Categoriearchief: Arboreta uitgelicht

De bomentuinen van Landgoed Schovenhorst

Het landgoed Schovenhorst is een van de oudste ontginningsbossen op de Veluwe. Op 20 januari 1848 kocht mr. J.H. Schober, een broodfabrikant uit Utrecht en in 1841 medeoprichter van het Utrechts Genootschap voor Landbouw en Kruidkunde, ruim 80 hectare ‘onland’ van de gemeente Putten. In de loop van de volgende tientallen jaren werd deze oppervlakte uitgebreid tot circa 178 ha, waarop het landgoed Schovenhorst werd gesticht.

Genieten van de stilte op een bankje in Schovenhorst

Het landgoed bestaat nu bijna geheel uit bos en bomentuinen. De gronden waren voormalige domeingronden, die eeuwenlang door de lokale boeren gebruikt werden voor het beweiden van vee en het steken van plaggen. De gronden waren sterk verarmd en Schober wenste deze weer productief te maken. Hij experimenteerde in de ontginning met verschillende bewerkings- en bemestingsmethoden in de landbouw, groente- en fruitteelt en bosbouw. Uiteindelijk bleek op de relatief arme droge zandgrond alleen de bosbouw lonend. Uit de bosbouwkundige experimenten zijn uiteindelijk de bomentuinen op het landgoed ontstaan.

Van experimentele ontwikkeling
Bij de aanleg van het Schovenhorster bos zijn in eerste instantie vooral eikenzaailingen aangeplant voor de exploitatie als hakhout en werd grove den gezaaid. In de relatief ongunstige omstandigheden die er heersten, groeide deze soort beter dan andere inheemse soorten. Tegelijkertijd experimenteerde Schober op kleine schaal met uitheemse naaldboomsoorten, op zoek naar boomsoorten ‘passend in ons klimaat, die mogelijk de grove den zouden kunnen overtreffen in groeisnelheid en houtproductie’. Hij verwierf daartoe zaden van 300 soorten en variëteiten naaldbomen uit de gematigde klimaatzones, zaaide die uit in zijn kwekerij en volgde de ontwikkeling van de bomen. Schober publiceerde in 1892 de resultaten van zijn proefnemingen en de bomentuin werd ook bij het publiek bekend als Pinetum Schoberianum.
Op basis van zijn proeven begon Schober eind 19e eeuw met het bedrijfsmatig aanplanten van Douglasopstanden. Daarmee is Schovenhorst de bakermat voor de Douglasspar, Pseudotsuga menziesii, in Nederland.
In een eerste kwekerij werden vanaf 1852 diverse soorten naaldbomen aangeplant, opgekweekt uit zaad afkomstig van verschillende werelddelen. Deze kwekerij is als zodanig in stand gebleven tot 1865. Daarna werd het een bomentuin, bekend als het Kleine Pinetum (1,17 ha). Er staan daar nog bomen uit de begintijd, die inmiddels ongeveer 170 jaar oud zijn.
Na het overlijden van de heer Schober in 1901 gaan eigendom en beheer over op zijn dochter en haar echtgenoot dr. J.Th. Oudemans, een van de oprichters en eerste voorzitter van Natuurmonumenten. In 1904 vormde hij de tweede kwekerij om tot het huidige Grote Pinetum (2,5 ha). Het Josinapark (1 ha) werd in 1906 aangelegd in een voormalige kalverweide en boomgaard. Aan de zoom van het park staat een collectie dwergconiferen. 130 soorten en variëteiten zijn in 1929 door boomkweker Piet den Ouden (sr.) uit Boskoop geschonken aan Schovenhorst.

… naar botanische tuin
In de eerste bomentuinen was geëxperimenteerd met de aanplant van solitaire bomen. In 1936 besloten Schobers kleinkinderen, Th.C. Oudemans en J.J. Hacke-Oudemans, tot de inrichting van een bosbouwkundige bomentuin: het Arboretum (6 ha). Daarin wilden zij onderzoeken hoe de bomen in groepen van dezelfde soort zich in onderlinge concurrentie zouden ontwikkelen. Ze plantten soorten aan waarvan de verwachting was dat deze in het Nederlandse klimaat goed zouden kunnen groeien. Deze soorten werden gerangschikt naar geografische herkomst. Dit werk is later voortgezet door J.J.M.H. (Joos) Oudemans, zij was 10 jaar voorzitter van de NDV (1972-1982).
Aan het eind van de vorige eeuw nam de belangstelling voor bosbouwkundige proeven met uitheemse boomsoorten af. De bomentuinen op Schovenhorst werden meer botanische tuin dan bosbouwexperiment. De tuinen herbergen een deel van de Nationale Plantencollectie, en is gespecialiseerd in kegeldragers (Coniferae). Het doel is onder meer het publiek de grote verscheidenheid in boomsoorten en verschijningsvormen te tonen.

