Verslag driedaagse zomerexcursie Zuid-Limburg

Sophora japonica ‘Harry van Haaren’, stadspark Maastricht
Sophora japonica ‘Harry van Haaren’, stadspark
Maastricht
Foto: Ineke van Teylingen

Inleiding
Op donderdag 29 augustus komen rond tien uur de 41 deelnemers uit alle delen van het land per trein of auto bij elkaar in hotel Amrâth in Born voor de eerste kennismaking, natuurlijk met koffie en vlaai. Na een welkomstwoordje snel de bus in voor het eerste onderdeel: het stadspark van Maastricht. Onze gids vertelt wat over het ontstaan van het 10 ha grote park en het bomenbestand. Er staan 800 verschillende, je hebt minimaal vier uur nodig om alles te kunnen zien. Bijzonder is het verhaal over de Maclura pomifera, de Osagedoorn of Goudappel. Dit exemplaar van 130 jaar oud is helaas enkele jaren geleden omgewaaid, maar het hout is op allerlei manieren verwerkt zodat de boom niet wordt vergeten.* Het gaat te ver om alle bomen te noemen, maar een paar springen er uit: Sophora japonica ‘Harry van Haaren’, Liquidambar orientalis, Styrax obassia, Fraxinus velutina, Fagus sylvatica ‘Aspleniifolia’.

Begraafplaats Tongerseweg
Na de lunch in het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie vertrekken we naar de uit 1812 daterende begraafplaats en tevens oudste Stille Tuin van Maastricht aan de Tongerseweg. Riekie Notten, echtgenote van medeorganisator Paul, leidt ons rond en weet veel anekdotes en bijzonderheden over deze indrukwekkende tuin te vertellen. In Maastricht werd vroeger door de gegoede burgerij Frans gesproken, de inscripties op de grafstenen staan in het Frans. De grafmonumenten van de elite liggen allemaal langs de hoofdpaden, het ‘plebs’ werd meer uit het zicht begraven. Ook hier bijzondere bomen o.a. een Sequoiadendron giganteum (ruim 30m hoog), een Fraxinus excelsior ‘Diversifolia’ en een Taxus allee die is aangelegd bij het begin van de bouw.

Particuliere tuin ‘De Heerenhof’
De volgende stop is de particuliere tuin ‘De Heerenhof’. Twee lange, smalle tuinen naast elkaar, de ene achter een voormalige stadsboerderij (nu kantoor) en weelderig in aanleg met achter elkaar liggende, verrassende kamers. De andere achter een zeer modern glazen woonhuis, strak van vorm, veel groen, weinig bloemen, grote vijvers en twee witte pauwen. Een groene oase, ruim honderd meter diep en vijftien meter breed, waarin twee totaal verschillende tuinen harmonieus aan elkaar zijn gekoppeld.

Kasteel Vaeshartelt
Het laatste onderdeel van de dag is een bezoek aan Kasteel Vaeshartelt. In het Verdrag van Meerssen uit het jaar 875 wordt dit gebied al beschreven, de naam Vaeshartelt wordt voor het eerst in 1381 genoemd. Lange tijd is dit kasteel eigendom geweest van de industrieel Petrus Regout. Koning Willem II heeft er ook gewoond, de initialen W II en het jaartal 1841 getuigen hiervan in het poortgebouw. De meest opvallende boom: een Tilia cordata, 200 jaar oud. Tijdens de rondwandeling raken we in gesprek met een bevlogen tuinman die bijzondere verhalen over bomen kan vertellen én over het nut van de tondelzwam in vroegere tijden. Sinds enkele jaren bestaan er plannen om het landgoed te ontwikkelen tot een proeftuin voor stadslandbouw en lokale tuinbouw met een hoogstamboomgaard met Limburgse fruitrassen, plantages met klein fruit en een moestuin met ‘vergeten’ groenten, kruiden en eetbare bloemen. Het kasteel is in gebruik als hotel en congrescentrum. Op vrijdag gaat de reis richting Sittard voor een wandeling door (ook hier) het stadspark. Het park is erkend als nationaal park en doet zijn naam eer aan. Prachtige, oude bomen in een rustgevende en ruime omgeving, een ontwerp van landschapsarchitect D.J. Tersteeg. Onze andere reisleider Piet de Jong geeft bij bijzondere bomen een uitleg.

Een imposante Quercus geeft veel stof tot discussie. Is het een palustris of een coccinea? Aan de eikeltjes kun je het verschil zien, maar ja die zijn nog niet voldoende ontwikkeld. Aan de hand van beschrijvingen en tekeningen uit diverse boeken is de conclusie: een coccinea.

