tiental in Duitsland. Het onderwerp, de simpele regenwormen die iedereen in het park of zijn tuin kan zien (of althans de wormhopen ervan), de geduldige waarnemingen die iedereen kan doen en de eenvoudige maar doordachte experimenten, spreken een breed publiek aan’ (pag vii).
Ik begon enthousiast met lezen, maar allengs werd ik eerlijk gezegd toch steeds minder enthousiast. Hoewel gebruikelijk in die tijd, vond ik het op den duur langdradig worden. De laatste hoofdstukken heb ik ‘diagonaal gelezen’, dat wil zeggen globaal en hier en daar een alinea. Komt misschien omdat ik als moderne wetenschapper meer van kort en bondig houd. Ik laat het dus graag aan de lezer over om zelf te oordelen. Overigens, voor elke boom- en plantliefhebber is het mijns inziens belangrijk en interessant om van alles te weten over het enorme belang van ‘de regenworm’ in de natuur.

Darwin, C. (1882). Humusvorming door wormen, met observaties over hun levenswijze. Vertaald door Toon van der Ouderaa, 2019. € 19.90 ISBN 978-90-90-32605-4
https://www.boekengilde.nl/ (uitgegeven in eigen beheer).

The Story of Trees

And how they changed the way we live. Dat is de ondertitel van dit nieuwe boek van Kevin Hobbs en David West. Een boek volgens het moderne principe van storytelling. Verwacht dus geen boek met botanische beschrijvingen, maar een boek met verhalen over bomen en hoe deze van invloed zijn (geweest) op ons leven.

De auteurs zijn geen onbekenden in de dendrologische wereld. Kevin Hobbs was jarenlang hoofd van de Research & Development afdeling van Hillier Nurseries. Inmiddels is hij werkzaam bij Whetman Plants International, waar hij zich eveneens bezighoudt met plantenveredeling en het introduceren van nieuwe rassen.
David West is boomkweker en was eveneens werkzaam bij Hillier. Tegenwoordig is hij zelfstandig boomkweker, gespecialiseerd in bijzondere bomen.
Dat de auteurs liefhebbers zijn, bewijst het boek zeer zeker. In een korte inleiding gaat Hobbs in op de verbondenheid van mensen met bomen. Hierbij stipt hij ook huidige discussies over klimaatverandering en biodiversiteit aan. Vervolgens bestaat het boek uit verhalen over een 100-tal bomen die het leven van de mens ingrijpend hebben beïnvloed of veranderd. Voor iedere boom zijn twee pagina’s gebruikt. Deze zijn globaal chronologisch gerangschikt. Beginnend met Ginkgo biloba (als prehistorische boom) en eindigend met de in 2017 beschreven Peruaanse Incadendron esseri. Op iedere linkerpagina staat een tekening van de betreffende boom. Deze tekeningen zijn steeds van de gehele boom met daarnaast een kleine detailtekening van bloemen, vruchten of een twijg. De tekeningen, gemaakt door Thibaud Hérem, hebben een kenmerkende stijl. Ze geven een indruk hoe de bomen eruit zien, maar zijn zeker niet natuurgetrouw. Zo zijn de stammen in veel tekeningen onnatuurlijk getekend en ook de kroonvormen zijn niet altijd accuraat. Maar zo zijn de tekeningen ook niet bedoeld. Ze zijn vooral ondersteunend aan de verhalen en moeten meer worden gezien als indicatief. Ook staan op iedere linkerpagina enkele feiten over de bomen: inheemse namen, herkomst, klimaat en habitat, levensbereik, groeisnelheid en maximale hoogte.

The Story of Trees and how they changed the way we live

Op iedere rechterpagina is het verhaal van de boom te lezen. Bovenaan uiteraard de naam, de inheemse naam en de familienaam. Zeer bij de tijd; de modernste taxonomie wordt gevolgd. Acer in de Sapindaceae, Liquidambar in de Altingiaceae, et cetera. Soms ligt het onderwerp voor de hand, zoals bij cacao (Theobroma cacao), mahonie (Swietenia macrophylla) en rubber (Hevea brasiliensis). In veel andere gevallen is het minder voor de hand liggend, zoals bladerkransen voor bezoekers van Hawaii (Aleurites moluccana), substituut voor koffiebonen (Gymnocladus dioica) en hout voor kruisbogen (Sorbus torminalis).
En de verhalen zijn prachtig! Prettig en zeer leesbaar en verhalend geschreven. Het boek bevat veel weetjes en feiten over bomen die, in ieder geval voor mij, nieuw zijn. Ook is het leuk dat het niet alleen over winterharde bomen gaat. Veel bomen in het boek zijn (sub)tropisch. Logisch, de auteurs hebben de voorkeur gegeven aan de verhalen, zonder zichzelf klimatologische of andere beperkingen op te leggen. In het Engels geschreven, maar dankzij het ontbreken van botanische vaktermen is het, ook voor mensen met een gemiddelde kennis van de Engelse taal, goed te volgen.