Josinapark

Beheer
De bomencollectie op Schovenhorst wordt op museale wijze beheerd. Dat wil zeggen dat de collectie bewaard en waar mogelijk aangevuld en uitgebreid wordt. Hierbij is het criterium dat de soorten moeten behoren tot de Coniferae, dat ze ergens op de wereld een bosbouwkundige rol hebben en dat ze zich kunnen ontwikkelen onder de op de groeiplaats heersende omstandigheden. Omdat er sprake is van een levende collectie waarbij exemplaren kunnen uitvallen, zullen soorten die door sterfte verdwijnen vervangen worden. Er wordt gestreefd naar de correcte naamgeving van de verzameling en bebording bij/aan de bomen. Overigens verzamelen we, naast soorten voor de kerncollectie, ook loofbomen die vooral in het arboretum een plaats vinden.

Bosbeheer
In het bosbeheer op het landgoed speelt de ontstaansgeschiedenis van het bos nog steeds een rol. Voortbordurend op de experimenten van de eerste generatie beheerders van Schovenhorst, wordt een belangrijke rol toegekend aan de Douglasspar. Deze soort gedijt goed op de groeiplaatsen op Schovenhorst, levert relatief veel en goed verkoopbaar hout en draagt bij aan fraaie bosbeelden. Door Pseudotsuga menziesii te combineren met (inheemse) loofboomsoorten en daarbij een zeker aandeel oude zware bomen te handhaven, ontstaat een rijk gestructureerd bos. Het bosbeheer is gericht op een meervoudige functievervulling, waarbij het noodzakelijk is dat het bosbeheer inkomsten genereert voor de instandhouding en ontwikkeling van het gehele landgoed. Het aandeel (inheemse) loofboomsoorten, open plekken, zware bomen (‘woudreuzen’) en liggend en staand (dik) dood hout worden vergroot. Hierdoor ontstaat een rijke schakering van ecologische niches die behoren bij ouder opgaand bos. Dit is niet alleen van belang voor de biodiversiteit van het bos maar evenzeer voor de belevingswaarde.

Zicht op de grote verscheidenheid aan Coniferae

Bijzonderheden in de boomcollectie
In het Kleine Pinetum zie je nieuwe aanwinsten onder oude woudreuzen. Opvallend zijn de mammoetbomen (Sequoiadendron giganteum), geplant in 1852, met als hoogste boom daartussen een Abies grandis. Iets verder op het grasveld staat Pseudotsuga menziesii uit 1853. Ook een oude Thuja plicata is indrukwekkend qua afmeting. De twee oude mammoetbomen, de Douglasspar en een Thuja occidentalis ‘Pyramidalis Compacta’ uit 1878 staan in het register van Monumentale bomen in Nederland. Dat geldt evenzeer voor de Juglans regia uit 1900-1910 nabij de Werkstee. Bij dit gebouw staan ook twee exemplaren van Ginkgo biloba, een vrouwelijk en een mannelijk exemplaar, die als 6 meter hoge boom zijn geplant in 1948 bij het honderdjarig bestaan van het landgoed. In het Kleine Pinetum staan ook minder in het oog vallende bomen die niettemin vermeldenswaardig zijn, zoals Calocedrus decurrens, een oude Sciadopitys verticillata, Torreya californica, Metasequoia glypostroboides die in 1955 werd geplant en Cryptomeria japonica uit 1854. Meer recent is een groepje Taiwania cryptomerioides aangeplant en verder individuele exemplaren van andere naaldboomsoorten zoals bijvoorbeeld Cunninghamia konishii.

