Categorie archieven: Sortiment

Eucalyptus

Mijn grote passie is de flora van Australië. Eucalyptus maakt daar een belangrijk onderdeel van uit en ik heb in de loop van de tijd dan ook een aardig aantal eucalyptussen verzameld. Het geslacht is inheems in Australië, waar het de dominante boomsoort is. Het tropische noorden, de woestijnen in het centrum, de mediterrane zuidkust: overal kun je ze vinden. Er zijn meer dan 850 soorten bekend, variërend van twee meter hoge struikjes tot bomen van meer dan 100 meter. Ze hebben alle gemeen dat het blad de kenmerkende mentholgeur verspreidt als het gekneusd wordt. Dit geldt overigens voor alle geslachten uit de familie van de Myrtaceae waartoe Eucalyptus behoort.
Een andere eigenaardigheid van eucalyptussen is dat het jeugdblad vaak anders is dan het volwassen blad. We hadden ooit een Eucalyptus nitens in ons arboretum staan waar bezoekers verward naar stonden te kijken: het onderste deel van de boom zag er heel anders uit dan het bovenste deel. Was de boom geënt of zo? Nee, de boom was pas op latere leeftijd met het volwassen blad begonnen dat anders van kleur en vorm was, vandaar het verschil in uiterlijk. Ik heb helaas geen foto van de situatie gemaakt en een jaar later is de boom omgewaaid. Waarschijnlijk kwam hij uit een te kleine pot met als resultaat een slecht wortelsysteem.

E. pauciflora ssp. debeuzevillei met het sikkelvormige blad
Foto: Liesbeth Uijtewaal-de Vries

Winterhard
Het merendeel van de eucalyptussen is helaas niet geschikt voor ons klimaat en zal vorstvrij overwinterd moeten worden. Indien men die optie heeft zijn er echter eindeloos veel mogelijkheden.
Een eucalyptus die nog wel eens als tuinplant wordt aangeboden is E. gunnii. Een prachtige boom die snel groeit maar, helaas, in het algemeen het loodje legt als het kouder wordt dan ongeveer -10°C. Uit Frankrijk komt echter een selectie van deze soort die wel goed winterhard is: E. gunnii ‘Azura’. Deze heeft in ons arboretum (Merrigum, in Midden-Limburg) de koude serie winters rond 2013 zonder enige schade overleefd.
Andere soorten die het proberen waard zijn en die bij ons de koudste winters ook zonder kleerscheuren zijn doorgekomen, zijn E. gregsoniana en twee E. pauciflora ondersoorten: ssp. debeuzevillei en ssp. niphophila. E. camphora var. humeana kan niet goed tegen de strenge kou maar loopt als het in het voorjaar warmer wordt als een dolle weer uit vanuit de grond en vormt dan snel nieuwe stammen. Na milde winters is er geen schade en groeit de boom vrolijk tot enorme proporties. E. perriniana, E. archeri, E. parvifolia en E. stellulata staan al een aantal jaren in de tuin maar hebben nog geen echt koude winters doorgemaakt.
De E. pauciflora ondersoorten vormen allemaal prachtige bomen met witte afbladderende stammen en langwerpig sikkelvormig grijsgroen blad. E. gregsoniana blijft kleiner en heeft groener blad maar wel rode takjes wat een mooi contrast geeft, vooral als de boom bloeit. E. gunnii ‘Azura’ is vooral erg mooi als hij continu gesnoeid wordt. Het volwassen blad is namelijk ‘gewoon’ groen en de bast is bruin – wel mooi afbladderend – maar het jeugdblad is klein, rond en blauwgrijs: ideaal als snijgroen.
Wellicht ten overvloede: de winterhardheid hangt sterk af van de grondsoort en de mate van beschutting. Op zandgrond op een beschutte plaats zullen de bomen meer kou kunnen hebben dan volop in de (oosten)wind op de kleigrond.

