Categoriearchief: Arboreta uitgelicht

Plantentuin Meise

Op slechts drie kilometer van het Brusselse Atomium ligt Plantentuin Meise, een botanische tuin van wereldformaat. Met een levende collectie van 18.000 plantensoorten en een herbarium met 4 miljoen specimens horen wij bij de grootste botanische tuinen ter wereld. Plantentuin Meise is een internationaal vermaarde onderzoeksinstelling waar tropische en Europese plantkunde centraal staan. Jaarlijks ontvangen we meer dan 180.000 bezoekers die we kennis laten maken met de wondere plantenwereld.

Plantentuin Meise kent een lange geschiedenis die teruggaat tot 1797, toen opgericht als ‘Le Botanique de Bruxelles’ en gelegen in het zuiden van Brussel. Na een verhuizing, binnen het brusselse, en enkele naamsveranderingen kwam de Plantentuin in 1939 uiteindelijk op zijn huidige locatie te liggen: het Domein van Bouchout te Meise. Het huidige domein is gevormd door samenvoeging van twee kasteeldomeinen, van Bouchout en van Meise. Het Kasteel van Bouchout is tot op vandaag een bezienswaardigheid in het domein. Het Hof van Meise brandde echter af tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het domein van de Plantentuin beslaat 92 ha waarvan 1,5 ha serres. Tot het einde van de jaren zeventig bevonden de belangrijkste collecties zich hoofdzakelijk in het Plantenpaleis. In het park waren, naast de bospercelen, een klein aantal oude parkbomen aanwezig die meestal nog dateerden uit de 19e eeuw. Maar de ontwikkeling van de buitencollecties, en dus ook de dendrologische collecties, moest toen eigenlijk nog beginnen. Gedurende de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werden verspreid over het domein heel wat collecties ontwikkeld en uitgebouwd die tot op vandaag blikvangers voor de Plantentuin zijn. Recent, in 2014, kreeg de Plantentuin een nieuwe boost bij de overdracht naar de Vlaamse Overheid en werd ook een nieuwe naam gegeven: Agentschap Plantentuin Meise.

Het Kasteel van Bouchout
Foto: Kenneth Bauters

Collecties
In het meest zuidelijke deel van het domein bevindt zich het Coniferetum, een collectie naaldbomen gegroepeerd per familie en genus. Een deel van deze collectie dateert van 1941 maar het overgrote deel werd aangelegd eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Vertegenwoordigers van bijna alle winterharde genera zijn hier te vinden en de collectie bestaat uit 250 taxa van zowel botanische soorten als cultivars. Vaak is het zo dat de cultivars rondom de botanische soort staan waaruit ze veredeld werden. Tegenwoordig planten we nog weinig cultivars en proberen we de focus op wildverzameld materiaal te leggen. Goed vertegenwoordigde genera zijn Abies, Chamaecyparis, Juniperus, Larix, Picea, Pinus en Thuja maar ook bijzonderheden zoals Fitzorya en Wollemia ontbreken niet. In 2019 hebben we 80 Picea’s moeten kappen die gesneuveld waren aan de letterzetter (Ips typographus). De droge zomers van de laatste jaren hebben de sparren duidelijk verzwakt en vatbaarder gemaakt voor deze kleine bastkever.

Nabij het Coniferetum ligt een collectietuin van meer dan vijf ha, het Dahlgrenarboretum. Dit is een systematische verzameling van houtachtige bloemplanten, tot voor kort Fruticetum genoemd. Deze collectie beperkt zich vooral tot struiken aangevuld met kleine bomen of bomen die klein blijven in ons klimaat. De gevolgde systematiek is geïnspireerd op die van de Deense plantkundige Rolf Dahlgren. Ondertussen is deze systematiek verouderd, maar door de grootte van de collectie en de planten is het onmogelijk om de systematiek naar het huidige APG-systeem om te zetten. We kiezen er dus bewust voor om nieuwe planten volgens het Dahlgren systeem te blijven aanplanten en zo dit historisch klassificatiesysteem in de kijker te plaatsen. Op de plantenlabels zullen we voor de systematiek zowel naar de Dahlgren als de APG-systematiek verwijzen. We vinden hier maar liefst 1300 taxa uit 259 genera en 92 families.

