Edgeworthia chrysantha, meer dan een interessante winterbloeier

Op de omslag van deze eerste uitgave van Jaargang 28 prijkt een bloeiende heester waarvan de Nederlandse naam papierstruik is. Die associatie roept vragen op. Bij het zoeken naar een antwoord daarop blijkt het allemaal nog veel ingewikkelder te zijn.

Alvorens op die problematiek in te gaan eerst eens nader kennismaken met deze struik. Edgeworthia chrysantha hoort van nature thuis in de zuidoostelijke helft van China, maar als oude cultuurplant is ze daar ook vaak verwilderd. In Japan is ze sinds lang in cultuur. In het zuidwesten van China komen nog drie andere soorten voor, waarvan E. gardneri ook zuidelijker in de Himalaya wijd is verbreid. Dit zijn steeds wintergroene soorten, terwijl E. chrysantha bladverliezend is. Het geslacht hoort thuis in de familie van de Thymelaceae en werd in 1841 beschreven door Carl Meisner. Met de naam Edgeworthia eerde hij de Ierse botanicus Michael Pakenham Edgeworth en diens zuster Maria. Deze laatste is bekend geworden als auteur van Castle Rackrent, een boek dat de verwaarlozing van Ierse landgoederen door de Engelse eigenaars aan de kaak stelde. E. chrysantha bloeit voor de bladontwikkeling in februari-maart met heerlijk geurende, zijdeachtige, goudgele buisvormige, bloemen. Ze staan in eindstandige clusters met 40-50 bijeen. Het blad is lancetvormig, olijfgroen en aanvankelijk behaard. De struik kan 1,5 (-2,5) m hoog worden, maar de winterhardheid is een probleem. Een beschutte standplaats is belangrijk. Het is daarom vooral een echte liefhebbersplant. De plant dankt zijn naam papierstruik aan het gebruik van de bast voor het maken van zeer duurzaam papier dat in Japan bekend staat als mutsumata. Het werd gebruikt door boeddhistische priesters, maar ook voor het maken van bankbiljetten. Van China is verder het medicinale gebruik bekend van de wortels en de schors tegen oogaandoeningen.

Uitbundige winterbloei van <i>Edgeworthia chrysantha</i><br> Foto: Gert Fortgens
Uitbundige winterbloei van Edgeworthia chrysantha
Foto: Gert Fortgens

Babylonische spraakverwarring
De eerste beschrijving van de plant die we nu kennen als E. chrysantha gebeurde door Thunberg in 1794 onder de naam Magnolia tomentosa. De benaming wordt zelfs nu nog soms gebruikt voor M. stellata. The Plant List beschouwde het in 2012 nog als de basis voor de juiste benaming. De op een na oudste benaming is van Von Siebold. In 1830 gaf hij de soort de naam Daphne papyrifera. Hij rept in de beschrijving over het gebruik als papier, maar de beschrijving was verder onvolledig. Ook zou nog sprake zijn van een synoniem van D. odora. In 1846 publiceert Lindley E. chrysantha op basis van een plant die Fortune verzameld had in de Chinese provincie Zhejiang. Enkele weken later publiceerden Siebold en Zuccarini E. papyrifera op basis van de eerdergenoemde Daphne papyrifera. Als E. papyrifera kwam de struik algemeen in bekendheid en dat leidde zelfs tot de officiële verwerping van de naam Magnolia tomentosa. In 1919 had Nakai daar geen boodschap aan en bracht de soortnaam tomentosa over in Edgeworthia: E. tomentosa (Thunb.) Nakai. The Plant List mag dit dan wel de juiste benaming vinden, een botanisch congres kan alsnog besluiten de naam E. chrysantha te conserveren.

<i>Edgeworthia chrysantha</i>, bloemen in detail<br> Foto: Gert Fortgens
Edgeworthia chrysantha, bloemen in detail
Foto: Gert Fortgens

Sortiment
In de handel voert E. chrysantha ‘Grandiflora’ met zijn wat grotere bloemen de boventoon. Selecties met een aparte oranjerode bloemkleur zijn ‘Akabana’ en ‘Red Dragon’. De eerstgenoemde wordt ook verhandeld onder de naam ‘Akabono’ . Andere selecties zijn: ‘Gold Finch’, ‘Gold Rush’ en ‘Winterliebe’.

Geef een reactie