Het rood-wit-groene contrast van E. gregsoniana
Foto: Liesbeth Uijtewaal-de Vries

Bloei
De bloemkleur bij eucalyptussen kan heel variabel zijn: paars, rood, roze, geel, wit en alle schakeringen daartussenin. De winterharde soorten bloeien echter allemaal wit. Niet heel opvallend, maar van dichtbij zijn de bloemen kleine kunstwerkjes. De bloeitijd is in Nederland nogal variabel; soms in het najaar, soms ’s winters en soms in het voorjaar. Ik heb bij onze bomen nog geen regelmaat kunnen ontdekken. De bloemen verschijnen aan de dunne takjes in de oksels van de bladeren maar bij sommige soorten ook aan de stam. Ze zijn bij ons zeer aantrekkelijk voor hommels en bijen aangezien ze veel nectar bevatten. In Australië komen er voornamelijk nectar etende vogels en buideldieren op af die daarmee voor de bestuiving zorgen.
Net als bij de meeste Myrtaceae bestaat de bloem voornamelijk uit meeldraden. Eucalyptusbloemen zijn extra bijzonder omdat de kroon- en kelkbladen vergroeid zijn tot een soort kapje dat eraf valt als de meeldraden zich ontvouwen. De bloem is als het ware goed bedekt door dat kapje en daar komt ook de naam Eucalyptus vandaan: eu=goed, kalyptos=bedekt.

Eucalyptus rhodantha, het ‘kapje’ beschermt de bloem
Foto: Liesbeth Uijtewaal-de Vries

Snoei
Zoals hierboven is aangestipt: de meeste eucalyptussen kunnen goed tegen snoei. Ze lopen, net als na een bosbrand, weer snel uit vanuit slapende knoppen onder de bast of vanuit de zgn. lignotuber, een verdikking van de stam vlak boven de grond.
Eucalyptussen groeien de eerste jaren erg snel en aangezien ze ook nog eens sterk van andere bomen weg groeien willen ze nog wel eens scheef gaan staan. Een stevige paal kan de boel in de hand houden. Mocht het toch helemaal uit de hand zijn gelopen dan kan de boom vlak boven de grond worden afgezaagd waarna de uitlopers beter begeleid kunnen worden. Een waarschuwing: men zegt dat die nieuwe scheuten wat minder windvast zijn dan de oorspronkelijke stam, zelf hebben we daar nog geen ervaring mee.
E. gunnii ‘Azura’ kan zoals gezegd steeds worden teruggesnoeid om het mooie jeugdblad te behouden. Houd er rekening mee dat de boom dan niet zal gaan bloeien. Snoei zeker twee keer per jaar om te voorkomen dat de boom één dikke tak gaat vormen die weer de lucht in gaat.

Vermeerdering
Eucalyptussen zijn niet tot nauwelijks te stekken. E. gunnii ‘Azura’ wordt uit stek vermeerderd om de winterharde eigenschappen te behouden, maar hoe men dat doet? Dat is een goed bewaard geheim.
Zaaien gaat in het algemeen gemakkelijk. Niet-winterharde soorten kiemen meestal binnen een week bij kamertemperatuur, oppervlakkig gezaaid in vochtige zaaigrond. De winterharde soorten hebben een koude-behandeling nodig. Zaai ze in het najaar in een pot met zaaigrond, eventueel vermengd met zand en beschermd tegen slakken, en laat de pot in de winter buiten staan. Zorg ervoor dat het zaaisel niet uitdroogt maar het mag ook niet kletsnat zijn omdat de zaden dan verstikken. De pot zes weken in de koelkast laten staan of in elk geval totdat er zaden gekiemd zijn is ook een optie. Pot zaailingen op zodra ze goed te hanteren zijn. Ze kunnen al twee jaar na het zaaien bloeien.

Eucalyptus gunnii ‘Azura’ na de halfjaarlijkse snoei
Foto: Liesbeth Uijtewaal-de Vries

Kwekerijen/tuinen die zich specialiseren in (winterharde) eucalyptussen:
Kwekerij ‘De Groene Prins’, Kwikkels 3, 8341 SK Steenwijkerwold, www.degroeneprins.nl
Kwekerij ‘Koala’, De Pol 13, 8337 KS De Pol, www.eucalyptuskwekerijkoala.nl
Merrigum, Dries 22, 6086 AW Neer, www.merrigum.com

Literatuur
Dean Nicolle (2016). Smaller Eucalypts for Planting in Australia, Lane Print & Post, Adelaide.
John Wrigley & Murray Fagg (2010). Eucalypts a Celebration, Allen & Unwin, Crows Nest.