Een zicht op het Dahlgren Arboretum met Prunus sargentii in herfstkleur
Foto: Kenneth Bauters

De eikencollectie toont aan de hand van een 100-tal taxa de enorme variabiliteit binnen het genus Quercus. De eiken zijn hier allen als solitair aangeplant een gegroepeerd naar verwantschappen. In 2007 stelden BGCI en FFI gezamenlijk een rode lijst voor eiken op (The Red List of Oaks). Hierin werden 29 taxa beoordeeld als ‘critically endangered’ of ‘endangered’. Een onderzoek naar ex-situ collecties werd uitgevoerd. Deze studie omvatte 3796 Quercus collecties van 198 instituten uit 39 landen. Hiervan waren slechts 91 collecties (13 soorten) bij die de critically endangered of de endangered soorten vertegenwoordigen. Dit wil zeggen dat 16 (sterk) bedreigde soorten helemaal niet vertegenwoordigd zijn in collecties. Plantentuin Meise scoorde goed in dit rapport door de aanwezigheid van 3 bedreigde taxa: Q. acerifolia (2 collecties), Q. georgiana (1 collectie, 2 planten), Q. oglethorpensis (1 collectie).
De Dendrologische Schatkamer is, zoals de naam doet vermoeden, een ware highlight voor dendrologen. Ooit was dit een onderdeel van de kwekerij, wat nog te zien valt aan een rij Ginkgo biloba’s en een aantal oude coniferen. De minst waardevolle planten werden in de jaren tachtig geëlimineerd om kleine tuinkamers met een eigen microklimaat te creëren. Dit liet toe om heel wat halfwinterharde struiken en bomen aan te planten. Rariteiten die hier te vinden zijn: Aphananthe aspera, Quercus rugosa, Neolitsea sericea, Cupressus bakeri, Cyclocarya paliurus, Ehretia dicksonii, Nyssa aquatica, Robinia neomexicana

In 2019 werd onze Rozentuin officieel geopend. In tegenstelling tot vele andere rozentuinen zet Plantentuin Meise de botanische roos in de spotlights. Deze zijn bovendien volgens verwantschappen aangeplant. Met meer dan 100 verschillende botanische soorten vormt dit een van de belangrijkste rozencollecties ter wereld. Er werd ook een beperkte selectie van cultivarrozen aangeplant die de geschiedenis van de rozenteelt weergeven. Hiervoor kozen we vooral voor selecties van Belgische makelij.
Dit zijn slechts enkele van de grote collecties die jaarrond te bewonderen zijn in Plantentuin Meise. Je vindt er verder ook nog een Aziatische esdoorncollectie; een Magnolia-collectie; een Rhododendron-bos met meer dan 300 taxa; een Noord-Amerikaans bosbestand; een bloementheater met focus op pioenen; een Cronquisttuin (Herbetum) met meer dan 1500 kruidachtigen, systematisch aangeplant; een medicinale tuin; en een Hydrangea verzameling, vooral opgebouwd rond H. macrophylla cultivars. Op het moment van schrijven hebben we net een overeenkomst gesloten over de overname van een prachtige Hydrangea-collectie van meer dan 300 planten. Dit zal ons ‘Hydrangea-bos’ in ieder geval van wat extra kleur en spektakel voorzien!

De rozentuin werd geopend in juni 2019
Foto: Manon van Hoye

We mogen uiteraard ook ons Plantentpaleis niet vergeten. Dit serrecomplex werd gebouwd in de jaren vijftig om de snel groeiende exotische plantencollectie van de Plantentuin te huisvesten. Dertien grote, onderling verbonden serres nemen je mee op een tocht rond de wereld. Elke kas heeft als thema een vegetatiezone, gaande van tropisch regenwoud tot droge woestijnen. In elke kas bevinden zich tussen de 400 en 700 verschillende soorten.

