In het artikel over de Nootka-cipres (Callitropsis nootkatensis, zie Arbor Vitae 2026-1) kwam terloops het genus Hesperocyparis ter sprake als afsplitsing van Cupressus. Omdat het gebruik van deze in 2009 ingevoerde naam hier in Nederland nog niet is ingeburgerd (in tegenstelling tot in de ons omringende landen en de VS),wordt de achtergrond van deze naam uit de doeken gedaan.
De te beantwoorden vragen zijn:
- Welke soorten behoren tot dit genus?
- Wat zijn de kenmerken van dit genus?
- Waarom de nieuwe naam Hesperocyparis?
Hierna worden deze vragen beantwoord.
Welke soorten behoren tot dit genus?
Alle Amerikaanse soorten van wat vroeger tot Cupressus werd gerekend, zijn door Adams et al 2009 in Hesperocyparis geplaatst. Daaronder de veel in cultuur zijnde macrocarpa, de bekende arizonica maar ook de zeldzame guadalupensis. In totaal gaat het om de volgende 16 soorten:
Hesperocyparis abramsiana, H. arizonica,
H. bakeri, H. benthamii, H. forbesii, H. glabra, H. goveniana, H. guadalupensis, H. lusitanica, H. macnabiana, H. macrocarpa, H. montana, H. nevadensis, H. pygmaea, H. sargentii en
H. stephensonii.
Farjon (2017) hanteert een ruimer soortsconcept: er worden zeven van de bovengenoemde soorten als variatie onder een andere soort geplaatst. Onder H. arizonica komen de soorten H. glabra, H. montana, H. nevadensis en H. stephensonii. Onder H. goveniana plaatst Farjon H. abramsiana, onder H. guadalupensis komt H. forbesii en onder H. lusitanica komt H. benthamii. Genetisch onderzoek (Bartel 2003) wijst echter uit dat deze als variaties geclassificeerde taxa niet in één clade (tak) met de soort terecht komen waar ze onder geplaatst zijn. Ze horen daarom als aparte soorten te blijven bestaan.

Foto: Rob Kruijt

Foto: Rob Kruijt
Wat zijn de kenmerken van dit genus?
Farjon (2017: 298) bespreekt de classificatie van Adams et al 2009, maar verwerpt de resultaten van de onderzoeken: hij vindt de opgevoerde morfologische kenmerken onvoldoende. Ook Little (2006: 471) geeft aan dat er niet één kenmerk is waarop Hesperocyparis duidelijk kan worden herkend. Er zal met combinaties van kenmerken gewerkt moeten worden. In de sleutel die Little (2006: 476) publiceert worden Cupressus en Hesperocyparis (NB: bij hem onder de naam Callitropsis geplaatst) uit uit elkaar gehouden met de kenmerken zoals genoemd in de onderstaande tabel.
Onderscheid van het genus Hesperocyparis op morfologische kenmerken alléén blijkt dus nauwelijks te doen. De eerder aangehaalde genetische resultaten spreken echter een duidelijke taal: het is een apart genus en niet een onderdeel van Cupressus. Morfologie heeft hier niet genoeg oplossend vermogen. De natuur heeft trouwens ook nooit met de mens afgesproken dat genetische verschillen éénduidig zichtbaar moeten zijn. Een praktische aanpak: eerst determineren op soortsniveau met de tabellen van Farjon (2005: 178 of 2017: 299) of van Schulz et al (2005) en dan vervolgens de correcte genusnaam eraan koppelen.
Eén kenmerk geeft wel een duidelijk onderscheid. De aantallen kiembladen (cotylen) van Hesperocyparis verschillen van de aantallen van Cupressus. Silba (1981, 1983) heeft zelf zaailingen van de door hem erkende 25 taxa (13 soorten, 12 variaties) opgekweekt en meldt consistente verschillen in het aantal cotylen: twee kiembladen met afgeronde top in Cupressus van de oude wereld tegenover drie tot vier kiembladen met spitse top in Cupressus van de nieuwe wereld (= Hesperocyparis). Dit is ook beschreven door De Magistris et al (1999: 205-206), en ook dat dit zichtbaar is in de structuur van het xyleem in de hypocotyl. De beschrijving van de aantallen cotylen kan ik uit eigen waarneming bevestigen voor Hesperocyparis arizonica, H. bakeri, H. lusitanica en H. macnabiana.

Foto: Rob Kruijt

Foto: Rob Kruijt
Waarom een nieuwe naam Hesperocyparis?
Wetenschappelijke naamgeving is een afspiegeling van verwantschap. Bij voortschrijdend inzicht veranderen daarom soms de wetenschappelijke namen van planten. Het feit dat het oplossend vermogen van moleculaire (DNA-) studies steeds groter wordt, leidt daarom hier en daar tot verschuivingen van inzichten in verwantschap en daarmee van naamgeving.
De naam van het genus is gepubliceerd in het artikel van Adams et al (2009: 179) als Hesperocyparis Bartel & Price. Dit artikel is mede gebaseerd op de genetische onderzoeken van Little et al (2004) en Little (2006). Gezien de moleculaire analyses kan Cupressus als genus niet zowel de oude wereld als de nieuwe wereld soorten omvatten, want Juniperus (53 soorten volgens Farjon 2017) zou dan genest zijn binnen Cupressus sensu lato. De consequentie daarvan is dat alle Juniperus soorten onder Cupressus moeten worden geplaatst. De chaos die daaruit voort zou komen (53 naamsveranderingen) is veel groter dan het plaatsen van de 16 nieuwe wereld Cupressus soorten in Hesperocyparis.
Conclusie en acceptatie
Door Adams et al (2009) en latere studies is aangetoond dat Hesperocyparis als apart genus moet worden beschouwd. De online referenties van Kew (POWO) en The Gymnosperm Database (conifers.org, met uitgebreide literatuurlijst) volgen deze indeling. Enkele botanische tuinen (zoals Pinetum Blijdenstein in Hilversum) gebruiken de naam Hesperocyparis al. In de Nederlandse Naamlijst van Houtige Gewassen staan Hesperocyparis-soorten nog onder Cupressus vermeld. Het zou goed zijn als Nederland zich hierin conformeert aan de recente wetenschappelijke inzichten.
Literatuur
De referenties voor Adams et al 2009, Farjon 2005 en 2017, Little 2006, Little et al 2004 zijn te vinden in de literatuurlijst bij het artikel over de Nootka-Cipres in AV 2026-1.
De originele beschrijving van Hesperocyparis (het artikel van Adams et al 2009) is online te vinden op: https://www.phytologia.org/uploads/2/3/4/2/23422706/911160-185adamsbartelhesperocyparis.pdf
Bartel, J. A., R. P. Adams, S. A. James, L. E. Mumba & R. N. Pandey. 2003. Variation among Cupressus species from the western hemisphere based on random amplified polymorphic DNAs. Biochemical Systematics and Ecology 31: 693–702.
De Magistris, A. A. & Castro, M. A. 1999. Seedling anatomy of three species of Cupressus (Cupressaceae). Darwiniana 37(3-4): 199-207.
Schulz, C., P. Knopf & Th. Stützel 2005. Identification key to the Cypress family (Cupressaceae).
Feddes Repertorium 116 (1–2): 96–146.
NB: Online gratis beschikbaar bij academia.edu
Silba, J. 1981. Revised Generic Concepts of Cupressus L. (Cupressaceae). Phytologia 49: 390-399.
Silba, J. 1983. Addendum to revised generic concepts of Cupressus L. (Cupressaceae). Phytologia 52: 349-361.