Over ×Sycoparrotia semidecidua

×Sycoparrotia semidecidua ’Purple Haze’ heeft een treffende cultivarnaam, dat zeker. De struik kreeg vaste voet aan de grond in Amerika en werd ook in de Lage Landen al vroeg opgenomen in collecties. Op zoek naar bijzondere houtige gewassen bezocht ik jaren geleden kwekerij Arborealis van Micha Wieland en Sietske Metz. Weer thuis was een varenbladige vleugelnoot (Pterocarya stenoptera ‘Fern Leaf’) op mijn wensenlijstje gekomen en in de bus stonden selecties Euonymus en Viburnum. Ook had ik er een eerste ×Sycoparrotia semidecidua ‘Purple Haze’ gekocht.

×Sycoparrotia semidecidua ‘Purple Haze’ in donkere schaduw met de kenmerkende gelaagde groei

×Sycoparrotia semidecidua behoort tot de Hamamelidaceae. Ontstaan rond 1950 in Zwitserland uit Parrotia persica en Sycopsis sinensis en in 1968 benaamd (Endress & Anliker). Het gewas werd begin jaren negentig nog als volgt beschreven: ‘An interesting intergeneric hybrid between 2 outstanding plants. Unfortunately the following has not proved to be an improvement on either of its parents. […] open, spreading shrub with the habit of Parrotia and the foliage resembling Sycopsis. Some leaves turn yellow in autumn while others remain until winter.’ (The Hillier Manual of Trees & Shrubs, editie 1991.)
Deze half-bladverliezende geslachtshybride ging enkele decennia meer als curiositeit dan als aanwinst door het leven. Een geslachtshybride is bij houtige gewassen zeldzaam (hoewel we er allemaal een paar zullen kennen, zoals ×Fatshedera, ×Chitalpa, ×Cupressocyparis).
Dat de hybride geen verbetering leek van zijn ouders is ingehaald door de geschiedenis. Selecties uit deze geslachtshybride zijn sindsdien waardevol gebleken.

Tot laat in het jaar blijven de kleuren boeien

Kenmerken van ‘Purple Haze’
Micha Wieland vond ×Sycoparrotia semidecidua ’Purple Haze’ in een zaaisel vlak voor de eeuwwisseling. Op een zonnige plek wordt deze cultivar een mooie volle struik. Een snoeischaar is hiervoor niet nodig. De cultivar heeft een sterk vertakkende groeiwijze die duidelijk anders is dan de losse groei van het in Hillier beschreven gewas. Een van de redenen om voor deze selectie in beplantingen juist wel te kiezen. Hier op ons terrein in Eelderwolde staan dichte, volwassen exemplaren van ruim vijf meter hoog en drie meter breed.
Het blad van ‘Purple Haze’ is in het groeiseizoen glimmend donkergroen. De bladranden zijn enigszins gegolfd (zoals van Parrotia), verder toont de bladvorm vooral gelijkenis met Sycopsis. De bladeren kleuren soms al vroeg op en geven daarmee een voorproefje van wat ons in de aanloop naar de kortste dag nog te wachten staat.
De bijzonder mooie herfstkleuren van ‘Purple Haze’ onderscheiden zich van de beschrijving van ×Sycoparrotia semidecidua in Hillier. Deze verkleuringen houden aan tot ver in december. Naast tinten paars verschijnen aan de struik ook gele, oranje, felrode en wijnrode kleuren.
Van Parrotia persica heeft ‘Purple Haze’ de schaduwtolerantie geërfd. Als de struik weinig licht vangt zal het blad in het najaar naar koele en warme tinten geel verkleuren. In beplanting is gelaagdheid te creëren met bijvoorbeeld cultivars van Cornus alternifolia en Viburnum plicatum. In donkere schaduw heeft ook ×Sycoparrotia semidecidua ‘ Purple Haze’ een spreidende groeiwijze en toont daarmee nogmaals kind te zijn van Parrotia persica (die zelf ruim breder dan hoog wordt).
Nog enkele Parrotia persica-eigenschappen van de selectie. ‘Purple Haze’ is gezond en goed winterhard, bij de vinder doorstond de struik zonder schade ruim twintig graden vorst.
Tegen de droogte van de afgelopen twee zomers was de struik in de volle grond in Eelderwolde, ook in de nabijheid van dorstige grote bomen, goed bestand.
Verder laat de cultivar pas in december, maar dus wel ruim vóór het nieuwe seizoen al zijn blad vallen. Ik beschouw dat als gunstig (oud blad aan een struik kan kwetsbaar maken voor vorst en is vaak niet mooi).
Het is even zoeken naar de minpunten van de cultivar. Voor de bloei hoef je ‘Purple Haze’ niet aan te planten. In bloeiwijze en in bloeitijd toont zich de verwantschap met Hamamelis, maar de bloei is onopvallend. Daarnaast heeft ×Sycoparrotia net als Parrotia beurtjaren. De struik geeft hier weinig zaden, maar misschien helpt het niet dat bij ons alleen de cultivar ‘Purple Haze’ staat.