Nieuw erfgoed in de maak
In samenwerking met Toerisme Vlaanderen en het Facilitair Bedrijf werkt de Plantentuin aan een vernieuwing van de infrastructuur en een uitbreiding van het publieksaanbod. De toekomstige bezoeker kan via een wandelparcours de diverse thema’s van het domein ontdekken. De beleving door de bezoeker staat voorop. Er wordt gestreefd naar maximale toegankelijkheid. De rozentuin is hier een eerste concreet uitvloeisel van en binnenkort zullen we ook onze nieuwe Welkomsttuin openen. Deze tuin bestaat uit twee tuinkamers, een voorbeeld van een middeleeuwse tuin en een geuren- en kleurentuin. De omgeving rondom deze twee tuinkamers is aangeplant met meerstammige bomen, onder andere Acer freemanii ‘Jeffersred’, Cercis canadensis, Heptacodium miconioides en Zelkova serrata. Ook een culinaire tuin, een romantische eilandtuin en de heraanleg van enkele serres staan op de planning voor de komende twee jaar. Ondertussen hebben we ook onze Eredreef heraangeplant. Deze dreef verbindt de hoofdingang van de Plantentuin met het Kasteel van Bouchout. Van de historische beukendreef die dit ooit was, bleven slechts enkele bomen over. Opnieuw een beukendreef zou een logische keuze geweest zijn, maar de klimaatverandering maakte een meer gedurfde keuze wenselijk. Met de aanplant van 48 watercipressen (Metasequoia glyptostroboides) kiest Plantentuin Meise resoluut voor de toekomst!

Geënte kastanjes (Castanea sativa), mogelijke relicten uit de late 18de eeuw van een drevenpatroon rondom het verdwenen Kasteel van Meise
Foto: Kenneth Bauters

Bezoekadres: Agentschap Plantentuin Meise, Nieuwelaan 38 1860 Meise (België)
info [@] plantentuinmeise.be
www.plantentuinmeise.be

* Kenneth Bauters is wetenschappelijk beheerder van de openlucht collecties. Elke Bellefroid is diensthoofd van de levende verzamelingen en domein.

Arboretum Wespelaar – telkens weer een ontdekking en een verademing

Voor plantenkenners wereldwijd is Arboretum Wespelaar, gelegen in Haacht tussen Leuven en Mechelen in België, een referentiecollectie. Mensen die niet zo met planten bezig zijn, hebben er echter zelden of nooit van gehoord (tenzij ze in de buurt van Haacht wonen – en dan nog blijken ze vaak erg verrast). We kunnen dus niet echt spreken van een toeristische trekpleister, maar voor wie van speciale bomen en struiken houdt zijn we zeker een revelatie.

Arboretum Wespelaar is het levenswerk van Philippe de Spoelberch, dendroloog in hart en nieren en tevens erevoorzitter van de Belgische Dendrologische Vereniging. De eerste aanplantingen deed hij in 1983 op de weiden achter zijn domein Herkenrode (de huidige Magnoliaweide). In 1991 voegde hij schaduwminnende planten zoals Acer, Cornus, Euonymus, Stewartia en Viburnum toe beschut onder het bladerdak van het Marnefbos, een bos met prachtige zomereiken aangeplant rond 1890 door zijn grootvader. In 2001 werd de basis gelegd voor de Stichting Arboretum Wespelaar en nam Koen Camelbeke de leiding op zich als directeur. Het arboretum ging officieel open voor het publiek in april 2011: de parkstructuur had tegen dan al vorm gekregen en de nodige ontvangstfaciliteiten waren voorzien.

