Op zaterdag 18 november was er de leerzame najaarsbijeenkomst met 65 dendrofanaten in het gebouw van Agro De Arend in Opheusden. Traditioneel was dit de laatste jaarlijkse activiteit van de NDV.
Na een introductie door dagvoorzitter Harry de Coo, was het eerst de beurt aan Mirjam Lemmens. Mirjam is de collectiebeheerder van het Belmonte Arboretum en werkzaam voor de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen (NVBT) en het Nagoya Protocol (/ABS – Access & Benefit-Sharing). Zij gaf een toelichting op de tweede en vernieuwde versie van de standaardlijst van Nederlandse namen van cultuurplanten.
De aanleiding om in 2018 samen met medeauteur Marco Hoffman een standaardlijst te maken voor de Nederlandse namen ontstond uit de behoefte aan eenduidigheid in de Nederlandse naamgeving bij onder andere gemeenten, tuincentra en het groene onderwijs. Mirjam gaf een toelichting op het verschil in schrijfwijzen en de uiteindelijke keuze hierin. Als voorbeeld noemde ze Abies balsamea, de Balsemzilverspar, en vervolgens de verschillende variaties in de schrijfwijze van de naam, zoals met of zonder hoofdletter, met koppelstreepje of aaneengesloten geschreven. Bij de spelling van de Nederlandse namen worden de taalregels gevolgd van het Genootschap Onze Taal, aangevuld met ‘het groene boekje’.
Ook de verschillende Nederlandse synoniemen voor één soort zijn op een rijtje gezet en daaruit is een voorkeursnaam gekozen. Acer davidii werd als voorbeeld genoemd. Davids esdoorn heeft de voorkeur met als alternatieve (‘synonieme’) namen: Chinese esdoorn, Streepjesbast-esdoorn en de Slangenhuid-esdoorn. Voor het zoeken naar de Nederlandse namen zijn bestaande bronnen gebruikt. Denk daarbij onder andere aan de handleiding Nederlandse dendrologie van Dr. B.K. Boom en Heukels’ Flora van Nederland van Dr. H. (Leni) Duistermaat. Voor de eerste versie zijn de Naamlijst van Houtige Gewassen en de Naamlijst van Vaste Planten als basis gebruikt, uitgebracht door de Naktuinbouw. Dit zijn lijsten met de officiële namen uit het handelssortiment van boomkwekerijgewassen in Europa en grotendeels in de Verenigde Staten. In de eerste versie waren de NDV, Naktuinbouw, de Nederlandse Vereniging voor Botanische Tuinen, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Floron en Royal Anthos de partners. In het voorjaar 2024 verschijnt de tweede en vernieuwde lijst met, naast aanvullingen op de eerder genoemde Naamlijsten en verwerking van enkele correcties, daarin ook nieuwe gewasgroepen opgenomen: de bolgewassen, rassenlijst groentegewassen, rassenlijst landbouwgewassen, perkplanten, kamerplanten, snijproducten, tropische planten en tropisch fruit. Bij de tweede versie zijn KAVB en Floricode nieuw aangesloten partners.
Door verslaglegger van deze dag, die als archivaris de notulen van de NDV heeft doorgespit, werd nog gemeld dat het 100 jaar heeft geduurd, nadat Doorenbos tijdens een bestuursvergadering al had opgemerkt dat er een lijst van Nederlandse namen moest komen.
De tweede lezing werd verzorgd door Gerda van Uffelen, voormalig collectiebeheerder Hortus Leiden. In haar introductie over de palmen ging zij eerst in op de familie waartoe de palmen behoren, Arecaceae of Palmae en niet Palmaceae. Vervolgens over de misvatting van sommige met palm aangeduide planten die geen palm zijn, zoals de Boomvaren, de Varenpalm en de Bananenpalm.
Palmen komen van nature voor in de tropen en subtropen en omvatten 180 geslachten met 2500 soorten, waarvan de meeste in Azië en de Pacific. Het zijn eenzaadlobbige bloemplanten. Ze zijn verwant aan de grassen en gemberachtigen.
