Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen

Om met de deur in huis te vallen: het is een fantastisch boek en een absolute aanrader voor elke dendroloog en liefhebber van bomen. De Vlaamse Valerie Trouet vertelt over haar eigen wetenschappelijke opleiding en haar werk als hoogleraar met een eigen onderzoeksgroep aan een Amerikaanse universiteit. Ze neemt je mee op haar excursies op jacht naar boomboorkernen en tijdens haar ontdekkingen in het lab. Ze vertelt meeslepend en enthousiasmerend.
Het beste kan ik haar zelf aan het woord laten in de slotalinea van het voorwoord in haar boek. ‘Ik bestrijk een groot terrein in Wat bomen ons vertellen. Ik spreek over houtcellen die kleiner zijn dan de diameter van een mensenhaar en over straalstromen die op dezelfde hoogte als vliegtuigen over het noordelijk halfrond razen. Ik verbind die twee met elkaar door middel van verhalen over piraten, marsmannetjes, samoeraikrijgers en Dzjengis Khan. Ik vertel jaarringverhalen die mij fascineren. En de rode draad in al deze verhalen is de geschiedenis van houtgebruik en ontbossing, die dendrochronologen in staat heeft gesteld het verleden te bestuderen en een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van onze planeet in de toekomst. Ik denk dat er in het huidige klimaat van wantrouwen en onverschilligheid jegens wetenschappelijke ontwikkelingen plaats is voor dergelijke verhalen. Ik hoop dat u in het beste geval een kleine tinteling van opwinding voelt wanneer u iets nieuws opsteekt uit dit boek. Het is dezelfde tinteling die ons wetenschappers prikkelt door te gaan met ons werk.’ (p. 14)

Wat bomen ons vertellen.
Een geschiedenis van de wereld in jaarringen

Een paar feiten. Wist u dat het langste ononderbroken jaarringarchief (de Duitse eikendennenchronologie) 12.650 jaar bestrijkt zonder ook maar één jaar over te slaan (p. 13)? Wist u dat in 1964 de oudste levende boom met toestemming (!) per ongeluk werd omgezaagd: een Pinus lon­gaeva van 4862 jaar (p. 50)? Wist u dat over het algemeen coniferen duidelijker jaarringen hebben dan loofbomen (p. 60)? Wist u dat de oudste dendrochronologisch gedateerde deur zo’n 1000 jaar oud is en nog steeds wordt gebruikt in Westminster Abbey (p.79)? Wist u dat natuurbranden littekens kunnen achterlaten in bomen en zo exact het jaar bepalen waarin de brand heeft gewoed (p. 232)?
Graag eindig ik met nog een citaat van Trouet, de dendroklimatoloog: ‘Het behoeft geen betoog dat de onophoudelijke pesterijen door mensen die veel te verliezen hebben bij alle inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen buitensporig veel aandacht, tijd en energie van mijn collega’s heeft gevergd. Aandacht, tijd en energie die ze niet konden besteden aan onderzoek doen, aan meer en oudere bomen bemonsteren, meer monsters kruisdateren of meer wetenschappelijke resultaten publiceren. […]
Deze fanatieke klimaatontkenners willen voorkomen dat klimaatwetenschappers hun onderzoek naar natuurlijke en door de mens veroorzaakte klimaatverandering voortzetten en hun conclusies met de wereld delen’ (p. 96).
Van harte nodig ik het NDV-bestuur uit deze wetenschapper te benaderen en haar uit te nodigen voor een wetenschappelijke voordracht. Of beter nog een symposium te organiseren rond het thema ‘Dendrochronologie en klimaat’. Ik vermoed dat ze haar geboorteland België regelmatig bezoekt, wat een eventuele reiskostenvergoeding wellicht overbodig maakt. Ik bied graag aan om mee te organiseren. (KS)

Trouet, V. (2020) Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen. Lannoo, Tielt. € 22,99 ISBN 978-94-014-6675-2.