Het Grote Pinetum
De meest fraaie bomen in deze tuin zijn verschillende oude exemplaren van Picea orientalis in goede gezondheid. Verder staat er een aantal oude exemplaren van Pseudotsuga menziesii uit British Columbia. Bomen met zware zijtakken en erg ruwe bast. Met deze herkomst is vanwege de vorm niet verder geteeld, maar de bomen zijn niettemin indrukwekkend. Er staan ook twee fraaie boomvormige exemplaren van Thujopsis dolobrata en twee exemplaren Thuja standishii. In de laatste decennia heeft een verwildering plaats gevonden van Taxus baccata. Deze is grotendeels verwijderd en de vrijkomende ruimte is ingeplant met een groot aantal coniferensoorten.
In het Arboretum is een flink deel van de oorspronkelijke aanplant nog altijd te bewonderen maar de opstandjes fragmenteren geleidelijk, onder andere onder invloed van stormschade en droogte. In de open plekken die daardoor ontstaan, planten we verjonging uit hetzelfde herkomstgebied.
Een deel van de dwergconiferencollectie, die in 1929 in het Josinapark is geplant, kwam uit Schotland van Murray Hornibrook, een bekend verzamelaar van dwergconiferen. Van de oorspronkelijke aanplant is al veel verdwenen maar opvallende exemplaren zijn nog Thuja koraiensis, Thuja plicata ‘Rogersii’, Tsuga diversifolia, Thuja occidentalis ‘Filiformis’, Tsuga canadensis ‘Pendula’, Taxus baccata ‘Washingtonii’. Langs de rand van het fietspad staat een fraai exemplaar van Pseudotsuga menziesii ‘Oudemansii’.

Landgoed Schovenhorst vindt u aan de Garderenseweg 93, 3881 GK te Putten. Door vanaf de brasserie op het landgoed de Bomentuinwandeling te lopen (2,5 km gemarkeerd met groene palen) komt u door de hier beschreven bomentuinen. Deze zijn tussen zonsopgang en zonsondergang vrij toegankelijk. Meer informatie via www.schovenhorst.nl en/of info@schovenhorst.nl

* Jop de Klein is beheerder landgoed Schovenhorst, Aart Jongekrijg is vrijwilliger collectiebeheer

Plantentuin Meise

Op slechts drie kilometer van het Brusselse Atomium ligt Plantentuin Meise, een botanische tuin van wereldformaat. Met een levende collectie van 18.000 plantensoorten en een herbarium met 4 miljoen specimens horen wij bij de grootste botanische tuinen ter wereld. Plantentuin Meise is een internationaal vermaarde onderzoeksinstelling waar tropische en Europese plantkunde centraal staan. Jaarlijks ontvangen we meer dan 180.000 bezoekers die we kennis laten maken met de wondere plantenwereld.

Plantentuin Meise kent een lange geschiedenis die teruggaat tot 1797, toen opgericht als ‘Le Botanique de Bruxelles’ en gelegen in het zuiden van Brussel. Na een verhuizing, binnen het brusselse, en enkele naamsveranderingen kwam de Plantentuin in 1939 uiteindelijk op zijn huidige locatie te liggen: het Domein van Bouchout te Meise. Het huidige domein is gevormd door samenvoeging van twee kasteeldomeinen, van Bouchout en van Meise. Het Kasteel van Bouchout is tot op vandaag een bezienswaardigheid in het domein. Het Hof van Meise brandde echter af tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het domein van de Plantentuin beslaat 92 ha waarvan 1,5 ha serres. Tot het einde van de jaren zeventig bevonden de belangrijkste collecties zich hoofdzakelijk in het Plantenpaleis. In het park waren, naast de bospercelen, een klein aantal oude parkbomen aanwezig die meestal nog dateerden uit de 19e eeuw. Maar de ontwikkeling van de buitencollecties, en dus ook de dendrologische collecties, moest toen eigenlijk nog beginnen. Gedurende de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werden verspreid over het domein heel wat collecties ontwikkeld en uitgebouwd die tot op vandaag blikvangers voor de Plantentuin zijn. Recent, in 2014, kreeg de Plantentuin een nieuwe boost bij de overdracht naar de Vlaamse Overheid en werd ook een nieuwe naam gegeven: Agentschap Plantentuin Meise.

