Categorie archieven: Verslagen van activiteiten

Toverhazelaars kijken in Arboretum Kalmthout in België

Arboretum Kalmthout staat bekend om zijn winterbloeiers, met name de Hamamelis. Op zaterdag 11 februari zijn we, met ongeveer 35 mensen in twee groepen verdeeld, door dit arboretum geleid. De gids van onze groep was directeur en hortulanus Abraham Rammeloo, de andere groep ging met Claire Herthoge op pad.

De laatste 50 jaar is het geslacht Hamamelis behoorlijk uitgebreid met veel mooie bloeiende cultivars. Jelena de Belder, die een grote bijdrage geleverd heeft aan de ontwikkeling van Arboretum Kalmthout, en de kwekers Jan van Heijningen en Wim van der Werf, voor ons bekende personen, hebben hieraan bijgedragen. De belangrijkste soorten zijn Hamamelis mollis uit China, Hamamelis japonica uit Japan, Hamamelis virginiana voornamelijk uit de zuidelijke Appalachen van Noord Amerika en Hamamelis vernalis voornamelijk uit het zuidwesten van Noord Amerika en Midden Amerika. Abraham vertelde dat de nog niet zo lang bekende Hamamelis ovalis ook een belangrijke soort is. Deze komt voor in het noordoosten van de Verenigde Staten. De soort werd in 2005 door Steve Leonard beschreven. Bij deze soort komen veel roodbloeiende exemplaren voor, net als bij Hamamelis vernalis. Volgens Abraham zijn de eerste Hamamelis ×intermedia cultivars uit kruisingen van Hamamelis japonica en Hamamelis mollis voortgekomen. Later zijn daar kruisingen bijgekomen met de andere soorten, waardoor onder andere de rood- en oranjekleurige cultivars ontstonden. De eerste groep cultivars is ontstaan uit spontane kruisingen van soorten en later is men overgegaan tot gerichte kruising van de soorten om bijvoorbeeld de rode kleuren in de bloemen te krijgen.

Hamamelis ×intermedia ‘Birgit’
Foto: Pierre Theunissen

De oude cultuurvormen bloeien in alle tinten geel. De eerste rode cultivar is de Hamamelis ×intermedia ‘Ruby Glow’. Van recentere datum is de Hamamelis ×intermedia ‘Foxy Lady’, een goede, rode cultivar die lang haar blad vasthoudt als jonge plant in de winter. Van de oranje-bloeiende cultivars vind ik Hamamelis ×intermedia ‘Aphrodite’ de mooiste, maar Hamamelis xintermedia ‘Fire Blazer ’doet er niet voor onder. Wim van der Werf heeft zich de laatste jaren bezig gehouden met laatbloeiende cultivars waarbij ook mooie oranje exemplaren zijn ontstaan. Laatbloeiende cultivars zijn belangrijk voor de tuincentrums. Tenslotte kopen de consumenten de planten in het voorjaar en dan willen ze er een bloemetje aan zien. Maar over het algemeen bloeien de vroegbloeiende cultivars langer en ook dat is in het belang van de consument. Tijdens de excursie stonden de laatbloeiende cultivars nog niet in bloei. Jan van Heijningen vond destijds al dat er teveel cultivars waren en inmiddels zijn er meer dan 200 cultivars in de namenlijsten bekend, zie ook de publicatie van de checklist van Arboretum Kalmthout uit 2014.

