Waarom is de bodem zo belangrijk voor bomen?

Tijdens de najaarsbijeenkomst van de NDV in Opheusden op zaterdag 22 november 2025 hield Dr. Ir. Jacqueline Baar*, directeur/adviseur bij Soil Best B.V. uit Wageningen een boeiende lezing over de bodem.

Het was illustratief dat het eerste beeld van de lezing de Langlevende den, Pinus longaeva, liet zien op de kale rotsbodem in Californië. Een leven, ruig, maar duizenden jaren standvastig in een genadeloos onherbergzame omgeving. Een mooi voorbeeld van de relatie tussen plant en bodem die in hoge mate wederkerig is. Zelfs in deze rotsachtige situatie weet de plant met behulp van mycorrhiza-schimmels water en voeding op te nemen.

Jacqueline startte met de theorie over de bodem. In Nederland is er ruwweg een verdeling mogelijk in klei-, zand- en veenbodems. Vaak worden ook nog bodems met löss en leem onderscheiden. De eigenschappen van die bodems zijn toe te schrijven aan een samenstelling van een drietal onlosmakelijke componenten: de biologische, de chemische en de fysische component.

De biologische component, waartoe deze lezing zich merendeels beperkte, werkt aan, en beïnvloedt de beide andere componenten tot een functionerend ecosysteem waarin het zelf ook kan leven. Het bodemleven verkleint het organisch materiaal, mengt het en breekt het af zodat de voedingsstoffen weer vrijkomen. Ook zorgt het bodemleven voor een luchtige kruimelstructuur van de bodem door zogenaamde bodemaggregaten te vormen middels kleverige stoffen. Zo ontstaat een optimale verhouding tussen vocht, lucht en bodem waarin de chemische processen die belangrijk zijn voor het ecosysteem, zoals de uitwisseling van voedingsstoffen, kunnen plaatsvinden.

De Langlevende den (Pinus longaeva) in Patriarch Grove, White Mountains, Californië.
Foto: Jim Morefield uit Nevada, USA, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

Het bodemleven is enorm divers, alhoewel het grotendeels aan ons oog onttrokken wordt. Ik probeer het hier weer te geven in een achttal groepen al is deze indeling niet echt wetenschappelijk en volledig:

  1. Schimmels
  2. Actinomyceten (bacteriën die op schimmels lijken; deze zijn verantwoordelijk voor de typisch “aardse” geur van de grond)
  3. Bacteriën
  4. Eéncellige eukaryoten zoals amoeben en flagellaten (vroeger wel protozoa genoemd.)
  5. Nematoden (aaltjes)
  6. Veel micro- en macrogeleedpotigen en larven daarvan
  7. Naaktslakken en huisjesslakken.
  8. Regenwormen en grotere bodembewoners zoals de mol.

Er bestaat een directe positieve correlatie tussen de biodiversiteit onder de grond en dat erboven. Het leven wordt natuurlijk beïnvloed door landgebruik, klimaat, microklimaat, (boom-)soort en dergelijke, maar in het algemeen kan men stellen dat hoe groter de soortenrijkdom boven de grond is, hoe groter die ook is daaronder. Tóch overtreft de biodiversiteit onder de grond duidelijk die van boven de grond.

Tijdens de lezing werden met name de bacteriën en schimmels onder de loep genomen. Beide zijn zeer klein en verborgen, maar alom en in astronomische getale en verscheidenheid in de bodem aanwezig. Zo kunnen in een theelepel grond wel miljoenen, en naar schatting zelfs tot één miljard bacteriën leven. Zij vormen in kwantiteit het grootste aandeel aan het bodemleven. Bovendien zijn zij aangepast om in de meest extreme omstandigheden te kunnen overleven.

Maar vooral de schimmels, met name de mycorrhiza-schimmels, blijken van belang te zijn bij de uitwisseling van nutriënten en water tegen suikers die gevormd worden tijdens het assimilatieproces in de plant. De schimmeldraden van mycorrhiza-schimmels vormen een dicht netwerk rondom de wortels en staan ermee in hecht contact. Zo vergroten ze het opname-oppervlak van de wortels enorm en transporteren zelf actief nutriënten naar de plantenwortels; ook moeilijk te mobiliseren nutriënten die zij door afscheiding van enzymen kunnen extraheren. Met name in de bovenste dertig centimeter van de bodem reageren de planten daarop met een sterke beworteling. Tot wel 80 – 90% van de wortels daar kunnen leven in symbiose met mycorrhizae.