Habitus en herfsttooi van ×Sycoparrotia semidecidua ‘Purple Haze’

Andere selecties
De afgelopen decennia zijn er ook enkele andere goed winterharde cultivars geïntroduceerd. Ik noem er twee. Piet van der Bom kreeg in Amerika een selectie, zag de gebruikswaarde en mocht hem de cultivarnaam ‘Prins Claus’ meegeven (herfstkleur geel en groen, behoudt langer het blad en groeit meer opgaand dan ‘Purple Haze’). Het is geen snelle groeier, maar met begeleidingssnoei in de kwekerijfase is het na aanplant een gezonde, sterke straatboom.
‘Autunno Rosso’, ontstaan in Italië en recent geïntroduceerd, wordt als boom gekweekt en behoudt lang het naar rood verkleurende blad.

Een informatief artikel over ×Sycoparrotia (met name over de toepassing in boomvorm als straatbeplanting) is te vinden op internet in Boomzorg 2016-3, www.boomzorg.nl

Parrotia persica zit in de lift

Op de omslag van de vierde Arbor Vitae in 2019 prijkt Parrotia persica in haar fraaie herfstkleur. Lang was ze in cultuur alleen bekend als een struik met een zeer brede kroon. De selectie ‘Vanessa’ was de eerste boom met een opgaande groeiwijze. Het sortiment groeit en in 2016 was het de boom van het jaar. Maar heel vaak wordt ze nog niet toegepast.

Parrotia persica kleurt in alle tinten rood en geel
Foto: Ineke Vink

De naam van deze boom verwijst duidelijk naar haar oorsprongsgebied. De introductie gebeurde door Carl Anton von Meyer die van zijn twee reizen vanuit Sint Petersburg naar de Kaukasus verslag deed in 1831 in: Verzeichniß der Pflanzen, welche während der, auf allerhöchsten Befehl, in den Jahren 1829 und 1830 unternommenen Reise im Caucasus und den Provinzen am westlichen Ufer des Caspischen Meeres gefunden und eingesammelt worden sind. Bij die planten was dus de boom die hij beschreef als Parrotia persica en daarmee Friedrich Parrot eerde die in 1929 als eerste de berg Ararat in Oost-Turkije had beklommen. Augustin Pyramus de Candolle had kennelijk de mogelijkheid om de verzameling van Meyer al in 1830 in te zien want hij publiceerde in 1830 in zijn Prodomus Hamamelis persica, de plant die Meyer in 1831 met dezelfde soortnaam beschreef als Parrotia persica. De officiële naam is dus P. persica (DC) C.A. Mey.
Behalve in het Kaspisch regenwoud in Noord-Iran komt de soort van nature voor in aangrenzend Azerbeidzjan. In een verslag van zijn reis in 1972 door Noord-Iran maakt Roy Lancaster er melding van dat hij tot zijn verrassing bomen aantrof van P. persica van 25 m hoog. In cultuur kende hij op dat moment alleen de breedgroeiende bomen met de cultivars ‘Horizontalis’ en ‘Pendula’. Piet van de Bom van de Koninklijke Boomkwekerijen Alphons van der Bom bracht daar in 1975 verandering in met zijn selectie ‘Vanessa’, genoemd naar de wetenschappelijke naam van het geslacht van de vlinder atalanta. Mogelijk werd hij geïnspireerd doordat hij de fraaie oranje tekening van deze vlinder terugzag in het blad van de boom. ‘Vanessa’ groeit aanvankelijk strak opgaand, later wordt de kroon wat breder. Voor de Royal Horticultural Society was het aanleiding om de selectie een Award of Garden Merit te verlenen, iets wat niet bijzonder veel met Nederlandse boomselecties is gebeurd.