Hamamelis ×intermedia ‘Fire Blazer’
Foto: Jules Klees

Maar we hebben meer gezien. Abraham wees ons op een Paulownia kawakamii. Deze blijft kleiner en compacter dan Paulownia tomentosa en de bloemen zijn intenser purper van kleur, waardoor deze beter tot hun recht komen. Mijn ervaring in het gebruik van Paulownia is dat de plant het beste tegen een donkere achtergrond geplaatst kan worden, dan komt hij beter uit. We hebben ook stil gestaan bij Tilia cordata ‘Winter Orange’. Daar was weinig oranje aan te ontdekken, alleen het éénjarig schot liet de kleur zien, niet langer dan enkele centimeters, was oranje. Duidelijk een boom om te kandelaberen en te gebruiken als leilinde met een bijzondere winterkleur. Voor de rozenliefhebbers met een grote tuin is Rosa roxburghii een bijzonderheid vanwege zijn grote, gele bottels. Verder hebben we de meeste winterbloeiende planten kunnen bewonderen die het in ons klimaat goed kunnen doen. Opvallend hoe goed de Cyclamen coum als winterbloeier het hier doet, met grote bodembedekkende tapijten onder de bomen. Ook Cyclamen hederifolium als herfstbloeier is hier rijkelijk aanwezig en dat op een relatief zure grond. Naar mijn weten staan alle Cyclamen in de natuur op een kalkhoudende bodem.

Een geweldige, leerzame dag waarop we hebben genoten van de enorme kennis van onze rondleiders Abraham Rammeloo en Claire Herthoge.

ALV NDV maart 2023: over oude bomen, klimaatbomen en bijenbomen

Driebergen, 4 maart 2023; terwijl buiten huismussen tjilpen, vergaderen binnen in Vergader- en Partyboerderij Champ’Aubert te Driebergen ongeveer vijftig leden van de NDV. Menigeen breekt zich omstreeks half elf, bij aanvang van de bijeenkomst, wellicht nog het hoofd over de houtige gewassen die afgebeeld staan op de voor- en achterkant van het Witte boekje.
In dit Witte boekje staat het programma van die dag afgedrukt. Het ochtenddeel is bestemd voor de algemene ledenvergadering. In de middag zijn drie lezingen gepland.
De leden keuren ter plekke de notulen van de vorige ledenvergadering goed, stemmen in met het jaarverslag en het financieel verslag over 2022 en keuren de begroting voor 2023 goed. Zij nemen afscheid van penningmeester Twan Gremmen, kiezen Joris Mees als nieuwe penningmeester en herkiezen Jos Koppen voor nog een periode als voorzitter. Verder wordt veel verenigingsnieuws met elkaar gedeeld en wordt vooruitgekeken naar het eeuwfeest in 2024.
De eerste inleiding is van Joris Hellevoort, boswachter bij het Utrechts Landschap en schrijver van het boek De wortels van ons land. Hij legt uit, met de linkerhand in de zak en met de andere wijzend naar plaatjes van eeuwenoude bomen, hoe keuzes gemaakt zijn om te komen tot de 21 beroemdste bomen van Nederland. Het verhaal over de Heilige Eik in Den Hout spreekt tot de verbeelding. Aangezien de boom op een driesprong staat, is de locatie op oude kaarten exact te traceren. We horen over vermeldingen van de boom in bronnen uit de veertiende en vijftiende eeuw, zien afbeeldingen op kaarten uit de zestiende tot en met de eenentwintigste eeuw en ook foto’s van deze eeuwenoude eik op foto’s van gisteren en vandaag.

De heilige Eik van Den Hout, 1877. Paul Tétar van Elven
Aquarel: museum Paul Tétar van Elven in Delft

De tweede inleiding, over klimaatslim bosbeheer in het onderzoek en in de praktijk, wordt gegeven door Leo Goudzwaard. Leo is onderwijs- en onderzoeksmedewerker WUR en beheerder van Arboretum Oostereng in Wageningen. Hij vertelt over hoe bossen worden aangetast door een opeenvolging van factoren, zoals vermesting, verzuring, vernietiging, ziektes alsook verlies aan biodiversiteit. In het oog springend is het afsterven van fijnsparren in het Schwarzwald. Terugkerende droogteperiodes in de laatste jaren hebben veel bomen daar de genadeklap gegeven. Gezocht wordt naar manier om bossen van binnenuit robuuster te maken, bijvoorbeeld door gaten op te vullen met droogteresistente soorten en door meer dood hout in het bos te laten liggen. De kwaliteit van de bodem in bossen moet beter, opdat de bomen overleven. Ook wordt geëxperimenteerd met ‘veranderingseilanden’ in bossen opdat meer zicht komt op ‘toekomstbomen’, zijnde bomen die vitaal blijven bij veranderende klimaatomstandigheden.

