In het NDV-jubileumboek Honderd jaar dendrologie 1924-2024 stelt botanisch filosoof Norbert Peeters de vraag ‘Wat is een boom’? Zijn verkenning is interessant omdat deze naast de fysiologisch-biologische vorm waarin bomen verschijnen (en waar dendrologen zich vooral mee bezighouden) op zoek gaat naar andere visies op ‘de boom’. Daarmee sluit hij, zonder dat te benoemen, aan bij cultuurfilosofen die zoeken naar betekenisgeving, in het geval van bomen naar de betekenis van hun relatie met mensen.
Het in Arbor Vitae 1, 2024 besproken Bomen en Bossen van cultureel antropoloog en filosoof Ton Lemaire benadrukt precies het belang van dit laatste perspectief, waarin bomen en bossen een relatie met mensen hebben en zelfs bondgenoten zijn. In dit artikel willen wij laten zien hoe vruchtbaar zo’n benadering is. We putten voor ons artikel uit drie bronnen. Ten eerste het werk van de Nederlandse bioloog Arjen Mulder wiens ‘heropvoeding’ hem laat communiceren met bomen. In het tweede voorbeeld bespreken we een heel andere culturele traditie; aan de hand van de Bengaalse Sumana Roy besteden we aandacht aan de invloed die bomen hebben op onderwijs en onderzoek bij de Indiase universiteit gesticht door Nobelprijswinnaar voor literatuur Rabindranath Tagore. Ten slotte presenteren we de Zuid-Afrikaanse antropoloog William Ellis, die zich aan de Zuid-Afrikaanse Universiteit van de Westkaap sterk maakt voor de verhalen die bomen ons vertellen over de lokale sociaal-culturele geschiedenis van slavernij.

Cultuur en betekenisgeving
In navolging van André Droogers beschouwen wij cultuur als zin- en betekenisgeving. Zo bekeken is cultuur het menselijk vermogen om betekenis te geven aan de wereld, en de producten van dat vermogen, of het nu woorden, daden of dingen (of de symbolen daarvan) zijn. De verscheidenheid aan culturen toont de creativiteit van de menselijke betekenisgeving. Een belangrijke eigenschap van betekenisgeving is haar speelse karakter. Cultuur is dan een spel: het vermogen om meerdere werkelijkheden te creëren en daarmee om te gaan. Om dit wat concreter voor de boomwereld te maken de bijgaande foto van de Cipres als boom en het schilderij waarin Vincent van Gogh op speelse wijze betekenis aan de Cipres geeft en daarmee de wereld van mensen en bomen met elkaar verbindt. Zoals Lemaire in Bomen en bossen (p. 114-115) schrijft, maken Cipressen, alsook Olijven, deel uit van Van Gogh’s dagelijkse worsteling met de zin van het leven tijdens zijn verblijf in een Zuid-Franse inrichting.
Het antropologisch begrip cultuur als betekenisgeving sluit nauw aan bij hoe daar in de grote religieuze tradities naar gezocht wordt. Denk alleen maar aan Gilgamesj zoektocht naar betekenis in het Cederwoud, Boeddha’s vereenzelviging met de Bodhiboom, maar ook het Bijbelse Genesis waarin Adam namen en daarmee betekenis geeft aan dieren en planten, waarmee ook de beheersing en exploitatie van bomen en meer in het algemeen de natuur een gegeven wordt. De diversiteit aan culturele betekenisgeving rond bos en bomen is zo groot als de wereld culturen rijk is. In dit artikel pretenderen we niet meer dan een zeer selecte demonstratie te geven.
