Leycesteria formosa, sieraad van de omslag

<i>Leycesteria formosa</i> staat volop in bloei
Leycesteria formosa staat volop in bloei
Foto: Ineke Vink

De fraaie foto op de omslag van Arbor Vitae 3 van 2018 toont een heester waar de sierwaarde van af straalt. Toch is het helaas geen bekende tuinplant. De Nederlandse naam fazantenbes kreeg ze ooit omdat ze in Engeland en Frankrijk speciaal voor fazanten werd aangeplant die al etend van de bessen een gemakkelijke prooi voor de jagers waren.

Het geslacht Leycesteria werd door de bekende Engelse plantenverzamelaar Nathaniel Wallich genoemd naar William Leycester (1775-1831), een Engelse jurist, die tijdens zijn verblijf als rechter in voormalig Brits-Indië planten verzamelde. De introductie in Engeland gebeurde in 1824. Leycesteria behoort tot de familie van de Caprifoliaceae. Van de zes soorten die het geslacht telt, is L. formosa veruit de bekendste en ook de soort met het grootste areaal. Het omvat het gehele zuidelijke Himalayagebied van Pakistan tot in Z. W. China.

Kenmerken
De fazantenbes is een bladverliezende tot 2 m hoge heester met groene holle stengels met aanvankelijk een blauwachtige glans. De bladeren zijn tegenoverstaand, gaafrandig en lang toegespitst. De bovenzijde van het blad is donkergroen en de onderzijde blauwachtig. De bloeiwijzen zijn lange hangende schijnaren met donkerrode schutbladen en witte bloemen in de oksels. De bloei is van juli tot september. De felgekleurde schutbladen zorgen er voor dat de plant ook na de bloei de aandacht blijft trekken. De vruchten zijn zachte purperrode bessen met veel kleine zaden. Ze zijn sterk geurend en volgens sommigen chocoladeachtig, volgens anderen meer nootachtig. Dit laatste is terug te vinden in de Engelse benaming nutmeg. Behalve de naam fazantenbes wordt de heester ook grootmoeders oorbellen genoemd of, wederom vanwege de geur, caramelbes.
De fazantenbes houdt van een zonnige standplaats en een goed doorlatende bodem. In strenge winters kan de plant bevriezen, maar ze ontwikkelt in het voorjaar weer nieuwe stengels. De vermeerdering gaat gemakkelijk middels zaden. Mede om die reden is de soort invasief in Australië en Nieuw-Zeeland en dreigt ze dat ook te worden in Europa en Noord Amerika.
Een fraaie cultivar is ‘Purple Rain’ met, zoals de naam al aangeeft, een zeer intense purperen kleur van de schutbladen. Om dezelfde reden verschenen de selecties ‘Red Rockett’ en ‘Red Shuttle’ op de markt. Een geelbladige selectie met rood jong blad is ‘Golden Lanterns’.

Ook rupsen houden van <i>Leycesteria formosa</i>
Ook rupsen houden van Leycesteria formosa
Foto: Ineke Vink
De bessen van <i>Leycesteria formosa</i>
De bessen van Leycesteria formosa
Foto: Ineke Vink

Geef een reactie