Herfstzicht op de Artoisvijver
Foto: Laura Wester

Park met eigen selecties
Arboretum Wespelaar heeft een oppervlakte van 20 hectare en herbergt een gespecialiseerde collectie van meer dan 2300 verschillende houtige soorten en (cultuur-)variëteiten uit gematigde streken over de hele wereld die winterhard zijn in België. Door de grote verscheidenheid zijn er van april tot september telkens andere planten in bloei te zien en later op het jaar zorgen vruchten en herfstverkleuring voor een uniek schouwspel. Het arboretum heeft geen vast wandelcircuit of duidelijk afgebakende wandelpaden. Om het overzicht te bewaren zijn er negen zones met elk een eigen naam en karakter.
Sinds 2019 bieden we je op onze website als eerste kennismaking een virtuele tour aan die je meeneemt langs alle hoekjes en kantjes van de collectie. Er staan geen wegwijzers of infopanelen in het arboretum maar we helpen je bij een bezoek wel op weg met onze wandelfiche. Naast een overzichtsplannetje vind je hierop uitleg over tien markante bomen en struiken. De wandelfiche wordt om de twee à drie weken vernieuwd zodat de informatie actueel blijft en trouwe bezoekers telkens iets nieuws ontdekken.
Het arboretum is niet enkel en alleen een plantencollectie. Het is ook een prachtig park met oog voor esthetiek, harmonie en verrassende zichtpunten. De verschillende zones zorgen voor afwisseling en de brede zichtassen creëren verbindingen en nodigen uit om op ontdekking te gaan. Hier en daar trekt een beeld, een vijver of doorkijkje naar de buren de aandacht. Banken op uitgekiende plaatsen bieden een mooi en ontspannen uitzicht en de perfecte gelegenheid om de wandeling even te onderbreken.
April is onze drukste periode; dan zorgen de Magnolia’s op de Magnoliaweide voor een zee van roze en wit. Onze magnoliaverzameling behoort tot de grootste van West-Europa, met maar liefst 275 verschillende soorten en cultuurvariëteiten. Arboretum Wespelaar heeft ook heel wat eigen selecties waaronder de geliefde, geelbloeiende Magnolia ‘Daphne’ die een Award of Garden Merit kreeg van de Royal Horticultural Society. Onze selecties ontstaan uit eigen zaailingen en kruisingen of uit kruisingen uitgevoerd door andere enthousiaste boomliefhebbers. Na jaren observatie en vergelijking selecteren we enkel die planten die opvallen door hun uitzonderlijke kwaliteiten (rijkelijke bloei, kleurenpracht, boomsilhouet) en hun mogelijke commerciële waarde. Zo selecteerden we een aantal gele Magnolia’s waarvan tien kruisingen het resultaat zijn van het doorgedreven werk van Dr. August Kehr (1914-2001) die onderzoeker was aan het U.S. Department of Agriculture. Hij streefde ernaar winterharde laatbloeiende magnolia’s te creëren met intens gele bloemen. Wetende hoeveel tijd het hem zou kosten om zijn laatste kruisingen op te kweken en te evalueren stuurde hij ook pakketjes met zaden naar Wespelaar waar ze in 1992 werden uitgezaaid. Van de 110 zaailingen die vanuit de kwekerij in het Arboretum werden uitgeplant werden uiteindelijk tien planten geselecteerd, benoemd en commercieel vermeerderd.

Lentezicht op de Magnoliaweide
Foto: Laura Wester

Specialiteiten
Arboretum Wespelaar werkt ook aan de uitbouw van een degelijke Rhododendron collectie. Hierbij gaat de aandacht in de eerste plaats naar botanische soorten en F1 hybriden (het resultaat van twee zuivere soorten die met elkaar werden gekruist: liefst spontaan, kunstmatig mag ook). Ze werden aangeplant volgens de huidige systematische inzichten: nauw verwante soorten worden dicht bij elkaar in hetzelfde perk gezet waardoor je ze makkelijk kan bestuderen en vergelijken. De meeste tref je aan in het Verlatbos waar de dikke strooisellaag met naalden en kegels van de Corsicaanse den voor de ideale, zure voedingsbodem zorgt.
Een andere specialiteit is het geslacht Stewartia dat net als Camellia behoort tot de theefamilie (Camellia sinensis is de thee die we drinken). Stewartia’s hebben elk seizoen wat te bieden. Een mooi silhouet en vruchtrestanten in de winter, vaak ook een mooie, afbladderende schors, prachtige witte bloemen in juli-augustus en een mooie bladverkleuring in de herfst. De bekendste is Stewartia pseudocamellia wat letterlijk betekent ‘gelijkend op Camellia’. Stewartia malacodendron is misschien wel de mooiste: in tegenstelling tot de gebruikelijke geeloranje meeldraden heeft hij blauwpaarse.
Planten met een mooie herfstverkleuring hebben een voetje voor in Arboretum Wespelaar. Niet verwonderlijk dus dat we ook in het najaar veel bezoekers krijgen. Liquidambar, Parrotia, Carya, Nyssa, Euonymus, Disanthus, Quercus, Lindera en natuurlijk ook Acer dragen dan allemaal hun steentje bij. Zo verkleurt onze esdoorncollectie in gele, oranje, rode en paarse tinten. Maar ook buiten de herfst heeft het geslacht Acer veel te bieden met zijn enorme variatie in bladvorm, schors en algemene structuur. Onze collectie telt om en nabij 195 esdoornsoorten en (cultuur-)variëteiten. Wat herfstverkleuring betreft hebben we nog een paar prachtige eigen selecties: Quercus alba ‘Laura’, Quercus stellata ‘Artois’ (een knipoog naar de link met brouwerij Stella Artois waarvan de familie Artois aan de basis ligt van het domein van Wespelaar), Quercus serrata ‘Herkenrode’ en Nyssa sinensis ‘Jim Russell’.