Dode fijnsparren
Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Bostrych7015.JPG

Als derde inleider was Jaap Smit aangekondigd: imker en voormalig docent aan de tuinbouwschool in Eelde. Omdat Jaap onverwacht was verhinderd staat daar… Jaap Smit, dendroloog en zoon van Jaap Smit senior. Jaap vertelt over het bijna 70 jaar lange imkeren door zijn tachtigjarige vader, over koninginnenteelt, bijenvolken en bijenkasten. Maar meer in het bijzonder vertelt Jaap junior ook over bomen en bijen. In perioden van droogte zijn juist bomen belangrijk voor bijen. Door de droogte is er minder nectar, maar bomen gaan langer door met het produceren daarvan, omdat ze volgens Jaap veelal dieper wortelen dan kruiden. Diverse boomsoorten passeren de revue: vroege bloeiers als de Wilg en IJzerhout (Parrotia persica) voor insecten die juist dan daarop afkomen, maar ook bomen die bloeien tot ver na de langste dag en die nodig zijn voor de langst levende winterbijen. Jaap prijst de kwaliteiten van Klimop en ook van Sporkehout (Frangula alnus): “een boom die in geen enkele beplanting mag ontbreken in een bosplantsoen.”
Met het oog op klimaatverandering zouden we nu boomsoorten moeten aanplanten die omstandigheden aankunnen vergelijkbaar met het zuidelijk deel van Frankrijk. De insecten die daarbij horen, komen dan ook gaandeweg wel mee. De Europese hopbeuk (Ostrya carpinifolia) doet het nu al fantastisch volgens Jaap en die boomsoort gaat het hier alleen nog beter doen.

Aan het einde gaf de ter vergadering herkozen voorzitter Jos Koppen het woord aan Pierre Theunissen die mocht onthullen welke houtige gewassen op het programmaboekje zijn afgedrukt. Degene die zowel de Buxus sempervirens als de Taxodium distichum had ingevuld (Ton Stolk), mocht met de eer strijken en een prijsje (een bijzondere likeur) in ontvangst nemen.

Najaarsbijeenkomst in het teken van biodiversiteit

Voor de tweede keer in één jaar een najaarsbijeenkomst?
Was het op 19 februari 2022 de uitgestelde bijeenkomst van het jaar ervoor, waarbij de beperkingen van corona nog van toepassing waren. Nu bezochten 70 personen de bijeenkomst in het ge­bouw van leverancier van tuin­bouwmaterialen Agro de Arend in Opheusden.

Straat met gemengde boombeplanting: Ulmus en Prunus.
Foto: Margareth Hop, ©Actifolia

Margareth Hop startte de bij­­eenkomst met haar in­leiding ‘Cultuurplanten voor biodiversiteit in de stad’, naar aanleiding van haar artikel in Dendroflora nr. 57 uit 2022.
Ze liet beelden zien van wilde dieren en plantensoorten die in de stad leven, waarbij de mens in vele gevallen de leefomstandigheden bepaalt. Ze vergeleek het klimaat in de stad met dat op het platteland en wees in verband hiermee op de waarde van groen in de stad.
Biodiversiteit in de stad heeft
een positief effect op het wel­bevinden van be­woners en geeft een na­tuurlijk even­wicht door o.a. biologische bestrijding. Risicospreiding bereik je onder andere door een divers boombestand en het mengen van bomen kan bepalend zijn voor de leefbaarheid van dieren, zoals het mengen van zachthoutsoorten (Salix) met hardhoutsoorten (Quercus).
Belangrijk is de plantkeuze van groenbeheerders en particulieren. Voor groen­beheerders is van belang om het sortiment aan te planten bomen zo breed mogelijk te houden. Ook particulieren worden gestimuleerd om diverse soorten te planten en kunnen tegenwoordig bij veel organisaties terecht voor advies over biodiversiteit.
Wat hebben dieren nodig? Dit wordt met de vijf “V’s” aangegeven: Voedsel, Vocht, Voort­planting, Veiligheid en Verbindingen. Voor bio­diversiteit zijn bestrij­dingsmiddelvrije voedsel- en waardplanten en oudere bloeiende planten van groot belang.
Inheemse, streekeigen beplan­ting en inheems Europees materiaal zou de basis moeten vormen. Cultivars aanplanten, vooral cultivars van inheemse planten, heeft geen nadelig effect zolang die maar aan­trekkelijk voor dieren zijn. Exoten kunnen dan weer zorgen voor bijvoorbeeld de totstandkoming van een
bloeiboog. Zo zijn voor stadse omstandigheden vroeg­bloeiende planten belangrijk.
Belangrijke eigenschappen voor cultivars zijn: ziekte­resistentie, een lange bloei, liefst gevolgd door herbloei in de herfst en de vorm van de bloem, liefst enkel of halfgevuld en lijkend op de wilde plant. Maak het de dieren gemakkelijk met kleuren die ze kennen.