Canarische dadelpalm (Phoenix canariensis) in Hortus Leiden. Foto: Gerda van Uffelen
De vormen van de diverse palmen varieert. Ze kunnen namelijk boomachtig of struikachtig zijn en geen stam hebben of lianen vormen. Bij palmen verdwijnt de kiemwortel en worden adventiefwortels gevormd. Vegetatieve groei gebeurt door de vorming van nieuwe segmenten, wat tot een lengtegroei van de stam leidt. Verder werden beelden getoond van de gevouwen bladeren, welke geveerd of handvormig kunnen zijn, hun bewapening tegen dieren, op stengels, blad of stam, de kleine, driedelige bloemen, de vruchten, steenvrucht of bes en de zaden die meestal door dieren worden verspreid. De Kokosnoot is daarvan de meest bekende, die vanwege zijn drijvend vermogen via water wordt verspreid. Maar in alles zijn dit de kampioenen onder de planten, de hoogste eenzaadlobbige, de langste bladeren, de grootste bloeiwijze, het grootste zaad, de langste stengel en het oudste kiemkrachtige zaad. De presentatie werd afgesloten met informatie over het gebruik van eetbare palmproducten en palmsoorten die het in de Hortus en in ons klimaat redelijk uithouden.
Een prachtig verhaal dat ons prikkelt om nog eens met de NDV een palmenkwekerij te bezoeken.
Het middagprogramma bestond uit de traditionele takkenquiz die door Hans Janssen en Gerbert Klein Wassink werd verzorgd. Een 40-tal takken passeerde de enthousiaste deelnemers, waarbij in totaal 80 punten gescoord konden worden. Na telling van de punten waren er drie deelnemers met een bijna gelijke score, te weten Ronnie Nijboer, Willie Spierings en Wiecher Huisman. Na een spannende barrage ging Wiecher Huisman er met de Pierre Theunissen Wissel Trofee vandoor.
Voor een uitgebreid overzicht van het behandelde verwijs ik naar de PowerPoint presentaties die op de website van de NDV zijn geplaatst.
Een Tiny Forest is een door de mens ontworpen en aangelegd ‘oerbosje’ ter grootte van een tennisveld1, waarin 600 inheemse bomen van minimaal 25 verschillende soorten dicht opeen worden aangeplant zodat ze extra snel omhoog groeien. Het bladerdek zou zich dan binnen drie jaar sluiten. Na tien jaar zou, vanwege die gunstige omstandigheden en het aldus gecreëerde microklimaat, een volgroeid stadsbosje ontstaan. Tiny Forests vormen daarmee unieke en herkenbare minieme mozaïekstukjes in het grotere geheel van het stedelijk groen, het ‘urban forest’. Wat is het gedachtengoed achter deze Tiny Forests en wat is het verschil met een doorsnee bosplantsoen? En wat stelt een Tiny Forest eigenlijk voor in het grotere geheel van het urban forest?
Miyawaki-forests
Het idee voor de Tiny Forest-methode is in 2010 ontwikkeld door Shubhendu Sharma. Deze ingenieur uit India werd op zijn beurt geïnspireerd door Akira Miyawaki, een professor uit Japan. Miyawaki, botanicus en mede-auteur van het boek ‘The healing power of forests’, ontwikkelde in het begin van de jaren zeventig een methode om kleine, dichtbeplantte, stedelijke bossen met uitsluitend inheemse boomsoorten te creëren op gedegenereerde bodems2. Sharma noemt de Tiny Forests, die hij vanaf 2010 in India realiseerde, dan ook Miyawaki-forests. Nederlander Daan Bleichrodt, destijds werkzaam bij IVN Natuureducatie, zag in 2014 een Ted-talk van de Indiër en nodigde hem uit om voor een werkbezoek naar Nederland te komen. Samen met Maarten Bruns schreef hij over alle activiteiten die daaruit voortkwamen in 2021 een boek: ‘Tiny Forest, klein bos, groot avontuur’3. Daarin beschrijven zij hoe de contacten met Sharma in 2016 leidden tot Tiny Forest Groene Woud in Zaandam en hoe er daarna vele zijn gevolgd. Inmiddels zijn in zeven jaar tijd in Nederland meer dan 200 Tiny Forests aangelegd4. Ook in andere landen is de opmars van dit type stadsbosje begonnen5.
Het Koekoeroebos in de Stevenshof in Leiden Foto: Eduard Groen
Stappenplan voor de aanleg
In 2019 is een ‘Handboek Tiny Forest Plantmethode’ verschenen, waarin de stappen worden beschreven om een Tiny Forest aan te leggen. Het handboek is gratis te downloaden op de website van IVN6. De plantmethode begint met een uitgebreid vooronderzoek waarbij zowel de natuurlijke beplanting in de directe omgeving als de bodem uitgebreid worden onderzocht. Daarna wordt de bodem klaargemaakt en worden ontwerp en beplantingsplan (uitgaande van het bostype behorende bij de bodem) vastgesteld. Er wordt bij voorkeur gewerkt met plantgoed van genetisch wilde herkomsten (aanbeveling van Bert Maes7).