Het Kasteel van Bouchout
Foto: Kenneth Bauters

Collecties
In het meest zuidelijke deel van het domein bevindt zich het Coniferetum, een collectie naaldbomen gegroepeerd per familie en genus. Een deel van deze collectie dateert van 1941 maar het overgrote deel werd aangelegd eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Vertegenwoordigers van bijna alle winterharde genera zijn hier te vinden en de collectie bestaat uit 250 taxa van zowel botanische soorten als cultivars. Vaak is het zo dat de cultivars rondom de botanische soort staan waaruit ze veredeld werden. Tegenwoordig planten we nog weinig cultivars en proberen we de focus op wildverzameld materiaal te leggen. Goed vertegenwoordigde genera zijn Abies, Chamaecyparis, Juniperus, Larix, Picea, Pinus en Thuja maar ook bijzonderheden zoals Fitzorya en Wollemia ontbreken niet. In 2019 hebben we 80 Picea’s moeten kappen die gesneuveld waren aan de letterzetter (Ips typographus). De droge zomers van de laatste jaren hebben de sparren duidelijk verzwakt en vatbaarder gemaakt voor deze kleine bastkever.

Nabij het Coniferetum ligt een collectietuin van meer dan vijf ha, het Dahlgrenarboretum. Dit is een systematische verzameling van houtachtige bloemplanten, tot voor kort Fruticetum genoemd. Deze collectie beperkt zich vooral tot struiken aangevuld met kleine bomen of bomen die klein blijven in ons klimaat. De gevolgde systematiek is geïnspireerd op die van de Deense plantkundige Rolf Dahlgren. Ondertussen is deze systematiek verouderd, maar door de grootte van de collectie en de planten is het onmogelijk om de systematiek naar het huidige APG-systeem om te zetten. We kiezen er dus bewust voor om nieuwe planten volgens het Dahlgren systeem te blijven aanplanten en zo dit historisch klassificatiesysteem in de kijker te plaatsen. Op de plantenlabels zullen we voor de systematiek zowel naar de Dahlgren als de APG-systematiek verwijzen. We vinden hier maar liefst 1300 taxa uit 259 genera en 92 families.

Een zicht op het Dahlgren Arboretum met Prunus sargentii in herfstkleur
Foto: Kenneth Bauters

De eikencollectie toont aan de hand van een 100-tal taxa de enorme variabiliteit binnen het genus Quercus. De eiken zijn hier allen als solitair aangeplant een gegroepeerd naar verwantschappen. In 2007 stelden BGCI en FFI gezamenlijk een rode lijst voor eiken op (The Red List of Oaks). Hierin werden 29 taxa beoordeeld als ‘critically endangered’ of ‘endangered’. Een onderzoek naar ex-situ collecties werd uitgevoerd. Deze studie omvatte 3796 Quercus collecties van 198 instituten uit 39 landen. Hiervan waren slechts 91 collecties (13 soorten) bij die de critically endangered of de endangered soorten vertegenwoordigen. Dit wil zeggen dat 16 (sterk) bedreigde soorten helemaal niet vertegenwoordigd zijn in collecties. Plantentuin Meise scoorde goed in dit rapport door de aanwezigheid van 3 bedreigde taxa: Q. acerifolia (2 collecties), Q. georgiana (1 collectie, 2 planten), Q. oglethorpensis (1 collectie).
De Dendrologische Schatkamer is, zoals de naam doet vermoeden, een ware highlight voor dendrologen. Ooit was dit een onderdeel van de kwekerij, wat nog te zien valt aan een rij Ginkgo biloba’s en een aantal oude coniferen. De minst waardevolle planten werden in de jaren tachtig geëlimineerd om kleine tuinkamers met een eigen microklimaat te creëren. Dit liet toe om heel wat halfwinterharde struiken en bomen aan te planten. Rariteiten die hier te vinden zijn: Aphananthe aspera, Quercus rugosa, Neolitsea sericea, Cupressus bakeri, Cyclocarya paliurus, Ehretia dicksonii, Nyssa aquatica, Robinia neomexicana