Detail van Stewartia malacodendron
Foto: Laura Wester

Opkweek vanuit zaad of stekmateriaal
Heel wat planten in de collectie kweken we zelf op vanuit zaad of stekmateriaal. Zo krijgen we zaden via uitwisseling met andere collecties en van plantenkenners die op expeditie trekken om zaden te verzamelen in de natuur. Om een betrouwbare plantencollectie uit te bouwen gaat onze voorkeur uit naar planten van gekende oorsprong. Alles wordt nauwgezet geëtiketteerd en bijgehouden in de databank zodat geen informatie verloren gaat. De collectie levert ook een belangrijke bijdrage aan het behoud van bedreigde en beschermde plantensoorten. Zo hebben we heel wat Rode Lijst soorten in de verzameling waarvan we stekjes, bladeren en vruchten beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Arboretum Wespelaar maakt deel uit van ArbNet, een wereldwijd netwerk van arboreta. Via ArbNet werken arboreta van over de hele wereld samen aan het behoud van bomen en boomcollecties en krijgen ze ook een officiële erkenning op wereldschaal. In 2016 kregen we als derde Europese collectie een ‘Level 4’ status (het hoogste niveau) binnen ArbNet. Dit hebben we te danken aan onze degelijke plantencollectie, de achterliggende databank, de uitwisseling van kennis en samenwerking met andere collecties en onze goed uitgebouwde gidsenwerking. Daarnaast vormt de indrukwekkende collectie gedetailleerde scans en determinatiesleutels die we via onze website ter beschikking stellen een belangrijke troef. Hiervoor werken we samen met Jan De Langhe, dendroloog aan de Plantentuin in Gent, die de sleutels en scans voor ons maakt.
Vanaf woensdag 1 april 2020 opent het Arboretum Wespelaar weer de deuren voor de bezoekers. Elke woensdag en zondag van 10 tot 17 uur kan het Arboretum bezocht worden, en dit tot en met zondag 15 november 2020. Er is tevens de mogelijkheid een geleid bezoek aan te vragen. Van harte welkom!

Quercus alba ‘Laura’
Foto: Koen Camelbeke

Bezoekadres: Grote Baan 63 – B-3150 Haacht-Wespelaar (België)
info@arboretumwespelaar.nl |
www.arboretumwespelaar.be

* Joke Ossaer is conservator-assistent

Arboretum De Nieuwe Ooster

‘In de geest van Springer’

We schrijven 1889
Een teekentafel.

Springer had een plan,
een dodenakker, uitgestrekt over 16 hectare,
een woud van honderd soorten bomen
als laatste rustplaats, met slingerende paden,
romantisch als verloren liefde.*

Geschiedenis
Zo is het begonnen. Een begraafplaats aan de rand van de grote stad Amsterdam die tevens dienst mocht doen als wandelpark. Een van de oprichters van de Nederlandse Dendrologische Vereniging, Leonard Anthony Springer, won een landelijk uitgeschreven ontwerpwedstrijd. Van de gemeente Amsterdam ontving hij maar liefst ƒ 750,- voor zijn winnende ontwerp ‘Stof’. In 1892 ging onder zijn leiding de eerste schep de grond in. Behalve over de paden, de gebouwen en de graflocaties dacht Springer na over de beplanting. Deze moest divers en bloemrijk zijn. De dendroloog bij uitstek wilde de bezoekers van het park, maar ook mensen in het groenvak, laten zien hoe verrassend het assortiment kon zijn. Dit in verschil van vorm, kleur, bloeiwijze, bloeiperiode et cetera. Volgens huidige normen was het gedenkpark direct na opening meteen een arboretum.
Maar Springer zelf kreeg steeds minder grip op zijn visie, zijn park, zijn droom. In 1915 mocht hij weliswaar een eerste uitbreiding realiseren, maar de grafvakken zelf moesten wat economischer ingedeeld worden. Men kwam er al vlug achter dat de beschikbare ruimte achterbleef bij de snelle groei van de stad, dus geen slingerende grafrijen meer, maar rechte lijnen. Rondom de grafvakken moest de beplanting gesloten blijven zodat de ceremonies op het veld intiemer werden. Zichtlijnen en open gedeeltes bleven dus achterwege. Hoewel de beplanting op het park altijd zeer divers is geweest, versoberde het assortiment. De verantwoordelijke beheerders hadden andere prioriteiten. Min of meer ‘standaard’ beplanting kreeg de overhand.