Voor de aantallen van de diverse te kiezen boomsoorten wordt rekening gehouden met het eindbeeld in boomhoogtes. Het sortiment richt zich op een verdeling in vier lagen: kroonlaag (circa 20%), boomlaag (circa 45%), sub-boomlaag (circa 25%) en heesterlaag (circa 10%). Optioneel is om aangrenzend een kruidlaag aan te planten.
De boompjes worden verspreid en door elkaar aangeplant, waarbij de bomen die de kroonlaag moeten gaan vormen vooral in de kern worden aangeplant. Rondom wordt een schapenhek geplaatst teneinde het minibos de eerste drie jaar te beschermen tegen ongewenste invloeden van buiten.
Opdat het minibos zo natuurlijk mogelijk groeit is het devies om ‘zo min mogelijk te doen’. Wel wordt de eerste drie jaar de mulchlaag aangevuld, wordt in droge periodes water gegeven, ongewild kruid gewied, het pad vrijgehouden en zwerfafval opgeraapt.
Hoveniers
Het aanleggen van een Tiny Forest is bewerkelijk. NDV-lid Essi Laine is vanaf het begin in 2015 bij Tiny Forests betrokken geweest. In de zeven jaar dat zij voor Hoek hoveniers werkte legde zij meer dan 50 Tiny Forests aan, schreef ze mee aan het Handboek Tiny Forests en gaf zij er cursussen over. Ze vertelt dat gaandeweg steeds meer bekend werd over een zo goed mogelijke aanpak. Zo bleek het onderzoek naar de bodemkwaliteit heel essentieel te zijn. Het standaard frezen van de bovenste 30 centimeter, zoals bij de aanleg van een doorsnee bosplantsoen, is niet altijd de beste methode. Het veranderen van de bodem en het toevoegen van voedingsstoffen om een goed doorwortelbare grond te krijgen tot een diepte van 60 tot 100 centimeter (mede afhankelijk van de grondwaterstand), is maatwerk. De bodem moet niet meer verrijkt worden dan nodig is. Ook werd duidelijk dat, rekening houdend met de lichtinval, het beter is om de hoogste bomen wat meer in het centrum aan te planten en laagblijvende struiken wat meer aan de rand. Zo is door opgedane leerervaringen de plantmethode gaandeweg verder verbeterd.
IVN werkt voor de aanleg samen met een zestiental hovenierbedrijven8 die op de hoogte zijn van de Tiny Forest plantmethode en daardoor het kwaliteitsniveau handhaven.
Informatiebord bij het Koekoeroebos in de Stevenshof in Leiden Foto: Eduard Groen
Betrokkenheid
Het aanleggen en onderhouden van het Tiny Forest in de openbare ruimte gebeurt in nauwe samenwerking met de buurt en een school. Er is plek voor een ‘groene buitenklas’ met zitplaatsen om natuurlessen te geven aan de kinderen.
Een vliegende start was mogelijk door financiële steun door de Nationale Postcode Loterij in 2016. Mede hierdoor en door donaties door provincies, gemeenten, bedrijven en fondsen kon het aantal Tiny Forests van februari 2018 tot juni 2022 groeien van 8 naar 167. In die periode zijn meer dan 100 leerkrachtteams en meer dan 13.750 Tiny Forest Rangers opgeleid. Inmiddels zijn er ook bijna 100 Tiny Forests aangelegd in particuliere tuinen en enkele op bedrijfsterreinen, aangelegd samen met enkele medewerkers van de betrokken bedrijven.
Kosten, trademark en kritiek uit het veld
De kosten van het aanleggen van een stadsbosje volgens de Tiny Forest plantmethode kost volgens de woordvoerder bij IVN alles bij elkaar circa 25.000 euro inclusief zaken als een informatiebord, de participatieactiviteiten en de communicatie. IVN heeft het merk Tiny Forest vastgelegd, wat overigens niet wil zeggen dat er gedwongen winkelnering is. Wie meent dat een minibos aan de voorwaarden9 voldoet, kan dat aanmelden bij IVN, waarna bij gebleken kwaliteit het desbetreffende minibos kan worden toegevoegd aan de kaart met Tiny Forests.