Vervolgens was het de beurt aan Bert Maes met zijn inleiding ‘Groen erfgoed van bomen en struiken’, waarbij hij inging op het gebruik van wilde inheemse bomen en struiken. Daarbij passeerden de Winterlinde (Tilia cordata) en de Zomerlinde (Tilia pla­typhyllos) de revue. Zo is van de Linde van Sambeek (ge­plant rond 1620) de her­komst bepaald. Daar is uit gebleken, dat het een kwekerijproduct is en niet van wilde herkomst.
Hebben we dan nog in het wild groeiende, inheemse bomen? ja, ze zijn er nog maar ze worden langzamerhand wel zeldzaam.

De Linde van Sambeek, ca. 400 jaar oud. Een oude cultivar van ca. 1600 en waardevol erfgoed van onze boomkwekerijgeschiedenis. Het is een Hollandse linde Tilia × europaea. Ook te zien in het Nationaal Linden­arboretum te Winterswijk.
Foto: Bert Maes

In het Savelsbos bij Maastricht bevinden zich, in één van de oude boskernen, nog wilde Linden waaronder ook hybride soorten. Verder bevindt zich daar de Koraalmeidoorn, een hybride tussen Eenstijlige en Tweestijlige meidoorn. Deze Meidoorn is van groot cultuurhistorisch belang van­wege de producten die ervan zijn gemaakt in het verleden, zoals touw, sandalen en boten. Daarna passeerde de dikke Linde van Heede (Zomerlinde), de dikste van Europa, met zijn 18 meter omtrek.
De genenbank van wilde bomen en struiken bevindt zich in Roggebotzand. Hier bevinden zich o.a. wilde Appel, Peer en Hazelaar, waarvan er in Willinksbeek in de Achterhoek nog een aantal zijn aangetroffen. Ook bij Willinksbeek vind je nog de echte wilde Esdoorn Acer pseudoplatanus met kaal blad. Van deze bomen bevindt zich in Lelystad een aanplant van gecertificeerde bomen.
Wilde Esdoorns bevinden zich ook in Zuid-Limburg, in het Savelsbos bij Maastricht en net over de grens in Belgisch Limburg.
Wild materiaal van de Beuk bevindt zich nog in Vaals en in Schoorl aan de duinrand. Daar staan nog oude, grote stoven. De Hoge Berg, een stuwwal op Texel, bevat nog 18e eeuwse Esdoorns.

In slechts 3% van de landschapselementen komen nog wilde bomen voor. Meer dan de helft van de wilde boomsoorten is bedreigd en 3% is reeds uitgestorven. Bert’s conclusie is dan ook dat we zuinig moeten zijn op oude bossen, zeker omdat oude populaties misschien bestand zijn tegen hogere temperaturen.
De deelnemers werden na de lunch traditioneel onderworpen aan de takkenquiz, waarbij de discussies hoog opliepen. De twee quizmasters, Hans Janssen en Gerben Klein Wassink hadden het de deelnemers niet makkelijk gemaakt met de 30 zaailingen (in pot). Van de 60 punten die er te verdienen waren, haalden Willy Spierings en Mannes Konijnenbelt de hoogste score van 45 punten.
Er was een barrage nodig, waarna de Pierre Theunissen Wissel Trofee aan Willy Spierings werd overhandigd.

Voor de lijst met 30 planten van de takkenquiz zie hier.