In 2019 werd onze Rozentuin officieel geopend. In tegenstelling tot vele andere rozentuinen zet Plantentuin Meise de botanische roos in de spotlights. Deze zijn bovendien volgens verwantschappen aangeplant. Met meer dan 100 verschillende botanische soorten vormt dit een van de belangrijkste rozencollecties ter wereld. Er werd ook een beperkte selectie van cultivarrozen aangeplant die de geschiedenis van de rozenteelt weergeven. Hiervoor kozen we vooral voor selecties van Belgische makelij.
Dit zijn slechts enkele van de grote collecties die jaarrond te bewonderen zijn in Plantentuin Meise. Je vindt er verder ook nog een Aziatische esdoorncollectie; een Magnolia-collectie; een Rhododendron-bos met meer dan 300 taxa; een Noord-Amerikaans bosbestand; een bloementheater met focus op pioenen; een Cronquisttuin (Herbetum) met meer dan 1500 kruidachtigen, systematisch aangeplant; een medicinale tuin; en een Hydrangea verzameling, vooral opgebouwd rond H. macrophylla cultivars. Op het moment van schrijven hebben we net een overeenkomst gesloten over de overname van een prachtige Hydrangea-collectie van meer dan 300 planten. Dit zal ons ‘Hydrangea-bos’ in ieder geval van wat extra kleur en spektakel voorzien!

De rozentuin werd geopend in juni 2019
Foto: Manon van Hoye

We mogen uiteraard ook ons Plantentpaleis niet vergeten. Dit serrecomplex werd gebouwd in de jaren vijftig om de snel groeiende exotische plantencollectie van de Plantentuin te huisvesten. Dertien grote, onderling verbonden serres nemen je mee op een tocht rond de wereld. Elke kas heeft als thema een vegetatiezone, gaande van tropisch regenwoud tot droge woestijnen. In elke kas bevinden zich tussen de 400 en 700 verschillende soorten.

Nieuw erfgoed in de maak
In samenwerking met Toerisme Vlaanderen en het Facilitair Bedrijf werkt de Plantentuin aan een vernieuwing van de infrastructuur en een uitbreiding van het publieksaanbod. De toekomstige bezoeker kan via een wandelparcours de diverse thema’s van het domein ontdekken. De beleving door de bezoeker staat voorop. Er wordt gestreefd naar maximale toegankelijkheid. De rozentuin is hier een eerste concreet uitvloeisel van en binnenkort zullen we ook onze nieuwe Welkomsttuin openen. Deze tuin bestaat uit twee tuinkamers, een voorbeeld van een middeleeuwse tuin en een geuren- en kleurentuin. De omgeving rondom deze twee tuinkamers is aangeplant met meerstammige bomen, onder andere Acer freemanii ‘Jeffersred’, Cercis canadensis, Heptacodium miconioides en Zelkova serrata. Ook een culinaire tuin, een romantische eilandtuin en de heraanleg van enkele serres staan op de planning voor de komende twee jaar. Ondertussen hebben we ook onze Eredreef heraangeplant. Deze dreef verbindt de hoofdingang van de Plantentuin met het Kasteel van Bouchout. Van de historische beukendreef die dit ooit was, bleven slechts enkele bomen over. Opnieuw een beukendreef zou een logische keuze geweest zijn, maar de klimaatverandering maakte een meer gedurfde keuze wenselijk. Met de aanplant van 48 watercipressen (Metasequoia glyptostroboides) kiest Plantentuin Meise resoluut voor de toekomst!

Geënte kastanjes (Castanea sativa), mogelijke relicten uit de late 18de eeuw van een drevenpatroon rondom het verdwenen Kasteel van Meise
Foto: Kenneth Bauters

Bezoekadres: Agentschap Plantentuin Meise, Nieuwelaan 38 1860 Meise (België)
info [@] plantentuinmeise.be
www.plantentuinmeise.be

* Kenneth Bauters is wetenschappelijk beheerder van de openlucht collecties. Elke Bellefroid is diensthoofd van de levende verzamelingen en domein.

Arboretum Wespelaar – telkens weer een ontdekking en een verademing

Voor plantenkenners wereldwijd is Arboretum Wespelaar, gelegen in Haacht tussen Leuven en Mechelen in België, een referentiecollectie. Mensen die niet zo met planten bezig zijn, hebben er echter zelden of nooit van gehoord (tenzij ze in de buurt van Haacht wonen – en dan nog blijken ze vaak erg verrast). We kunnen dus niet echt spreken van een toeristische trekpleister, maar voor wie van speciale bomen en struiken houdt zijn we zeker een revelatie.