The Story of Trees is, dankzij de prettige en mooie verhalende stijl van Hobbs en West een fraai boek. 100 bomen lijkt niet veel, maar de kwaliteit is hoog en het is een prettig leesbaar boek. Het is prachtig uitgevoerd in hardcover en met een frisse, moderne vormgeving. De stijlvolle tekeningen maken de verhalen tot een eenheid. Voor iedereen die geïnteresseerd is in de verhalen achter bomen is The Story of Trees een aanrader.

Kevin Hobbs & David West (2020). The Story of Trees; and how they changed the way we live. 216 p. Laurence King Publishers, London (in Nederland vertegenwoordigd door BIS Publishers, Boxtel). ISBN 978-1-7862-7522-6, € 30.

John Bergmans, tuinarchitect en plantenkenner

Mijn eerste kennismaking met de in 1980 overleden dendroloog en tuinontwerper John Bergmans was in 2014 in de Botanische Tuin Kerkrade. Daar mocht ik ervaren dat John Bergmans met zijn ontwerp een extra dimensie kan toevoegen aan een botanische tuin. Overigens zijn ook de ontwerpen van Arboretum Kalmthout en Arboretum Hemelrijk in Essen van de hand van deze rasechte NDV’er (53 jaar lid).
Bijna veertig jaar na zijn overlijden is er een boek over hem verschenen dat zijn waarde voor het vakgebied openbaar maakt. Een prachtig boek dat een inkijk geeft in de ontwikkeling van de tuinkunst gedurende het leven van Bergmans en zijn indrukwekkende bijdrage hieraan. De schrijvers Marianne van Lidt de Jeude en Johanna Karssen-Schüürmann hebben in dit boek uit zijn oeuvre een aantal tuinen en groenvoorzieningen beschreven en ook zijn boeken en talrijke publicaties genoemd. De tuinen en groenvoorzieningen (137) worden stuk voor stuk behandeld, met de ontwerptekeningen, soms foto’s en enkele kenmerken. De meeste ontwerpen zijn gemaakt voor opdrachtgevers in Limburg, waaronder de Staatsmijnen. Er zijn enkele hoofdstukken gewijd aan zijn leven, de tuinontwerpen in de Mijnstreek, de stijl van ontwerpen en de publicaties.

Doorkijkje in de Botanische Tuin Kerkrade
Foto: Harry de Coo

Bergmans begon met het ontwerpen van tuinen in het interbellum. Hij had een grote plantenkennis in een tijd dat de dendrologie in opkomst was en de kennis van het plantensortiment groeide. Door de vele nieuwe planten was er behoefte aan duidelijkheid in naamgeving. Daar heeft hij zijn steentje aan bijgedragen door de publicatie Vaste planten en rotsheesters (1924). Naast het verstrekken van plantinformatie wees hij op eenduidige en juiste naamgeving, en daar was dringend behoefte aan.
Net als Mien Ruys onderscheidde hij zich van zijn tijdgenoten door zijn uitstekende plantenkennis en was deze kennis cruciaal in zijn ontwerpen en zorgde hiermee voor weelderig groen. In de Botanische Tuin in Kerkrade is zijn stijl deels nog goed zichtbaar; een door hagen en bomen van de wereld afgescheiden intieme tuin met langs de paden strategisch gesitueerde plantengroepen afgewisseld met gras. Hij zorgde ook voor verrassende doorkijkjes waardoor de plantencollecties van verschillende zichtpunten te zien zijn en nam in de beplantingsplannen ook de Limburgse flora op voor educatief gebruik.
Het boek is met veel zorg samengesteld en een aanrader voor de tuinliefhebber en een ieder die zich verdiept in de tuinarchitectuur.

Marianne van Lidt de Jeude en Johanna Karssen-Schüürmann (2019). John Bergmans 1892 -1980, tuinarchitect en plantenkenner. Stichting BONAS & Uitgeverij Verloren, Hilversum. €39. ISBN 978 90 8704 750 4.