Kleurrijk blad
De grote sierwaarde van P. persica is het blad en de Nederlandse benaming ijzerhout past daar niet zo goed bij. Jonge scheuten zijn vaak purperkleurig en het blad houdt meestal een donkergekleurde rand. In de herfst gaat het echter helemaal los met een palet van kleuren van knalrood tot allerlei schakeringen van rood, oranje en geel. De bladval volgt meestal niet erg snel zodat er lang van genoten kan worden. Ook verder is het een interessante boom. In het vroege voorjaar verschijnen de bloemen die alleen de talrijke roodgekleurde helmknoppen tonen. De bast bladdert af en wordt fraai gevlekt als bij de plataan.

Nieuw sortiment
De komst van P. persica ‘Vanessa’ betekende een doorbraak en nog altijd is de cultivar populair. Met de merknaam Persian Spire kwam ook een opgaande klein blijvende Amerikaanse selectie in de handel met relatief klein blad met purper gekleurde rand. Met zijn verfoeilijke officiële cultivarnaam ‘JLPN01` zal je hem in de handel niet vaak tegenkomen. Voor de Keuringscommissie was op Plantarium in 2011 een bronzen medaille voldoende waardering. Ook P. persica ‘Bella’ is een vrij klein blijvende selectie met een sterk opgaande harttak en een open kroon. Ze werd door Herman Geers geselecteerd uit wild materiaal. ‘Bella’ kreeg van de Keuringscommissie een gouden medaille en het predicaat ‘Beste Nieuwigheid Groot Groen 2007’. Een Hongaarse selectie is ‘Tusmadar’ met brede pyramidale kroon en fraaie rode herfstkleur. De naam van P. persica ‘Biltmore’ is ontleend aan een schitterend 100 jaar oud exemplaar in de Biltmore Gardens in de Amerikaanse staat North Carolina. Ook genoemd naar de originele standplaats is de Engelse selectie ‘Jodrell Bank’ uit het gelijknamige arboretum bij de bekende radiotelescoop nabij het Engelse Manchester. De Duitse kweker Junker bracht ‘Burgundy’ in de handel, een selectie met opvallend donker gekleurd jong blad en fraaie herfstkleur. Keus genoeg dus en voor liefhebbers zelfs bontbladige, zoals ‘Lamplighter’

Vrucht en bladeren van Parrotia subaequalis
Foto: Ineke Vink

Parrotia subaequalis
Eerst in 1996 werd het duidelijk dat de Chinese plant die in 1960 beschreven was als Hamamelis subaequalis tot het geslacht Parrotia behoorde. In 1988 vond Miaobin Deng van het Jiangsi Botanical Institute een kleine populatie bij Yixing in de provincie Jiangsi. De plant werd beschreven in een nieuw geslacht Shaniodendron. Toen enkele jaren daarna bloeiende planten konden worden bestudeerd was dat geen aanleiding er een Parrotia in te zien. Dat gebeurde pas in 1996 na DNA-onderzoek door Jianhua Li. In 1998 volgde de officiële publicatie van de nieuwe combinatie door Hao en Wei. Mede op basis van fossielenonderzoek van andere soorten uit de familie van Hamamelidaceae werd geconcludeerd dat de twee soorten rond 7-8 miljoen jaar geleden van elkaar gescheiden werden in het Lower Mioceen. Er zijn thans vijf kleine populaties van de P. subaequalis bekend in de Chinese provincies Anhui, Jiangsi en Zhejiang. De soort is op de Red List van IUCN vermeld als critically endangered. Peter del Tredici van het Arnold Arboretum zag de eerste plant van P. subaequalis in 1994 in de Botanische Tuin van Nanjing en wijdde samen met Jianhua Li een interessant artikel aan de soort in Arnoldia 66, 1. p.1-9 (2008). De plant is bij enkele specialisten in ons land in cultuur.