Nog enkele bomen: Cladrastis kentukea, een zuilvormige Nyssa sylvatica met hangende takken, Aesculus flava, een opvallend breed groeiende Carpinus betulus ‘Fastigiata’, Diospyros lotus en een Carpinus betulus ‘Quercifolia’. Bij de Betula utilis ‘Doorenbos’ is even een uitleg nodig over de naamgeving, dat is Piet wel toevertrouwd. De wandeling eindigt rond koffietijd bij zorgboerderij ’Ophovenerhof’. Alle vlaaien zijn zelf gebakken volgens familierecepten, ze smaken heerlijk. Limburgs gezegde (gehoord van Riekie): een goede vla is dun van leer en dik van smeer!

Vasteplantenkwekerij en tuincentrum van Roger en Linda Bastin
Op naar de volgende locatie: de vaste plantenkwekerij en tuincentrum van Roger en Linda Bastin in Aalbeek. Op deze kwekerij bevinden zich de Nederlandse plantencollecties voor Salvia, Lavandula, Santolina, Rosmarinus en Thymus, prachtig aangelegd in bloemrijke borders. Het totale sortiment bevat ca. 1000 soorten vaste planten met een voorliefde voor winterharde mediterrane soorten en mensvriendelijke eetbare en geurende planten.

Landgoed Genbroek
Na de lunch bij restaurant ‘Aan de Meule’ in Klein Genhout (Beek) maken we een wandeling over Landgoed Genbroek in Beek, waarbij Paul Notten ons vertelt over de bodemgesteldheid van dit gebied. Eerst 5 m löss, dan 12 m grint en daaronder mergel met een grondwaterstand op een diepte van 65-90 m. Door de grintlaag stroomt water waardoor er op veel plaatsen bronnen zijn ontstaan, in dit gebied al zeven. Samen met het aanliggende Kelmonderbos is het een groot natuurgebied. De meest opvallende boom is een Alnus glutinosa ‘Imperialis’.

Landgoed Vliek
Landgoed Vliek in Ulestraten is de volgende bezienswaardigheid. We worden welkom geheten door de eigenaar, de heer Grouwels, en tijdens een zeven minuten durende video komen we van alles te weten over de geschiedenis van het landgoed en de werkzaamheden om huis en tuin te restaureren. Het rondje door het park brengt ons o.a. bij een Tetradium daniellii, een Calocedrus decurrens, een Fraxinus excelsior ‘Aurea’ en bij een 200 jaar oude rode Beuk. Een gewone zaailing, maar prachtig van kleur.

Fraxinus excelsior ‘Aurea’ op het landgoed Vliek in Ulestraten
Fraxinus excelsior ‘Aurea’ op het landgoed Vliek in
Ulestraten
Foto: Ward van Teylingen

Tuin echtpaar Notten in Moorveld-Meerssen
De dag wordt besloten met een bezoek aan de tuin van het echtpaar Notten in Moorveld-Meerssen. Paul erfde twee ha weiland achter het huis, maar wat doe je met grasland dat meteen een tiental meters de diepte in duikt? Niveauverschillen maken en bomen planten (1975-1976). Een bijzonder gezicht als je achter het huis op je stoel zit en op gelijke hoogte bent met de boomtoppen. Paul neemt de helft van de groep mee voor een rondleiding, Riekie voorziet de rest van een borrel en een zoutje, na een half uur wordt er gewisseld. Piet heeft voor beiden een cadeau meegebracht en bedankt hen voor hun aandeel in de organisatie van deze
tuinentrip.

Gleditsia japonica (Japanse christusdoorn) altijd weer indrukwekkend (Botanische Tuin Kerkrade)
Gleditsia japonica (Japanse christusdoorn) altijd weer
indrukwekkend (Botanische Tuin Kerkrade)
Foto: Ineke van Teylingen

Botanische Tuin Kerkrade
‘s Zaterdags rijden we naar de Botanische Tuin in Kerkrade. Piet is vooraf een beetje sceptisch over wat we zullen aantreffen. Zoals bij de meeste botanische tuinen ontbreekt het aan voldoende financiële middelen en bestuurlijk is er nogal het een en ander fout gegaan. Bij de entree blijkt al snel dat van wanbeheer geen sprake is, de tuin ziet er zeer verzorgd uit en het is een feest om er in rond te wandelen. De tuin is ontworpen door tuinarchitect John Bergmans (1892-1980). In 1973 ontving hij de Veitch Memorial Medal van de Royal Horticultural Society vanwege zijn vele publicaties en internationale contacten. Zijn tuinen laten zich typeren door het gebruik van een uitgebreid sortiment aan vaste planten, rotsplanten en heesters. In zijn ontwerpen hield hij rekening met de aanwezige bomen. Een greep uit het sortiment: Acer palmatum “Shishigashira’ van ruim 8 m, een mannelijke Araucaria araucana in bloei, Chitalpa tashkentensis, Pterocarya stenoptera, Magnolia cylindrica, Malus sikkimensis, Gleditsia japonica, Phellodendron amurense, Acer mono, Asimina triloba, Abies arnoldiana, Prunus mahaleb ‘Pendula’, Catalpa ovata, Salix babylonica var. pekinensis. Bij de kuipplanten oogst de Euphorbia cotinifolia veel bewondering.

