We bezoeken op deze dag het park “De tuinen van Boskoop” , de proefvelden van de KVBCen enkele bijzondere boomkwekerijen. We wandelen in 2 groepen van 20 deelnemers door Boskoop, waarbij voor iedere groep een gids de route aangeeft en de tijd bewaakt. Tussen de middag lunchen we in het Boomkwekerijmuseum. Vervolgens bezoeken we een handelsbedrijf en daarna een ambachtelijke boomkwekerij. Het wordt een echt dagje Boskoop!
Programma
10.00 uur Verzamelen voor het restaurant De Berken
10.15 uur start bij De Tuinen, wandeling over de Tuinen onder leiding van René Groenendijk en Helma van der Louw
11.30 uur rondgang langs de keuringsvelden van de KVBC met Marion Lijmbach en Lendert de Vos
12.00 uur lunch in het Boomkwekerijmuseum, het is ook mogelijk om zelf de meegebrachte lunch in de Tuinen op te eten
13.00 uur start rondgang op Boomkwekerij Joh. Stolwijk & Zonen door Johan Stolwijk en collega
14.30 uur start rondgang een ambachtelijke kwekerij, G.J. Straver of Bart Hoogeveen
Boomkwekerij Bart Hoogeveen, Reijerskoop vlakbij de Biezen
Restaurant “De Berken”, Reijerskoop 68, 2771 XV Boskoop
Lunch tussen de middag in het Boomkwekerijmuseum, Reijerskoop 52 in Boskoop
Het is ook mogelijk om zelf de meegebrachte lunch in de Tuinen op te eten
Organisatie:
Maximaal 40 deelnemers, bestaande uit 2 groepen van 20 deelnemers
Route en parkeren:
De Tuinen van Boskoop is goed bereikbaar vanaf zowel Gouda als Alphen aan den Rijn. Er is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Voer als adres Reijerskoop 74 in en je rijdt zo het erf op.
Opheusden en omgeving staat bekend als internationaal teeltcentrum voor de laanbomen. Alleen al bij TCO zijn 160 boomkwekerijen aangesloten. Van oudsher is hier veel kennis aanwezig over de teelt, het sortiment en de handel. We gaan een kijkje nemen op twee gerenommeerde bedrijven en in het Laanboomhuis. Maak kennis met het sortiment en de teelt van de laanbomen.
10.00 uur – Ontvangst en rondleiding door de boomkwekersvereniging Tree Centre Opheusden in en om het Laanboomhuis
11.30 uur – Vertrek naar Crum Boomkwekerijen
11.45 uur – Bezoek en rondleiding
13.15 uur – Gelegenheid om de meegebrachte lunch te nuttigen
14.15 uur – Vertrek naar Boomkwekerij Letteland, Gebr. Van Setten
In het artikel over de Nootka-cipres (Callitropsis nootkatensis, zie Arbor Vitae 2026-1) kwam terloops het genus Hesperocyparis ter sprake als afsplitsing van Cupressus. Omdat het gebruik van deze in 2009 ingevoerde naam hier in Nederland nog niet is ingeburgerd (in tegenstelling tot in de ons omringende landen en de VS),wordt de achtergrond van deze naam uit de doeken gedaan.
De te beantwoorden vragen zijn:
Welke soorten behoren tot dit genus?
Wat zijn de kenmerken van dit genus?
Waarom de nieuwe naam Hesperocyparis?
Hierna worden deze vragen beantwoord.
Welke soorten behoren tot dit genus?
Alle Amerikaanse soorten van wat vroeger tot Cupressus werd gerekend, zijn door Adams et al 2009 in Hesperocyparis geplaatst. Daaronder de veel in cultuur zijnde macrocarpa, de bekende arizonica maar ook de zeldzame guadalupensis. In totaal gaat het om de volgende 16 soorten: Hesperocyparis abramsiana, H. arizonica,
H. bakeri, H. benthamii, H. forbesii, H. glabra, H. goveniana, H. guadalupensis, H. lusitanica, H. macnabiana, H. macrocarpa, H. montana, H. nevadensis, H. pygmaea, H. sargentii en H. stephensonii.
Farjon (2017) hanteert een ruimer soortsconcept: er worden zeven van de bovengenoemde soorten als variatie onder een andere soort geplaatst. Onder H. arizonica komen de soorten H. glabra, H. montana, H. nevadensis en H. stephensonii. Onder H. goveniana plaatst Farjon H. abramsiana, onder H. guadalupensis komt H. forbesii en onder H. lusitanica komt H. benthamii. Genetisch onderzoek (Bartel 2003) wijst echter uit dat deze als variaties geclassificeerde taxa niet in één clade (tak) met de soort terecht komen waar ze onder geplaatst zijn. Ze horen daarom als aparte soorten te blijven bestaan.
Hesperocyparis arizonica: pollenkegels Foto: Rob KruijtHesperocyparis arizonica: zaadkegels Foto: Rob Kruijt
Wat zijn de kenmerken van dit genus?