Kritiek uit het veld is er ook. Met name de hoge kosten van de aanleg van een minibos zijn voor sommigen een steen des aanstoots. Meest spraakmakende criticaster is Tinka Chabot, eertijds uitgeroepen tot ‘Duurzaamste hovenier van het jaar 2019’. Zij meent dat de plantmethode niet deugt (‘er wordt voorbijgegaan aan alle ecologische en bosbouwkundige principes’) en dat voor hetzelfde geld een veelvoud aan hectares bos of bosplantsoen kan worden aangelegd (‘Staatsbosbeheer kan voor dat geld enkele honderden hectares bos aanleggen en het beheer langdurig borgen.’). De vraag is in hoeverre die kritiek terecht is. De beschikbare literatuur over de Tiny Forest plantmethode toont aan dat het juist de bedoeling is om nauwlettend rekening te houden met ecologische en botanische principes. En een minstens zo belangrijk onderdeel is de belevingswaarde en betrokkenheid van mensen bij dat groen in de nabije omgeving. Het organiseren van die betrokkenheid, natuureducatie en gemeenschapszin is nu eenmaal duurder dan het aanleggen van een ‘traditioneel’ bosplantsoen.
Het Sleutelbos in Leiden Foto: Eduard Groen
Biodiversiteit en ecosysteemdiensten
In 2015 onderzochten ecologen Fabrice Ottburg en Dennis Lammertsma van Wageningen University & Research een jaar lang het effect van Tiny Forests op de biodiversiteit.10 In 2018 werd dat onderzoek met behulp van bijna 100 vrijwilligers uitgebreid naar de biodiversiteit en ecosysteemdiensten in 11 Tiny Forests. Vooral de biomassaliteit in een Tiny Forest blijkt daarbij opvallend te zijn en bij te dragen aan de positieve effecten.11
Tuiny forest
Een beetje verwarrend is dat naast ‘Tiny Forest’ ook het concept ‘Tuiny forest’ bestaat. Hoe serieus is deze woordgrap te nemen? Ook dit begrip is door IVN als merk geregistreerd. Voor een bedrag van 125 euro kunnen vijf boomvormers, vijf struikjes en een zadenpakket met 27 inheemse kruiden worden aangeschaft. Een minibos in je tuin. Aan de andere kant: in een tijd waarin veel mensen kiezen voor een ‘onderhoudsvrije tuin’ zonder noemenswaardige beplanting: wat kan erop tegen zijn om een tuin juist wel te beplanten met een aantal bomen, struiken en kruiden? In het eindrapport ‘Elke buurt zijn eigen minibos’ is te lezen dat IVN in de periode 2018 tot 2022 meer dan 3000 van deze pakketten heeft verkocht. Dat zijn toch wel serieuze aantallen.
Het stadsbosmozaïek
Uit bovenstaande blijkt dat Tiny Forests kleine, herkenbare, groene stukjes kunnen worden van het grotere geheel aan bomen in een stad, het zogenaamde urban forest. Deze laatste term wordt ook wel ruimer omschreven als ‘het ecosysteem dat alle bomen, planten en de bijbehorende dieren in de stedelijke omgeving bevat, zowel in als rond de stad’.12
René van der Velden, Associate Professor Landscape Architecture and Urban Forestry aan de TU Delft, noemt de visuele voorstelling van dat ecosysteem een bosmozaïek.13‘Denk je de gebouwen weg, dan zie je een parkachtig bos met een grote diversiteit aan configuraties van bomen: punten, lijnen, oppervlakken en volumes. Tezamen vormen die bomen een stadsbosmozaïek.’
Wat Tiny Forests onderscheidt van de gebruikelijke bosplantsoenen is, naast de fysieke kenmerken, ongetwijfeld de betrokkenheid van de mensen uit de omgeving bij de planvorming, de aanleg en het onderhoud. Gecombineerd met de natuureducatie en de ontstane gemeenschapszin is de meerwaarde ervan door dit alles, vergeleken met een gemiddeld bosplantsoen, tamelijk evident.
Het feit dat het de bedoeling is om in Tiny Forests genetisch wild plantgoed aan te planten kan voor dendrologen een extra reden zijn ze te bezoeken. Navraag bij IVN leert dat het nog niet zo eenvoudig is om te achterhalen in welke Tiny Forests precies dat autochtoon materiaal van genetisch wilde herkomsten is aangeplant. Meer bekendheid hieromtrent zou voor dendrologen interessant kunnen zijn.