Praten met bomen
In zijn De vriendschap van bomen beschrijft bioloog Arjen Mulder hoe zijn kijk als Europees en seculier bioloog op de bomenwereld diepgaand verandert en verder gaat dan een speelse betekenisgeving aan die wereld. Zijn relatie met bomen blijkt tweezijdig: bomen verlenen hem op hun beurt betekenis in een subtiel communicatieproces. Hij noemt dit proces zelfs vriendschap, wat suggereert dat de mensen- en bomenwereld elkaar ten minste deels overlappen. In zijn boek ‘ontmoet’ hij vele Europese bomen: Lindes, Eiken, Beuken, Sparren en vele andere. Wanneer hij onder invloed van de klimaatcrisis de gebaande paden van de biologie verlaat, op zoek naar nieuwe (deels oude) manieren van denken over de natuur, o.a. in de antropologie (zie p. 32), ontstaat bij Mulder een soort boomverering vergelijkbaar met hoe Germaanse stammen voor de komst van het Christendom Eiken vereerden. Hele dagen en nachten zit en ligt hij bij bomen en ‘leert’ zelfs met hen ‘spreken’. Net als Adam in Genesis geeft hij hen namen. De meest ‘sprekende’ vonden wij ‘kwebbelende meisjes’ waarmee hij tijdens een nachtelijke ceremonie met een drietal Beuken in het Bakkummerbos in gesprek gaat.
Ook in het Amsterdamse Vondelpark, het Duitse Sauerland en aan de Noorse Barentszee ‘ontmoet’ hij bomen en andere mensen die betekenis geven aan en communiceren met bomen. Het boek is fascinerende lectuur.
Of Mulder in zijn boek het culturele vermogen tot betekenisgeving (van mensen en bomen) nu te veel oprekt of niet, is een terechte maar misschien niet eens zo’n relevante vraag. Zijn manier van handelen en schrijven laat vooral eerbied voor bomen zien en de bereidheid om naar hen te ‘luisteren’. Het odium van ‘bomenknuffelaar’ ligt om de hoek, maar misschien is het wel beter om met Mulder bomen in al hun hoedanigheden te ‘omarmen’ dan ze vanuit een Westers functionele logica massaal om te zagen en daarmee onze planeet onleefbaar te maken.

Hoe word ik een boom?
Sumana Roy’s How I became a tree is een diepgaande reflectie op de vraag hoe in de Indiase culturele betekenisgeving bomen als voorbeeld voor mensen en hun onderlinge relaties dienen. Zo beschrijft ze hoe de Boeddha bomen als voorbeeld stelde aan mensen om af te zien van hebzucht en verlangen en vooral het laten varen van trots om alles in het leven te willen controleren en daarmee anderen lijden te berokkenen. Ons grote voorbeeld zou volgens de Boeddha de Banyan boom moeten zijn die altijd gastvrij de vermoeide reiziger haar verkoelende schaduw biedt.
De diepe verankering van bomen in het Boeddhistische en Indiase culturele denken vindt ook expressie in het denken van Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore (1913), die in 1921 de Bengaalse Visva-Bharati universiteit stichtte (Sanskriet voor ‘India in een gemeenschappelijke wereld’; Visva betekent wereld of universum en Bharati betekent India en cultuur). Een andere beroemde naam en tijdgenoot uit India, Mahatma Gandhi, hielp Tagore mee om de financiering voor de universiteit rond te krijgen. Waar Roy een boom wil zijn, wilde Tagore vooral cactus zijn vanwege zijn niet-veeleisende karakter. Cactussen bloeien met weinig water, voeding en aandacht. Zo wilde Tagore leven, blijkend uit zijn poëzie, zijn muziek en zijn verdere oeuvre. Geen wonder dat bomen, en groen in het algemeen, een centrale rol spelen in ‘zijn’ Visva-Bharati universiteit, waar het onderwijs zoveel mogelijk in de buitenlucht plaatsvindt. Vanwege de meestal onverbiddelijke zon in India vinden colleges vaak plaats in de schaduw van een boom. Voor Tagore was een boom overigens nooit zomaar een boom. Volgens hem moest elke boom als individu worden beschouwd. In elk onderwijsprogramma zit een verplicht vak ‘natuurstudie’ waarin van studenten wordt gevraagd om individuele bomen en planten door de seizoenen heen met al hun zintuigen te bestuderen. Deze vorm van academisch onderwijs probeert door diepgaande studie van, en verbondenheid met bomen, planten en natuur in zijn algemeen, elke vorm van onverschilligheid en onachtzaamheid jegens hen af te leren. Aan deze culturele boodschap zouden ook de Nederlandse universiteiten inspiratie kunnen ontlenen.

