Over landschappen en tuinarchitectuur

Tijdens de NDV-reis naar Duitsland en Polen maakten we kennis met de vroeg landschappelijke tuin- landschapsarchitectuur. Wat betekent de landschapsstijl voor twee van de bezochte parken en waar liggen de wortels van het gemaakte landschap; waar komt de (Engelse) landschapsstijl eigenlijk vandaan?

Ook voor een dendroloog is gedegen kennis van landschappen en compositie onmisbaar. Voor mij komt het regelmatig aan bod tijdens studentenexcursies Bos- en natuurbeheer.
Ook onze halfnatuurlijke landschappen zijn sterk beïnvloed door principes uit vroege landschapscomposities. Dit artikel bood me de mogelijkheid om het eens verder uit te diepen.

Ornamental farm
Het Hirschbergertal (bij Jelena Góra) in Polen wordt het Schlesisch Elysium genoemd (een vredige en zonnige plek, omringd door schoonheid), een combinatie van burchten, kastelen, herenhuizen, parken en waterpartijen met uitzicht op het Reuzengebergte. Eén van de parken is park Bukowiec (120 ha). Dit eeuwenoude, kleinschalige cultuurlandschap met boerderijen, karakteristieke huizen en burchten is ingericht als ‘ornamental farm’: een combinatie van agrarisch landschap en een beleefpark voor de aristocratie. Er zijn tien door de bergrivier Jedlica gevoede natuurlijke visvijvers, weiden, oude boomgroepen en natuurlijke rotspartijen. De eigenaren Friedrich von Reden en zijn vrouw Karolina lieten zich inspireren door de Engelse landschapsparken en pasten vanaf 1785 hun ideeën toe in Bukowiec, onder andere door toevoeging van gebouwen, landschapskunst en doorzichten. Daarmee is het een vroege toepassing van de Engelse landschapsstijlkunst en wordt het geroemd als het eerste landschapspark op het vasteland van Europa.
Het oorspronkelijke cultuur- en natuurgebied is slechts licht aangepast met boomgroepen en doorzichten om prachtige landschapseffecten te creëren. Er zijn alleen van nature voorkomende boomsoorten aangeplant: Beuk, Zomereik, Haagbeuk, Fladderiep, Winterlinde, Els, Zwarte populier en Kraakwilg. In mijn beleving zie je hier de meest pure vorm van vroege landschapscompositie.

Plattegrond van park Bukowiec

Een spel met boomgroepen en doorzichten
Het Muskauer park (560 ha) ligt aan weerszijden van de Neisse, de grensrivier tussen Duitsland en Polen, Unesco werelderfgoed sinds 2004. Velden, kleine meertjes en boomgroepen wisselen elkaar af en zijn aangepast aan het omringende landschap in een combinatie van landschapscompositie en tuinkunst. Topografisch ligt het park op de uiterwaard en op hoogte-terrassen langs de rivier.
De eigenaar, Hermann von Pückler, werd geïnspireerd in Engeland, waar hij kennis maakte met de Engelse landschapsstijl. Vanaf 1815 liet hij een landschapspark aanleggen met bos, weiden, waterpartijen, kasteelpark en bloementuinen, behorend bij een renaissance kasteel. Belangrijk zijn de vele doorzichten, vaak zichtbaar vanaf stenen bankjes. Vanuit het kasteel gezien zijn park en landschap volledig op elkaar afgestemd als in een landschapsschilderij. Op de voorgrond een lusthof en bloementuinen met het park in het midden en op de achtergrond weiden, vergezichten en bosranden. Het kasteel is vanuit het park niet volledig zichtbaar, maar deels door begroeiing bedekt, wat het juist spannend maakt. “Het hoogste niveau van landschapstuinkunst wordt pas bereikt als het lijkt alsof de natuur vrij is, maar dan in haar nobelste vorm” is een uitspraak van von Pückler in 1834. Hij liet de bestaande topografie grotendeels intact, waardoor het voor de bezoekers puur natuur lijkt, maar dan wel een lieflijke natuur waar het goed toeven is, met fraaie landschapsbeelden en vergezichten waar je tot rust kunt komen. De paden leiden langs alle fraaie plekken en doorzichten. Deze manier van landschapsarchitectuur was baanbrekend voor het Europese vasteland en werd vaak nagevolgd. Ook hij werkte met van nature voorkomende boomsoorten.
De Duitse tuinarchitect Alexander Petzold (bekend van Nederlandse ontwerpen in Rhederoord, Hof te Dieren en Middachten3) borduurde in 1852 voort op het ontwerp van von Pückler. Kenmerkend voor Petzolds ontwerp zijn de amoebe-achtige vormen van beplantingsgroepen. Bloeiende bomen op de kruispunten van paden onttrekken het landschap even aan het oog, waardoor de nieuwsgierigheid wordt opgebouwd en het landschap zich weer aan de wandelaar ontvouwt als deze verder loopt. Hij leidde de bezoekers via een slingerweg langs enorme Zomereiken (met een omtrek van vijf tot zeven meter), al aanwezig uit de tijd voor von Pückler.

Plattegrond van het Muskauer park

Petzold voegde mooie boomgroepen toe, soms met elkaar vergroeid, soms verder van elkaar afstaand. Van Linden werden wel boomboeketten gemaakt door éénstammige bomen af te zagen, waardoor ze met meer stammen weer uitgroeiden. Juist dan ontstaat de echte boeketvorm, met vanaf de basis naar buiten uitgebogen stammen. Vaak zijn deze bij bankjes te vinden, waar ze heerlijke schaduw geven.
Tijdens de renovatieperiode van het Muskauer park, vanaf 1990, werden dichtgegroeide doorzichten hersteld, beekloopjes uitgediept en weilanden open gemaakt om het ruimtelijk ontwerp weer terug te brengen. In het kasteelpark groeit een ruimer boomsortiment, o.a. een enorme Aesculus parviflora-struik (Herfst-paardenkastanje), Tilia tomentosa ‘Pendula’ (Hangende zilverlinde), Magnolia acuminata (Bosmagnolia) en Taxodium distichum (Moerascipres).