In De Nieuwe Ooster staat een grote variatie in vormen en kleuren van bomen
Foto: Annette van der Zee

Inventarisatie sortiment
In 1992 kwam ik als hovenier bij De Nieuwe Ooster. Voor die tijd had ik diverse jaren als boomverzorger (lees: bomenrooier) met de groene reuzen gewerkt maar ik had totaal geen oog voor het assortiment. Dat veranderde snel op mijn nieuwe werkplek. Al schoffelend en onkruid wiedend keek ik omhoog naar de takken, de bladeren en de bloeiwijzen. Ik verbaasde mij over de variatie en vroeg mij af hoeveel verschillende soorten op het gedenkpark stonden. Niemand die het mij zeggen kon. Ooit heeft Simon Doorenbos, ook medeoprichter van de NDV, een inventarisatie op het park volbracht waarna op honderd bomen een naambordje werd bevestigd. Dat was mijn uitgangspunt. Ik tekende de bomen in op perkamentkaarten en maakte een sortimentslijst. De eerste lijst waarmee ik pronkte bevatte 162 soorten.
Ik bracht een bezoek aan Trompenburg Tuinen & Arboretum en zag daar de zakdoekjesboom in bloei staan. Ik was verkocht. Deze moest ook op De Nieuwe Ooster komen. Ik mocht de boom aanschaffen. Steeds meer ging mijn aandacht uit naar de bomen en verdiepte ik mij in catalogi. Die is mooi, die ook … nee die.
In 2008 is Stichting Arboretum De Nieuwe Ooster opgericht met als doel het gedenkpark van De Nieuwe Ooster te promoten als arboretum, de verzameling uit te breiden en de educatieve waarde te vergroten. De laatste doelstelling wordt door de actualiteit steeds belangrijker: het belang van groen en bomen benadrukken. Met het aanplanten van nieuwe soorten probeer ik zo veel mogelijk rekening te houden met de bezoeker van het park. Je hoeft geen bomenkenner of dendroloog te zijn om verrast te worden door bloei, vorm en bladkleur van bomen. Waar je ook loopt in het arboretum, de diversiteit maakt de bewondering.

De graven liggen in de beschutting van de grote rode beuk Fagus sylvatica ‘Atropunicea’
Foto: Annette van der Zee