Foto: Biswarup Ganguly, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons
Onder de Melkhoutboom
Vanuit Zuid-Afrika bereikt ons een vergelijkbare culturele boodschap over de betekenis die bomen hebben voor mensen. Zo werden bomen, met name de Melkhoutboom, door de eerste Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika rond de Kaap massaal gekapt voor gebruik in de scheeps- en huizenbouw, alsmede het vervaardigen van gereedschappen.
Waar de Melkhoutwouden wijdverspreid waren in de voormalige Kaapprovincie, is deze boom nu nog slechts sporadisch te vinden. In het Engels wordt dit een ‘vegetal genocide’ genoemd, de systematische uitroeiing van een plantensoort, zoals ook veel in de mijnbouwgebieden in zuidelijk Afrika gebeurt. Zo staat er in Kaapstad op de plaats waar eens een Melkhoutboom stond nu een inscriptie om aan te duiden dat in koloniale tijden daar de slaven werden verkocht. Elders in Kaapstad staat een vijf eeuwen oude Melkhoutboom als aandenken aan de Nederlandse overdracht van de Kaapkolonie aan de Engelsen. Aan deze zogenaamde Treaty Tree werden ooit ontsnapte en weer gevangen slaven opgehangen: een buitengewoon bittere herinnering. William Ellis probeert zich in zijn reflectie op de culturele betekenis van deze Melkhoutbomen voor te stellen hoe zijn vaders betovergrootmoeder ooit als slaaf verkocht is bij een Melkhoutboom in de buurt van Kaapstad en hoe haar tranen en andere excrementen met die van de talloze andere slaven de boom hebben gevoed die daardoor onderdeel is geworden van zijn relatie met zijn voorouders. Het ‘houten vlees’ van de oude overgebleven Melkhoutbomen is daarmee niet alleen getuige, maar ook letterlijk doordrenkt met dit slavenverleden. Wat zouden al die eeuwenoude bomen die nu de vele wijnhuizen in en rond Kaapstad sieren en die jaarlijks zoveel toeristen trekken, ons nog meer kunnen vertellen over wat zij allemaal hebben meegemaakt? Misschien zou Arjen Mulder het hen een keer kunnen vragen?

Foto: Maretblom, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Slot
Mensen maken wereldwijd en historisch deel uit van het vlees dat wij bij bomen hout noemen. De boom is daarmee de belichaming van ook onze geschiedenis. Maar de boom is ook de ‘host’, die schaduw, troost en beschutting biedt aan iedereen die dit nodig heeft: mens, dier, of plant. Onbaatzuchtig zijn bomen bereid tot het bieden van bescherming, maar ze worden als gastheren ook gevoed door de ontbinding van alles wat leeft, inclusief de mens. In deze visie heeft iedere individuele boom een eigen verhaal te vertellen aan wie zoekt naar antwoorden op vragen die slechts bomen kunnen beantwoorden. Laten we daarom met Lemaire bomen, net als mensen, als bondgenoten en betekenisgevers zien en daarmee het NDV en KVBC perspectief op de dendrologie verrijken.
Bronnen
- André Droogers, 2010. Zingeving als spel. Over religie, macht en speelse spiritualiteit. Een gids voor vrije zinzoekers. Almere: Parthenon
- William Ellis, 2019. A Tree walks through the forest: Milkwoods and other botanical witnesses. Catalyst: Feminism, Theory, Technoscience 5(2)
- Ton Lemaire, 2023. Bomen en bossen. Bondgenoten voor een leefbare Aarde. Amsterdam: Ambo/Anthos
- Arjen Mulder, 2024. De vriendschap van bomen. Heropvoeding van een bioloog. Amsterdam/Antwerpen: De Arbeiderspers.
- Sumana Roy, 2017. How I became a tree. New Haven/London: Yale University Press
* Harry Wels en Frans Kamsteeg zijn beiden werkzaam aan de Vrije Universiteit, faculteit Organisatiewetenschappen