Arboretum Wespelaar is het levenswerk van Philippe de Spoelberch, dendroloog in hart en nieren en tevens erevoorzitter van de Belgische Dendrologische Vereniging. De eerste aanplantingen deed hij in 1983 op de weiden achter zijn domein Herkenrode (de huidige Magnoliaweide). In 1991 voegde hij schaduwminnende planten zoals Acer, Cornus, Euonymus, Stewartia en Viburnum toe beschut onder het bladerdak van het Marnefbos, een bos met prachtige zomereiken aangeplant rond 1890 door zijn grootvader. In 2001 werd de basis gelegd voor de Stichting Arboretum Wespelaar en nam Koen Camelbeke de leiding op zich als directeur. Het arboretum ging officieel open voor het publiek in april 2011: de parkstructuur had tegen dan al vorm gekregen en de nodige ontvangstfaciliteiten waren voorzien.

Herfstzicht op de Artoisvijver
Foto: Laura Wester

Park met eigen selecties
Arboretum Wespelaar heeft een oppervlakte van 20 hectare en herbergt een gespecialiseerde collectie van meer dan 2300 verschillende houtige soorten en (cultuur-)variëteiten uit gematigde streken over de hele wereld die winterhard zijn in België. Door de grote verscheidenheid zijn er van april tot september telkens andere planten in bloei te zien en later op het jaar zorgen vruchten en herfstverkleuring voor een uniek schouwspel. Het arboretum heeft geen vast wandelcircuit of duidelijk afgebakende wandelpaden. Om het overzicht te bewaren zijn er negen zones met elk een eigen naam en karakter.
Sinds 2019 bieden we je op onze website als eerste kennismaking een virtuele tour aan die je meeneemt langs alle hoekjes en kantjes van de collectie. Er staan geen wegwijzers of infopanelen in het arboretum maar we helpen je bij een bezoek wel op weg met onze wandelfiche. Naast een overzichtsplannetje vind je hierop uitleg over tien markante bomen en struiken. De wandelfiche wordt om de twee à drie weken vernieuwd zodat de informatie actueel blijft en trouwe bezoekers telkens iets nieuws ontdekken.
Het arboretum is niet enkel en alleen een plantencollectie. Het is ook een prachtig park met oog voor esthetiek, harmonie en verrassende zichtpunten. De verschillende zones zorgen voor afwisseling en de brede zichtassen creëren verbindingen en nodigen uit om op ontdekking te gaan. Hier en daar trekt een beeld, een vijver of doorkijkje naar de buren de aandacht. Banken op uitgekiende plaatsen bieden een mooi en ontspannen uitzicht en de perfecte gelegenheid om de wandeling even te onderbreken.
April is onze drukste periode; dan zorgen de Magnolia’s op de Magnoliaweide voor een zee van roze en wit. Onze magnoliaverzameling behoort tot de grootste van West-Europa, met maar liefst 275 verschillende soorten en cultuurvariëteiten. Arboretum Wespelaar heeft ook heel wat eigen selecties waaronder de geliefde, geelbloeiende Magnolia ‘Daphne’ die een Award of Garden Merit kreeg van de Royal Horticultural Society. Onze selecties ontstaan uit eigen zaailingen en kruisingen of uit kruisingen uitgevoerd door andere enthousiaste boomliefhebbers. Na jaren observatie en vergelijking selecteren we enkel die planten die opvallen door hun uitzonderlijke kwaliteiten (rijkelijke bloei, kleurenpracht, boomsilhouet) en hun mogelijke commerciële waarde. Zo selecteerden we een aantal gele Magnolia’s waarvan tien kruisingen het resultaat zijn van het doorgedreven werk van Dr. August Kehr (1914-2001) die onderzoeker was aan het U.S. Department of Agriculture. Hij streefde ernaar winterharde laatbloeiende magnolia’s te creëren met intens gele bloemen. Wetende hoeveel tijd het hem zou kosten om zijn laatste kruisingen op te kweken en te evalueren stuurde hij ook pakketjes met zaden naar Wespelaar waar ze in 1992 werden uitgezaaid. Van de 110 zaailingen die vanuit de kwekerij in het Arboretum werden uitgeplant werden uiteindelijk tien planten geselecteerd, benoemd en commercieel vermeerderd.