Schematische afbeelding van de wisselwerking tussen bomen en
mycorrhiza.
Afbeelding: Bert Schalkx en André Beerendonk

Er bestaan meerdere typen van mycorrhiza-schimmels. We kennen een aantal zichtbare paddenstoelen die steeds bepaalde soorten bomen vergezellen, zoals de vliegenzwam bij Berk en Eik. Dit is een ectomycorrhiza die samen met de boom een mutualistische associatie vormt (interactie waar beiden voordeel van hebben). Bindingen van ectomycorrhiza zijn betrekkelijk soortspecifiek en daardoor beperkt (ongeveer 2% van de landplantensoorten wereldwijd hebben een binding met een ectomycorrhiza). Er zijn daarnaast echter veel meer soorten mycorrhiza-schimmels die een samenwerkingsverband kunnen aangaan met heel veel planten. Dat zijn endomycorrhizae, met name de arbusculaire mycorrhizae. In tegenstelling tot de ectomycorrhizae zijn ze niet zo selectief, leiden een verborgen bestaan en kunnen bijna 95% van alle landplanten koloniseren, inclusief grassen, kruiden en de meeste landbouwgewassen en tuinplanten. Een uitzondering hierop zijn planten van de families Brassicaceae (koolgewassen) en Chenopodiaceae (bieten en spinazie onder andere).

Uit de figuren die Jacqueline Baar liet zien, werd duidelijk hoezeer mycorrhiza-schimmels in de bodem leiden tot een zich veel sterker en gezonder ontwikkelend gewas. Op proefvelden in binnen- en buitenland liet ze zien hoe bomen, maar ook landbouwgewassen, veel robuuster opgroeiden in samenwerking met de schimmels, met groter blad en beter bestand tegen droogte en ziekten. Soms lijkt de ontwikkeling in het begin juist wat trager te verlopen en lijkt het teleurstellend hoelang het duurt voordat de plant zich bovengronds ontwikkelt in vergelijking tot zijn soortgenoot met toegevoegde kunstmest. Maar het verschil zit in het feit dat planten en bomen met mycorrhiza-schimmels rond de wortels eerst ‘investeren’ in die wortels en daartoe ook gestimuleerd worden door die samenwerking. De wortels van de plant die gevoed wordt met kunstmest krijgen meteen wat ze nodig hebben. Ze hoeven niet in zichzelf te investeren en sturen de bouwstoffen meteen door naar boven voor de ontwikkeling van de bovengrondse plant. Bij tegenslag, zoals droogte, hebben deze bomen en planten maar een beperkt wortelgestel om water op te nemen en krijgen ze eerder last van een tekort. Het wortelgestel is zichtbaar inferieur.

Jacqueline liet ook een heel interessant licht vallen op het belang van de mycorrhiza-schimmels in relatie met de klimaat-adaptatie en de binding van kooldioxide. De mycorrhiza-schimmels spelen een wezenlijke rol in het biologisch assimilatieproces en dus in de opname en omzetting van kooldioxide in zuurstof en plantengroei. Planten en bomen met mycorrhiza-schimmels leggen maar liefst acht keer zoveel CO2 vast als planten en bomen zonder deze schimmels.

Uit recent onderzoek (2023) bleek dat planten dankzij hun mycorrhiza-schimmels ruim een derde (36%) van onze CO2 opslaan. Dat is 31% meer dan tot dan toe werd aangenomen. De mycorrhiza-schimmels hebben daarmee een cruciale rol in het binden van koolstof in de bodem en zijn een significante, natuurlijke bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering.

De relatie met de plant is belangrijk. Waar het bij ons om bomen gaat, is het van belang dat de juiste schimmels bij de bijbehorende boomsoorten worden toegevoegd. Maar ook de relatie en het evenwicht met de omgeving is belangrijk. Het systeem wordt gemakkelijk verstoord door milieuschade of onoordeelkundige toevoegingen. Zo schaden pesticiden, met name fungiciden, de mycorrhiza-schimmels, evenals de stikstofdepositie en de vorming van vrij ammonium in de grond (iets dat wij nog wel kennen uit het nieuws als de zure (reagerende) regen). De Langlevende den leert ons dat, als de onderlinge relatie tussen bomen en bodem goed is, dat er dan sprake is van duurzaamheid.

*Jacqueline Baar promoveerde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen op bodembiologie en mycorrhiza-schimmels. Ze werkte onder andere 7 jaar in het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) in Wageningen aan de toepassing van bodemorganismen waaronder bacteriën, strooisel afbrekende schimmels en mycorrhiza-schimmels. Zij heeft onderzoek verricht aan de Berkeley Universiteit (VS) en de Radboud Universiteit in Nijmegen op dit gebied en is auteur van meer dan 130 publicaties. In 2012 startte zij het bedrijf Soil Best BV gericht op de bodembiologie en toepassing van mycorrhiza-schimmels in de groenvoorziening en de landbouw. Ze werkt in opdracht voor groenvoorzieners, gemeenten en provincie.

Geef een reactie