Tetrapanax papyrifer, rijstpapierplant

Op de omslag van de tweede Arbor Vitae uit 2020 is een afbeelding van de rijstpapierplant met nog vrij bescheiden groot blad. Tot volle wasdom gekomen is het een zeer opvallende plant in de tuin, die het al gauw niet bij slechts één stengel laat.

De soort komt van nature voor in Taiwan en werd door Hooker in 1852 beschreven als Aralia papyrifera. Hij was niet zo zeker van zijn zaak want hij plaatste achter Aralia een vraagteken. Hij had zich heel veel moeite getroost om materiaal van de soort in handen te krijgen. Het bleek nogal gevaarlijk om planten te laten verzamelen op de natuurlijke groeiplaatsen, een moerassig gebied in het noorden van Taiwan. De bevolking daar was niet gesteld op westerlingen. Ook overleefden de planten enkele malen het lange transport niet. Maar uiteindelijk kreeg hij levend materiaal in handen en ook een door een Chinees vervaardigde kleurentekening. In 1859 plaatste K. Koch de soort in het aparte geslacht Tetrapanax. Omdat dit geslacht mannelijk is werd het Tetrapanax papyrifer. Niet iedereen was daar gelukkig mee. Miquel plaatste in 1861 de soort in het geslacht Fatsia en als Fatsia papyrifera is de plant ook nog bekend geweest.

Klein als ze uitlopen, maar groot als ze zijn uitgegroeid
Foto: Koos Slob

De soort werd vanuit Taiwan in het zuiden van China geïntroduceerd en is daar bekend als de traditionele medicijn ‘tong cao’. Het wordt onder andere gebruikt bij problemen met de urinewegen. Maar de plant is vooral bekend vanwege het uit het merg vervaardigde rijstpapier. Uit meer planten wordt rijstpapier vervaardigd, maar Tetrapanax levert het enige echte rijstpapier.
Als sierplant valt hij op met zijn lang gesteelde enorme grote, vijflobbige bladeren die 50-75 cm of zelfs 100 cm breed kunnen zijn. De bladeren zijn groen met een viltig laagje aan de onderkant. Nieuwe scheuten zijn bruin en eveneens viltig. De plant kan tot 3,5 m hoog worden al blijft ze in ons land meestal lager. De planten zijn bladverliezend. In strenge winters kunnen de bovengrondse delen bevriezen, maar vanaf de basis kunnen ze in het voorjaar weer snel nieuwe stengels vormen. Vrij laat in het seizoen verschijnen de grote bloempluimen. De vruchten zijn zwarte bessen. De plant kan in de volle zon, maar lichte schaduw lijkt toch het beste.

Tetrapanax papyrifer met de kenmerkende vijflobbige bladeren
Foto: Wout Kromhout

Op het internet wordt vrijwel uitsluitend de cultivar T. papyrifer ‘Rex’ aangeboden met diep ingesneden blad. Deze selectie zou meer kou kunnen verdragen dan de soort. In de handel is ook een selectie onder de naam T. papyrifer ‘Steroidal Giant’.
De plant is berucht om de vele ondergrondse stengeluitlopers en wordt in sommige gebieden als invasief beschouwd. Een voordeel ten opzichte van bamboe is dat de uitlopers vrij oppervlakkig zijn en eenvoudig te verwijderen.

Geef een antwoord