Stuw in het Muskauer park.
Foto: Leo Goudzwaard

Kenmerkende Engelse elementen zijn de ‘wilderness’ en de ‘shrubbery’. Een ‘wilderness’ is een kleine boomgroep, omzoomd door heesters en bloemen, soorten die van nature in het landschap voorkomen, ook wel ‘clump’ genoemd2. Een ‘clump’ heeft dus oorspronkelijk een ruimere betekenis dan alleen een boomgroep. De ‘shrubbery’ is een heesterbeplanting met paden erdoorheen, een bijna vergeten aspect van Engelse tuinen. De ‘shrubbery’ ontwikkelde zich tot een pronkstuk met nieuw geïntroduceerde, fraai bloeiende heesters. Pas later ontstonden de lijnvormige heesterborders, omzoomd met vaste planten, in kleinere tuinen.
Von Pückler (18eeeuw) en Petzold (19eeeuw) waren grootmeesters van de landschapsstijl op het Europese vasteland. Weinig bekend maar zeker ook invloedrijk voor de ontwikkeling van de landschapsstijl in Europa was de Poolse Izabela Czartoryska (1745-1835). Zij werd beïnvloed door de Engelse landschapsstijl, de ideeën van Kent en werd geïnspireerd door de parken en gebouwen van Stourhead en Stowe. Ze schreef een boek over tuinen in het Pools waardoor zij lange tijd onbekend bleef buiten Polen2. Zij liet het park bij het Czartoryski paleis in de Poolse stad Pulawy aanleggen in Engelse landschapsstijl door in 1790 James Savage aan te stellen als ontwerper en tuinman, die veel planten uit Engeland introduceerde.

Muskauer park.
Foto: NikodemP-PL, 2024, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons

De wortels van de Engelse landschapsstijl
William Kent (1685-1748) is de grondlegger van de natuurlijke stijl in Europa en was ook de invloedrijkste architect en tuinontwerper van de Augustus-stijl: terugbrengen van klassiek Romeinse elementen en bouwwerken in de Engelse tuinen van de vroege 18e eeuw. Claremont Park, waar hij een belangrijke bijdrage aan geleverd heeft, is het vroegste nog bestaande Engelse park in landschapsstijl uit 1715.
Door de aristocratie werd het leven op het platteland geïdealiseerd en als echte natuur gezien.
Een beroemde uitspraak van Kent is: “Nature abhors a straight line” (de natuur verafschuwt rechte lijnen). Zijn natuurlijke stijl, verwijderd van formaliteit, was revolutionair en een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de landschapsstijl. Hij omarmde organische, vloeiende vormen en bootste natuurlijke landschappen na.
De serpentine-stijl met kronkelige slangachtige paden en waterpartijen werd in de eeuwen erna en wordt in de hedendaagse tuinarchitectuur nog steeds veelvuldig toegepast.
Kent was een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de Engelse landschapstuin, later opgevolgd door ontwerpers als Lancelot ‘Capability’ Brown.

China
De klassieke Engelse tuinen uit de 17e eeuw, met hun geometrische vormen, werden later omgevormd volgens 2000 jaar oude Chinese ontwerpprincipes, waarin de natuur werd nagebootst en waarin rotsen, water en planten een harmonieus geheel vormen. Beroemd is het 12 meter lange schilderij “thousand miles of rivers and mountains” uit 11001.
De bron van het klassieke Chinees tuinontwerp ligt in Suzhou stad1. Daar ontwikkelde principes verspreidden zich snel over China en later over de rest van de wereld. Principes over hoe je de natuur kunt zien, er deel van kunt zijn en er plezier van kunt hebben. Een Chinese tuin bootst de wereld na met alles erin: bergen, water, wegen, paden en gebouwen, als ook het oude cultuurlandschap, zoals in de hierboven beschreven twee grote landschapsparken. De grootsheid en essentie van de natuur wordt op kleinere schaal weergegeven in parken en tuinen. Deze ideeën zijn opgenomen in de Engelse landschapsstijl.
Chinese invloeden zijn terug te zien zowel in de 18eeeuwse als in hedendaagse tuin- en landschapsontwerpen. Het toepassen van follies, natuurlijke of kunstmatige grotten, watervallen, heuvels en vergezichten is gebaseerd op de Chinese cultuur, alsmede het toepassen van contrasten in textuur (grote bladeren naast fijne) en in kleur. Veel houtige planten die als typisch voor Engelse tuinen worden gezien, komen uit China zoals Camellia, Hydrangea, Jasminum, Magnolia en Hibiscus.

Literatuur
1 Traces of China: How English gardens were transformed by Chinese principles. https://newseu.cgtn.com/news/2025-01-24/Traces-of-China-the-English-gardens-transformed-by-Chinese-design-1Ank10WjVcI/p.html

2 Czartoryska, I.. 1808. Mancherlei gedanken uber die Art und Weise Garten anzulegen. Herdruk 2018. Mitteilungen der Pückler Gesellschaft e.V. Berlin

3 Storms-Smeets, E., 2011. Gelders Arcadie, Atlas van een buitenplaatsenlandschap. Gelders Genootschap. Uitgeverij Matrijs.

Geef een reactie