Categoriearchief: Dendrovaria

Nabloei Davidia involucrata

In de laatste week van augustus 2019 bloeide de acht meter hoge Davidia involucrata in mijn tuin, gelegen in Hoensbroek (gemeente Heerlen). Het was zeker geen bescheiden nabloei, overal in de 25 jaar oude boom hingen de karakteristieke witte zakdoekjes. De exceptionele bloei begon in de (meteorologische) laatste zomerweek en eindigde in de derde week van de herfst. Eind april van dit jaar had de boom ook gebloeid. Half september waren nog een tiental bloemen aanwezig. Tegelijk waren de bijna volgroeide noten zichtbaar die waren ontstaan uit de voorjaarsbloei, samen met de ontstane en nog kleine vruchten uit de nazomerbloei.
Waarnemingen van bloei in nazomer/najaar zijn schaars. In 2018 is nabloei gemeld van een zakdoekjesboom in een park te Steenwijk, Overijssel, Nederland. Heel verrassend bleek gelijktijdig met het exemplaar in mijn tuin ook een Davidia involucrata te bloeien nabij de oude St. Janskerk te Hoensbroek. Diverse andere exemplaren (onder andere in Heerlen, Maastricht, Sittard en Valkenburg aan de Geul) vertoonden geen najaarsbloei. Alle bomen toonden wel schade door bladverbranding, vrijwel zeker opgelopen tijdens de hittegolf van afgelopen juli.

Hittestress en droogtestress
De zomer van 2019 was in zuidoost Nederland heet, zonnig en droog. Telkens in de tweede helft van juni, juli en augustus was er een hittegolf. Tijdens de tweede hittegolf (van 22 tot en met 27 juli) steeg de temperatuur enkele dagen tot rond de 40 graden Celsius. Tijdens deze periode veroorzaakte de brandende zon bij de zakdoekjesboom in mijn tuin ernstige bladverbranding. De eerste helft van augustus verliep relatief koel. De vaantjesboom liet veel bruin verbrand blad vallen. Na de aanhoudende droogte viel op 18 augustus eindelijk neerslag van betekenis: 25 mm. Daarop reageerde de boom met de aanmaak van fris, nieuw blad. En de grootste verrassing: er verschenen bloemknoppen. In de laatste week van augustus stond de boom in volle bloei.

Volgroeide noot uit voorjaarsbloei, samen met nabloei en bladverbranding
Foto: Danny van Gageldonk

Endemisch
In het endemische verspreidingsgebied van Davidia involucrata (in West- en Centraal China: Guizhou, Hubei, Hunan, Sichuan en Noord-Yunnan) zijn de zomers uitgesproken nat en relatief koel. De gebieden herbergen een grote hoeveelheid botanische kostbaarheden en gelden als refugiumgebied waar talloze soorten een goed heenkomen vonden. De hoeveelheid regen in juni en september is er 100 tot 200 mm. per maand. In juli en augustus valt per maand meer dan 200 mm. Natuurlijke drainage ter plekke zorgt voor snelle afvoer van een surplus aan neerslag. Wereldwijd, ook in China, vormt klimaatverandering een bedreiging voor biodiversiteit en genetische rijkdom. Davidia involucrata geldt als een zeldzame en bedreigde soort.

Beschikbaarheid en toepassingen
Systematici plaatsen Davidia involucrata in een eigen familie, Davidiaceae, of in de familie van de Nyssaceae. Een aan Davidia verwant lid in de Nyssaceae is Camptotheca acuminata (happy tree, cancer tree, tree of life). De ontdekking van de stof camptothecin heeft geleid tot de ontwikkeling van middelen, die in gebruik zijn voor chemotherapie.
Wetenschappelijke artikelen maken melding van unieke stoffen in Davidia involucrata die mogelijk een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen Het gaat vooral om tumorremmende eigenschappen.* De medicinale waarde van Davidia involucrata zou de grote sierwaarde kunnen overstijgen. Voor verder onderzoek is beschikbaarheid van de bomen natuurlijk van belang. Wellicht is de schaarste aan de soort de reden dat er weinig onderzoek plaatsvindt. Als het materiaal er niet is, kan het ook niet worden onderzocht. Mijn hoop is een partij te vinden die verder onderzoek wil doen. Een aantal jonge Davidia’s stel ik voor dat doel beschikbaar.
Generatieve vermeerdering van Davidia involucrata waarborgt genetische rijkdom (variatie) en biodiversiteit. Uit generatieve vermeerdering verkregen zakdoekjesbomen verschillen wat betreft groeikracht, groeivorm, grootte van de bloemen (schutbladen). Ook bontbladige bomen komen voor. Of individuele bomen ook verschillen in gehaltes aan waardevolle medicinale stoffen is (nog) niet bekend. Uit generatieve vermeerdering verkregen jonge exemplaren van Davidia involucrata zijn beschikbaar.