Kasteel Wylre
De volgende bestemming is Kasteel Wylre in Wijlre, sinds 1981 particulier bezit van de kunstverzamelaars Jo en Marlies Eyck die in de bijgebouwen en in een in 2001 gebouwd paviljoen het museum ‘Hedge House’ vestigden. Rondom het kasteel ligt een prachtige tuin in landschapsstijl. De dwalende wandelaar vindt, verscholen in het bos, een origineel geschoren slingerende Beukenhaag. De formele tuin bestaat uit meerdere kleine tuinen en een boomgaard. Strak geschoren hagen verbinden de tuin en spelen een belangrijke rol in de architectuur van de tuin.

Vergroeiing Kweepeer met Meidoorn (Kasteel Wylre)
Vergroeiing Kweepeer met Meidoorn (Kasteel Wylre)
Foto: Ward van Teylingen

Château St. Gerlach
De volgende verrassing wacht bij Château St. Gerlach in Houthem bij Valkenburg. In de tuinkamer van de Pachthoeve staat een feestelijke lunch klaar met gevarieerde broodjes en sandwiches én kannen met verse jus d’orange. Koffie in meerdere smaken komt vers gemalen uit een machine.

Omdat dit de laatste gezamenlijke maaltijd is wordt Piet even apart toegesproken en bedankt voor de organisatie, die hij samen met de Nottens op zich genomen heeft. Hij krijgt namens de deelnemers een fles wijn en een presentje voor zijn echtgenote aangeboden. Hoewel het programma nog niet is afgewerkt, is iedereen het ermee eens dat de trip nu al geslaagd is en er volgt een welgemeend applaus.

Hierna neemt Riekie weer de leiding voor een wandeling door de (beelden)tuin en de kloosterkerk. In de kapel vertelt zij het verhaal van de heilige Gerlachus, wiens leven op tien schilderijen is afgebeeld. Het vroegere klooster werd na de Franse inval geconfisqueerd, het kwam in particuliere handen en de toenmalige eigenaar liet het ombouwen tot een château, hij vond kasteel te ordinair. Château St. Gerlach is eigendom van de Limburgse hotelier Camille Oostwegel (geboren
in Houthem) en een van de vijfsterrenhotels in Nederland.

Boomkwekerij Jos Frijns en Zn.
Het laatste onderdeel van deze driedaagse reis is een bezoek aan de boomkwekerij Jos Frijns en Zn. in Margraten. Voordat we de ingang bereiken, lezen we op een gevelbord: ‘De rechte gaarde is niet op aarde’. Dat stemt tot nadenken. We worden welkom geheten door Jan Frints, directeur, en al de vijfde generatie die zich met het kweken van vooral fruitbomen bezig houdt. Ook hier staan koffie en vlaaien klaar, gemaakt met eigen fruit door de plaatselijke bakker volgens het familierecept en ‘eet maar zoveel je wilt’. Omdat een wandeling naar de plantage te lang gaat duren, gaan we er met de bus naar toe en krijgen ter plekke een uitleg over nieuwe rassen zoals Santana, kleuren, groeiwijze, vroege/late soorten enz. enz. ‘Wil je proeven? Prima, maar raap ze niet van de grond. Er lopen hier vossen, in de urine zitten bacteriën. Fruit altijd eten van de boom! Kun je hier gerust doen, we gebruiken geen bestrijdingsmiddelen.’ Onze gastheer laat iedereen zijn gang gaan en de meesten hebben wel pruimen geproefd en een paar appels voor onderweg geplukt. Omdat de trein in Sittard niet wacht en het tijdschema begint te dringen, moeten we afscheid nemen van een gepassioneerde kweker die nog wel uren zou kunnen vertellen. Het is een erg leuke reis geweest, veel verschillende onderdelen, zeer gevarieerd, wel een beetje in tijdnood af en toe. Als er zoveel moois te zien is wil je er nog wel een tijdje blijven hangen.

Piet, Paul en Riekie, ontzettend bedankt!

Geschreven door: Ineke van Teylingen

Geef een reactie