Het Zweefvliegbos in Leiden Foto: Eduard Groen
Literatuur/verwijzingen 1 Een tennisveld heeft een omvang van 8,23 bij 23,77 meter (23 x 78 feet), nagenoeg 200 m2 (0,02 hectare). 2 Miyawaki, A., & E.O. Box (2006). The healing power of forests. The philosophy behind earth’s balance with native trees. Kosei publishing, Tokyo 3 Bleichrodt, Daan & Maarten Bruns (2021). Tiny Forest, klein bos, groot avontuur. Uitgeverij Noordboek 4 Een kaart met daarop alle Tiny Forests staat op de website van IVN: https://www.ivn.nl/aanbod/tiny-forest/onze-bossen/ 5 Digitale kaart met Tiny Forests: https://www.ivn.nl/aanbod/tiny-forest-europe/our-forests/ 6 Handboek Tiny Forest plantmethode: https://www.ivn.nl/natuurdownloads/tiny-forest-handboek/ 7 Maes, Bert en Carmen Hiddes (2019), Inheemse boom- en struiksoorten en klimaatveranderingen. Uitgeverij IVN natuureducatie. 8 Op de website van IVN staat een lijst met bedrijven: https://www.ivn.nl/aanbod/tiny-forest/hoveniers/ 9 Checklist Tiny Forest: https://www.ivn.nl/app/uploads/2022/11/checklist_is_mijn_bos_een_tiny_forest_2.pdf 10 WUR-onderzoek: https://edepot.wur/442150 11 Fabrice Ottburg, Dennis Lammertsma, Wim Dimmers, Bas Lerink, Mart-Jan Schelhaas & John Janssen (2022) Tint forests: groene mini-oases in de stad. Wageningen University & Research: https://edepot.wur.nl/571147 12 Sands, R. (2013). Forestry in a global context. CAB International 13 Lezing René van der Velden, Seminar over de Bomenatlas van Delft, 5 oktober 2023.
Op een stralende zaterdag (16 september 2023), hebben wij met de NDV een aantal bedrijven in Boskoop bezocht. Volgens een ingenieus schema werden we ingedeeld in kleine groepen van 15 deelnemers en elke groep bezocht gedurende 1 ¼ uur een boomkwekerij. Deze werkwijze was noodzakelijk omdat de smalle percelen in Boskoop niet zijn berekend op grote groepen. Het kwam overigens de kwaliteit van de excursie ten goede.
Boomkwekerij Arie en Erwin Maaijen
Na een vriendelijke ontvangst en een korte introductie door Erwin liepen we richting de bijzondere bomen in pot. We waren verbaasd dat Erwin veel ‘bijzondere’ spillen van laanbomen kweekt, iets wat we eerder in Opheusden verwachten. In de rondgang werd duidelijk waarom Erwin het sortiment bijzonder noemt. We kwamen de Parrotia persica ‘JLPN01’ ᴘᴇʀꜱɪᴏɴ ꜱᴘɪʀᴇ tegen, een langzaam groeiende boom met een smalle vorm en een prachtige, afschilferende bast. Zo ook een bijzondere Hydrangea paniculata, waarbij drie cultivars ‘Coussine’
Petite Flori, ‘Couharie’ ᴘᴇᴛɪᴛᴇ ᴄʜᴇʀʀʏ en ‘Coustar02’ ᴘᴇᴛɪᴛᴇ ꜱᴛᴀʀ groeien op één stam. Deze drie cultivars zijn eigendom van Breederplants. Bij de Corylus cultivars (o.a. de kronkelhazelaar) volgde uitleg over het kweken op eigen wortel vanuit stek, het enten en hoe de mutaties ontstaan. Voor de Ginkgo kiest Erwin voor enkele, specifieke cultivars voor afzet naar gemeentes. Die willen geen bomen die vruchten dragen, vanwege de overlast door stinkende vruchten. Dus geen bomen met een vrouwelijke bloei! Tot slot stonden we stil bij enkele cultivars van de Nyssa sylvatica, de Tupeloboom, die erg populair is in de Verenigde Staten. Deze wordt door Erwin vermeerdert door middel van afleggen.
Haag van Nyssa sylvatica. Kwekerij Arie en Erwin Maaijen. Foto: Harry de Coo
Arboretum Klaas Verboom
Klaas Verboom was de volgende kweker. Na jarenlang zijn kwekerij gerund te hebben, was Klaas na het stoppen van het bedrijf nog niet klaar met de houtige gewassen. Hij had een indrukwekkende verzameling bijeengebracht door de jaren heen en wilde deze niet verloren laten gaan. In samenwerking met een ontwerper heeft hij van zijn kwekerij een arboretum gemaakt, waar de collectie tot zijn recht komt en eventueel verder kan groeien.