* Informatie hierover is te vinden bij:
www.hindawi.com/journals/jchem/2016/9806102/
www.mdpi.com/1420-3049/22/3/470

Een keur aan bladvormen en -kleuren van de vaantjesboom
Foto: Danny van Gageldonk

Over Anacardiaceae in het algemeen en het geslacht Toxicodendron in het bijzonder

De Anacardiaceae is een bonte familie van voornamelijk (sub)tropische houtige gewassen. Enkele geslachten gedijen ook in onze gematigde streken zoals de bekende fluweelboom, een notoire woekeraar, zeker in oostelijk Canada. De bontheid is te danken aan het feit dat de familie geslachten dan wel soorten omvat die gewilde vruchten produceren zoals mango, cashew- en pistachenoot. Daarnaast leveren enkele geslachten Chinese zwarte lak (Rhus verniciflua), hebben ze sierwaarde (Cotinus coggygria, de pruikenboom) en zijn er geslachten die afschrikwekkende huidinfecties veroorzaken, zoals Toxicodendron (de naam zegt vermoedelijk genoeg).

Toxicodendron radicans in de Botanische Tuin Fort Hoofddijk, Utrecht
Foto: Gábor Ajtay

Bij het laatst genoemde geslacht sta ik uitvoeriger stil. Er zijn volgens The Plant List 28 soorten, ik beperk me tot twee: T. radicans en T. diversi­lobum. De morfologische verschillen tussen beide zijn klein. Het belangrijkste verschil is dat de eerstgenoemde inheems is in de oostelijke VS (en in Oost-Azië) en de tweede voorkomt langs de Stille Oceaan, van zuidelijk Alaska tot in Californië. De morfologische veelvormigheid leidde onvermijdelijk tot het onderscheiden van subsoorten. Toxicodendron staat bekend onder diverse benamingen zoals gif eik, poison ivy, gifsumak … Deze veelnamigheid wijst al op de verschillende ervaringen die de mensheid met deze opmerkelijke houtige heeft. De boosdoener is een olieachtig residu in het blad, urushiol genaamd. Als het lichaam in contact is gekomen met het blad en niet direct via wassen met water en zeep geschoond, ontstaat er een allergische huidreactie.

Blad in detail
Foto: Gábor Ajtay

Toxicodendron radicans is morfologisch behoorlijk variabel en daardoor natuurlijk taxonomisch moeilijk te determineren. In mijn arboretum ontdekte ik enkele jaren terug het volgende: diverse twijgen van de plant zijn ‘blootbeworteld’ zoals bij klimop, hoewel de twijgen niet echt tegen naburige struiken of muren aanleunen of daarmee verstrengeld zijn. Ooit las ik dat je twee soorten hebt waarvan de een wel en de andere niet dergelijke hechtwortelharen vormt. Toxicodendron radicans is tot op zekere hoogte polymorf. Ze kunnen zowel staand groeien als klimmend. Dat zag ik veel eerder tijdens bezoek aan Philadelphia, VS, in een wild ogend park waar het ene specimen in twijgen klom en het andere, wat verder ervan verwijderd, gewoon zelfstandig opging.
Opgevallen is me dat bloei en vruchtzetting, ook in andere collecties dan de mijne, zeldzaam waarneembaar zijn. Oorzaak? In de literatuur vind ik nauwelijks iets over de seksualiteit van de familie en het geslacht in kwestie.
Vanwaar die dure familienaam Anacardiaceae? Backer verklaart: ‘ana’ is Grieks voor omhoog gaand of staand, ‘cardia’ eender voor hart. Het verwijst naar de gezwollen, hartvormig ogende zwelling van de bladstengeltop bij leden van de familie, suggererend dat die zwelling een vrucht zou zijn.