Lentezicht op de Magnoliaweide
Foto: Laura Wester

Specialiteiten
Arboretum Wespelaar werkt ook aan de uitbouw van een degelijke Rhododendron collectie. Hierbij gaat de aandacht in de eerste plaats naar botanische soorten en F1 hybriden (het resultaat van twee zuivere soorten die met elkaar werden gekruist: liefst spontaan, kunstmatig mag ook). Ze werden aangeplant volgens de huidige systematische inzichten: nauw verwante soorten worden dicht bij elkaar in hetzelfde perk gezet waardoor je ze makkelijk kan bestuderen en vergelijken. De meeste tref je aan in het Verlatbos waar de dikke strooisellaag met naalden en kegels van de Corsicaanse den voor de ideale, zure voedingsbodem zorgt.
Een andere specialiteit is het geslacht Stewartia dat net als Camellia behoort tot de theefamilie (Camellia sinensis is de thee die we drinken). Stewartia’s hebben elk seizoen wat te bieden. Een mooi silhouet en vruchtrestanten in de winter, vaak ook een mooie, afbladderende schors, prachtige witte bloemen in juli-augustus en een mooie bladverkleuring in de herfst. De bekendste is Stewartia pseudocamellia wat letterlijk betekent ‘gelijkend op Camellia’. Stewartia malacodendron is misschien wel de mooiste: in tegenstelling tot de gebruikelijke geeloranje meeldraden heeft hij blauwpaarse.
Planten met een mooie herfstverkleuring hebben een voetje voor in Arboretum Wespelaar. Niet verwonderlijk dus dat we ook in het najaar veel bezoekers krijgen. Liquidambar, Parrotia, Carya, Nyssa, Euonymus, Disanthus, Quercus, Lindera en natuurlijk ook Acer dragen dan allemaal hun steentje bij. Zo verkleurt onze esdoorncollectie in gele, oranje, rode en paarse tinten. Maar ook buiten de herfst heeft het geslacht Acer veel te bieden met zijn enorme variatie in bladvorm, schors en algemene structuur. Onze collectie telt om en nabij 195 esdoornsoorten en (cultuur-)variëteiten. Wat herfstverkleuring betreft hebben we nog een paar prachtige eigen selecties: Quercus alba ‘Laura’, Quercus stellata ‘Artois’ (een knipoog naar de link met brouwerij Stella Artois waarvan de familie Artois aan de basis ligt van het domein van Wespelaar), Quercus serrata ‘Herkenrode’ en Nyssa sinensis ‘Jim Russell’.

Detail van Stewartia malacodendron
Foto: Laura Wester

Opkweek vanuit zaad of stekmateriaal
Heel wat planten in de collectie kweken we zelf op vanuit zaad of stekmateriaal. Zo krijgen we zaden via uitwisseling met andere collecties en van plantenkenners die op expeditie trekken om zaden te verzamelen in de natuur. Om een betrouwbare plantencollectie uit te bouwen gaat onze voorkeur uit naar planten van gekende oorsprong. Alles wordt nauwgezet geëtiketteerd en bijgehouden in de databank zodat geen informatie verloren gaat. De collectie levert ook een belangrijke bijdrage aan het behoud van bedreigde en beschermde plantensoorten. Zo hebben we heel wat Rode Lijst soorten in de verzameling waarvan we stekjes, bladeren en vruchten beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek. Arboretum Wespelaar maakt deel uit van ArbNet, een wereldwijd netwerk van arboreta. Via ArbNet werken arboreta van over de hele wereld samen aan het behoud van bomen en boomcollecties en krijgen ze ook een officiële erkenning op wereldschaal. In 2016 kregen we als derde Europese collectie een ‘Level 4’ status (het hoogste niveau) binnen ArbNet. Dit hebben we te danken aan onze degelijke plantencollectie, de achterliggende databank, de uitwisseling van kennis en samenwerking met andere collecties en onze goed uitgebouwde gidsenwerking. Daarnaast vormt de indrukwekkende collectie gedetailleerde scans en determinatiesleutels die we via onze website ter beschikking stellen een belangrijke troef. Hiervoor werken we samen met Jan De Langhe, dendroloog aan de Plantentuin in Gent, die de sleutels en scans voor ons maakt.
Vanaf woensdag 1 april 2020 opent het Arboretum Wespelaar weer de deuren voor de bezoekers. Elke woensdag en zondag van 10 tot 17 uur kan het Arboretum bezocht worden, en dit tot en met zondag 15 november 2020. Er is tevens de mogelijkheid een geleid bezoek aan te vragen. Van harte welkom!

Quercus alba ‘Laura’
Foto: Koen Camelbeke

Bezoekadres: Grote Baan 63 – B-3150 Haacht-Wespelaar (België)
info@arboretumwespelaar.nl |
www.arboretumwespelaar.be

* Joke Ossaer is conservator-assistent