Er waren vele bijzonderheden te zien zoals een Magnolia met bloemen zo groot dat je hoofd erin verdween als je er aan rook (zie foto), een Crataegus pinnatifida ‘Big Ball’ met vruchten die bijna op kleine appels lijken en, één van Klaas zijn favorieten, de spectaculaire bloemen van de Hydrangea paniculata ‘Smphfl’ ꜰɪʀᴇ ʟɪɢʜᴛ. Verder trokken de Varenberk (Comptonia peregrina) met zijn prachtige blad en de Quercus ×warei ‘Nadler’ ᴋɪɴᴅʀᴇᴅ ꜱᴘɪʀɪᴛ veel bekijks. Deze zuilvormige Eik is bestand tegen meeldauw en kon rekenen op enthousiasme van de deelnemers. Het arboretum is een aanrader. Het is niet vrij toegankelijk maar bij speciale gelegenheden geeft Klaas graag een rondleiding.
Magnolia grandiflora ‘Galissonière’. Arboretum Klaas Verboom. Foto: Harry de Coo
Boot & Dart Boomkwekerijen
Bij de prachtige entree van dit bedrijf werden we verwelkomd door mooie borders met zelf gewonnen of gevonden soorten en cultivars van heesters en vaste planten. We werden rondgeleid langs de mooie combinaties. Enkele opvallende planten: Aster ageratoides ‘Asran’, Aster ageratoides ‘Stardust’, Hydrangea paniculata ‘LCN015’ ʟɪᴠɪɴɢ ᴄᴏʟᴏᴜʀꜰᴜʟ ᴄᴏᴄᴋᴛᴀɪʟ, Hypericum ×inodorum ‘Kolmarel’ ʀᴇᴅ ɢᴇᴍ en ‘Kolmbeau’ ᴍᴀɢɪᴄᴀʟ ʙᴇᴀᴜᴛʏ en Weigela ‘Naomi Campbell’. De Hypericums zijn roest- en meeldauwresistent met gele bloemen en rode en oranje bessen. Hydrangea paniculata ‘LCN015’ ʟɪᴠɪɴɢ ᴄᴏʟᴏᴜʀꜰᴜʟ ᴄᴏᴄᴋᴛᴀɪʟ heeft stevige stengels zodat ze met regen mooi recht op blijven staan. De grote, witte bloemen verkleuren later naar diep rood. Weigela
‘Naomi Campbell’ bloeit met dieproze bloemen in mei-juni en heeft purperkleurige bladeren.
Boot & Dart selecteert op functionele en praktische eigenschappen waardoor gemeenten weinig onderhoud hebben in de beplantingsvakken. De veredeling van rozen is een langdurig proces. Bij het selecteren wordt er gelet op het snel bedekken van de bodem, de geur, het opschonen van de planten, een hoogte van maximaal 60-70 cm, enkel- of halfgevulde bloemen voor de biodiversiteit en ze moeten bij voorkeur met de maaibalk gesnoeid kunnen worden.
Omdat de zomers warmer en droger worden, doet men ook onderzoek naar droogte- en warmteresistente soorten vaste planten en heesters zoals Choisya ‘Aztec Pearl’. Ook stond er een selectie van Viburnum nudum
onder nummer, die een smalle opgaande groei vertoonde en erg geschikt als heg toegepast zou kunnen worden. En bij Physocarpus opulifolius wordt er gezocht naar nieuwe cultivars, vooral naar soorten met purperkleurige bladeren. Boot & Dart werkt met een interessante visie aan vernieuwing van het sortiment met oog voor de wensen van het vak.
Kwekerij Bulk
Ook de kwekerij van Mark en Anne Bulk was de moeite waard. Deze enthousiaste kwekers lieten ons hun uitgebreide sortiment zien in de tuin bij de kwekerij. Ook weer een tuin om terug te komen met veel interessante planten. Zij munten uit in een breed sortiment en hun uitgebreide kennis daarover. Een paradijs voor de liefhebber en de professional.
Plantentuin Esveld
De lunch is altijd een belangrijk gebeuren, al is het alleen al voor het netwerken. Cor van Gelderen van Plantentuin Esveld nodigde ons uit voor een broodje en een praatje en gaf ons de gelegenheid de tuin te bekijken.
Mallotus japonicus. Plantentuin Esveld. Foto: Pierre Theunissen
Deze website maakt gebruik van cookies
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of je toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.