Literatuur
C.A. Backer (2000). Verklarend woordenboek van wetenschappe­lijke plantennamen, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen.
V.H. Heywood (1993). Flowering plants of the world, Batsford, Londen.
Wikipedia: lemma Anacardiaceae

Pinetum De Belten, een NDV-plaquette waard

Op donderdag 10 oktober 2019 reikt burgemeester Besselink van de gemeente Bronckhorst de derde NDV-plaquette uit aan de familie Feith van Pinetum De Belten. Daarmee onderstreept de NDV het belang van de grote collectie Abies, Chamaecyparis, Picea en Pinus met al zijn bijzondere, zeldzame en historische kweekvormen. De plaquette wordt overhandigd tijdens de 78e Dendrologendag.

Ginkgo biloba ‘Variegata’
Foto: Harry de Coo

Het Pinetum maakt deel uit van het landgoed De Belten. De gronden waarop het landgoed werd gesticht, maakten tot 1929 deel uit van het nabijgelegen landgoed Wildenborch en bestonden vooral uit arme heide en lage zandduinen (‘de belten’). Landgoed De Belten werd in 1955 aangekocht door Jonkheer Mr. Pieter Rutger Feith. Hij stichtte het Pinetum in 1962 op het noordelijke deel van het landgoed. Hier was ruimte ontstaan na de kap van meerdere witte acacia’s (Robinia pseudoacacia). Er werden ter vervanging meerdere soorten naaldbomen en andere naaktzadigen geplant om te bekijken welke van deze boomsoorten het goed zouden doen op de arme grond. Dit sloeg gedurende de jaren zeventig van de 20e eeuw om in een verzamelwoede, die resulteerde in een collectie met meer dan 1500 soorten en kweekvormen. De vader van de huidige beheerder, Rhijnvis Feith, had daarmee in die tijd een van de grootste particuliere verzamelingen in Nederland. Hij was tijdens zijn vele reizen altijd op zoek naar soorten die hij nog niet had en liet die vaak over grote afstand en soms per trein naar het landgoed sturen. Deze verzameling vormt nog steeds de kern van het huidige pinetum.

Mooie blik op het pinetum met op de voorgrond Pinus armandii met kegels
Foto: Harry de Coo

Professionalisering en ontwikkeling
Vóór het overlijden van Pieter Rutger in 1980 is het pinetum ondergebracht in een stichting. De familie stond voor het grote vraagstuk om het beheer van dit erfgoed op een goede manier voort te zetten. Besloten werd om professioneel advies in te winnen en dit resulteerde tussen 1990 en 1995 in een ingrijpende renovatie waarbij 600 bomen zijn verwijderd om meer groeiruimte te creëren. Ook zijn van bijzondere taxa stekken genomen en in Boskoop opgekweekt om te herplanten. Op dit moment bestaat de verzameling uit bijna 1000 coniferen en andere naaktzadigen.
Pinetum De Belten meet 1,8 hectare. Het is niet ontworpen als bomentuin, maar ontwikkeld vanuit een experimentele boomaanplant die met het groeien van de verzameling werd uitgebreid. Het resultaat is een halfopen bostuin met een breed scala aan naaldbomen en schubconiferen, die in visueel aantrekkelijke combinaties zijn geplant met vaak leuke doorkijkjes. Het oudste deel, met de grootste bomen – vaak wilde soorten – is gelegen in het zuiden. Het noordelijke deel omvat de latere toevoegingen. In dit deel zijn ook een vijver en een schuilhut gelegen. Bij de vijver staan enkele grote exemplaren van de moerascypres (Taxodium distichum), die anders niet zouden groeien op deze arme zandgrond. Vanwege die bodem doen vooral den (Pinus), zilverspar (Abies), fijnspar (Picea), Japanse notenboom (Ginkgo) en Schijncipres (Chamaecyparis) het goed. Er zijn van deze coniferen diverse soorten en vele – zeldzame – kweekvormen aanwezig, waaronder draadvormige selecties van Chamaecyparis pisifera. Wat verder opvalt zijn de vele inmiddels volwassen geworden dwergvormen. Sommige zijn redelijk klein gebleven, andere zijn soms metershoog uitgegroeid en hebben zo een geheel eigen karakter gekregen.
Het pinetum is in principe het gehele jaar tot zonsondergang open voor belangstellenden. Er is een plattegrond met plantlijst aanwezig bij de ingang. Omdat deze redelijk onbekende tuin het waard is om door meer mensen ontdekt te worden, zowel uit de regio als daarbuiten, en vanwege grote waarde als referentiecollectie heeft het NDV-bestuur besloten Pinetum De Belten de NDV-plaquette toe te kennen.

De toegangspoort van Pinetum De Belten
Foto: Harry de Coo