Farjon (2017: 298) bespreekt de classificatie van Adams et al 2009, maar verwerpt de resultaten van de onderzoeken: hij vindt de opgevoerde morfologische kenmerken onvoldoende. Ook Little (2006: 471) geeft aan dat er niet één kenmerk is waarop Hesperocyparis duidelijk kan worden herkend. Er zal met combinaties van kenmerken gewerkt moeten worden. In de sleutel die Little (2006: 476) publiceert worden Cupressus en Hesperocyparis (NB: bij hem onder de naam Callitropsis geplaatst) uit uit elkaar gehouden met de kenmerken zoals genoemd in de onderstaande tabel.
Onderscheid van het genus Hesperocyparis op morfologische kenmerken alléén blijkt dus nauwelijks te doen. De eerder aangehaalde genetische resultaten spreken echter een duidelijke taal: het is een apart genus en niet een onderdeel van Cupressus. Morfologie heeft hier niet genoeg oplossend vermogen. De natuur heeft trouwens ook nooit met de mens afgesproken dat genetische verschillen éénduidig zichtbaar moeten zijn. Een praktische aanpak: eerst determineren op soortsniveau met de tabellen van Farjon (2005: 178 of 2017: 299) of van Schulz et al (2005) en dan vervolgens de correcte genusnaam eraan koppelen.
Eén kenmerk geeft wel een duidelijk onderscheid. De aantallen kiembladen (cotylen) van Hesperocyparis verschillen van de aantallen van Cupressus. Silba (1981, 1983) heeft zelf zaailingen van de door hem erkende 25 taxa (13 soorten, 12 variaties) opgekweekt en meldt consistente verschillen in het aantal cotylen: twee kiembladen met afgeronde top in Cupressus van de oude wereld tegenover drie tot vier kiembladen met spitse top in Cupressus van de nieuwe wereld (= Hesperocyparis). Dit is ook beschreven door De Magistris et al (1999: 205-206), en ook dat dit zichtbaar is in de structuur van het xyleem in de hypocotyl. De beschrijving van de aantallen cotylen kan ik uit eigen waarneming bevestigen voor Hesperocyparis arizonica, H. bakeri, H. lusitanica en H. macnabiana.
Hesperocyparis sargentii: zaadkegels Foto: Rob KruijtHesperocyparis sargentii: pollenkegels Foto: Rob Kruijt
Waarom een nieuwe naam Hesperocyparis?
Wetenschappelijke naamgeving is een afspiegeling van verwantschap. Bij voortschrijdend inzicht veranderen daarom soms de wetenschappelijke namen van planten. Het feit dat het oplossend vermogen van moleculaire (DNA-) studies steeds groter wordt, leidt daarom hier en daar tot verschuivingen van inzichten in verwantschap en daarmee van naamgeving.
De naam van het genus is gepubliceerd in het artikel van Adams et al (2009: 179) als Hesperocyparis Bartel & Price. Dit artikel is mede gebaseerd op de genetische onderzoeken van Little et al (2004) en Little (2006). Gezien de moleculaire analyses kan Cupressus als genus niet zowel de oude wereld als de nieuwe wereld soorten omvatten, want Juniperus (53 soorten volgens Farjon 2017) zou dan genest zijn binnen Cupressus sensu lato. De consequentie daarvan is dat alle Juniperus soorten onder Cupressus moeten worden geplaatst. De chaos die daaruit voort zou komen (53 naamsveranderingen) is veel groter dan het plaatsen van de 16 nieuwe wereld Cupressus soorten in Hesperocyparis.
Conclusie en acceptatie
Door Adams et al (2009) en latere studies is aangetoond dat Hesperocyparis als apart genus moet worden beschouwd. De online referenties van Kew (POWO) en The Gymnosperm Database (conifers.org, met uitgebreide literatuurlijst) volgen deze indeling. Enkele botanische tuinen (zoals Pinetum Blijdenstein in Hilversum) gebruiken de naam Hesperocyparis al. In de Nederlandse Naamlijst van Houtige Gewassen staan Hesperocyparis-soorten nog onder Cupressus vermeld. Het zou goed zijn als Nederland zich hierin conformeert aan de recente wetenschappelijke inzichten.
Literatuur
De referenties voor Adams et al 2009, Farjon 2005 en 2017, Little 2006, Little et al 2004 zijn te vinden in de literatuurlijst bij het artikel over de Nootka-Cipres in AV 2026-1.
Bartel, J. A., R. P. Adams, S. A. James, L. E. Mumba & R. N. Pandey. 2003. Variation among Cupressus species from the western hemisphere based on random amplified polymorphic DNAs. Biochemical Systematics and Ecology 31: 693–702.
De Magistris, A. A. & Castro, M. A. 1999. Seedling anatomy of three species of Cupressus (Cupressaceae). Darwiniana 37(3-4): 199-207.
Schulz, C., P. Knopf & Th. Stützel 2005. Identification key to the Cypress family (Cupressaceae).
Feddes Repertorium 116 (1–2): 96–146.
NB: Online gratis beschikbaar bij academia.edu
Silba, J. 1981. Revised Generic Concepts of Cupressus L. (Cupressaceae). Phytologia 49: 390-399.
Silba, J. 1983. Addendum to revised generic concepts of Cupressus L. (Cupressaceae). Phytologia 52: 349-361.
Deze website maakt gebruik van cookies
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of je toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.