Landelijke bekendheid en functie
Nu zijn we ruim tien jaar verder en is het arboretum een landelijke bekendheid geworden. We zijn onderscheiden met het NDV-waardig predicaat met vijf sterren en de huidige collectie bevat meer dan negenhonderd soorten en is still going strong. Maar los van het assortiment en de bomen is de hechte groep vrijwilligers die hand- en spandiensten verricht voor ons bomenpark van grote waarde. Natuurlijk ben ik trots op de mooie bloeiende bomen en de omvang van de collectielijst, maar deze mensen die zich ook met hun hart inzetten voor het park laten mijn hart in vreugde kloppen.
Een sterk punt van ons park is ook de waarde die het heeft voor de sortimentscursus van de NDV. Met name voor de A-cursus, omdat in het 33 hectare grote park ook nog steeds een grote hoeveelheid basisbeplanting staat. We vinden hier nog ‘gewone’ bomen als Acer platanoides, Fraxinus excelsior, Betula pendula, Fagus sylvatica, maar ook heesterbeplanting zoals Forsythia, Ribes, Symphoricarpos en Berberis.
Maar als we dan met de cursisten door het park lopen worden natuurlijk ook de bijzonderheden getoond en benoemd. Met trots laat ik zeldzame bomen zien, zoals de Populus szechuanica, de Abies squamata en de Idesia polycarpa die vorige zomer zeer rijk gebloeid heeft en zijn prachtige trossen met oranje bessen liet zien. We hebben een Catalpa fargesii f. duclouxii die ongelooflijk rijk bloeit. Ach, ik kan hier een hele lijst opnoemen maar ik zou zeggen, kom eens langs en ontdek. Trek daar dan wel even de tijd voor uit want het park is nogal groot, namelijk 33 hectare. En ja, tussen de bomen liggen ook graven en dat is juist wat ons park zo uniek maakt: de combinatie van die twee. Dat brengt me op het volgende punt.
Vorig jaar bestond onze stichting tien jaar. Ter gelegenheid daarvan is een boekje samengesteld onder de naam Bomentroost. In dit boekje geen dendrologische beschrijving van boomsoorten maar een totaal ander aspect van bomen. Bomen bieden namelijk ook troost aan hen die iemand hebben verloren en bij ons de gelegenheid hebben om een boom te planten ter nagedachtenis. Met deze bomen of naambordjes leven degenen die ons zijn ontvallen voort. Ik prijs me gelukkig en dankbaar dat ik samen met families nieuwe bomen mag planten ter nagedachtenis aan hun dierbaren. Vaak een emotionele gebeurtenis. In Bomentroost komen zij aan het woord. En de dankbaarheid spat ervan af.

Renovatie
Een paar jaar geleden werd een landschapsarchitect ingeschakeld om ons te helpen en te adviseren inzake het renoveren van een aantal grafvakken. Door de jaren heen waren de bomen zo uitgegroeid dat de onderbeplanting bijna geheel in de schaduw stond. Er moest ruimte komen voor de aanplant van nieuwe bloemheesters, zoals Springer dat in het begin ook gedaan had. Een bloemrijke omgeving geeft ook troost aan nabestaanden dacht hij destijds al. Deze architect ging aan het werk, maar nam het ontwerp van Springer van destijds wat al te letterlijk en zette rode kruisen door bomen die daar volgens oude tekeningen niet stonden. Verkeerde bomen, foute bomen, maar bovenal ‘mijn’ bomen. Bomen die ik met alle liefde en zorg her en der vandaan heb gehaald, vertroeteld, bewaterd en verzorgd (en nog net niet geknuffeld). Bomen die ik met trots tijdens rondleidingen laat zien en die het goed bij ons hebben. Geloof me, er zijn pittige discussies geweest en ik schaam me niet om te bekennen dat toen bij de overdadig bloeiende Catalpa fargesii f. duclouxii werd gezegd ‘dan koop je toch gewoon een nieuwe’, mijn tranen vloeiden. Wat een (gebrek aan) verstand …
Maar goed, de directie zag in dat dit niet goed zou gaan en de samenwerking werd op een heel laag pitje gezet. De groenrenovatie doen we nu in een lager tempo en met meer beleid. De bijzondere bomen mogen blijven staan. Hier en daar sneeft af en toe een Acer pseudoplatanus, een Fraxinus excelsior of een Pinus nigra, maar ach, hier hebben we er zat van en bovendien …

Johan Mullenders bij zijn trots Catalpa fargesii f. douclouxii
Foto: Annette van der Zee

En dan een actueel nieuwtje.
Zoals gezegd is ons park aangelegd door Leonard Springer. Behalve ons park heeft hij door het gehele land vele parken, stadstuinen, villatuinen, begraafplaatsen et cetera aangelegd (in totaal ruim boven de zeshonderd stuks). Zijn naam is binnen de NDV dan ook een begrip. Juist vanwege zijn ongelooflijke hoeveelheid werk en aandacht voor het dendrologische vak verdient deze man een standbeeld. Welnu, dat gaat er komen en wel in ons arboretum. Dit kondig ik met grote trots aan daar ik zelf de initiatiefnemer ben van dit project. Samen met de directie van De Nieuwe Ooster gaan we het realiseren. Het is de bedoeling dat het bronzen borstbeeld in het voorjaar 2020 onthuld gaat worden op een prominente plek in ons arboretum, ‘zijn’ arboretum, ‘zijn’ bomenpark.

* Citaat afkomstig uit gedicht ‘Een lichte buiging’ van Herman van Tongerloo.