Kampeerweekeinde naar België en Frankrijk 28-29 juni

Cedrus libani ‘Glauca’
Cedrus libani ‘Glauca’ met prachtige kegels.
Foto: Hans van Selm

Op zaterdag verzamelden zich 15 deelnemers bij de ingang van de schooltuin van het Institut Provincial d’Enseignement Secondaire(IPES) aan de Boulevard Leopold te Tournai (Doornik). Daar werden wij opgewacht door de voormalige directeur van de sector tuinbouw, tevens beheerder van de tuin, en voor het gemak een Vlaams sprekende vertaalster. Na het welkomstwoord werd ons de lijst van de aanwezige houtige gewassen overhandigd, waarop zo’n 850 gewassen stonden met de nadruk op Acer (75 stuks) en Rhododendron (35 stuks). Het oudste gedeelte van de tuin is 150 jaar oud. Gewassen uit dit oude gedeelte zijn o.a. Cercis siliquastrum ‘Alba’, Toona sinensis (245)*, Ailanthus altissima (280). Beide laatst genoemde bomen stonden naast elkaar, waardoor het verschil, Toona zonder en Ailanthus met oortjes aan het blad, duidelijk kon worden getoond. Verder de Liriodendron tulipifera (366), Cedrus libani ‘Glauca’ (257) met tot op de onderste takken prachtig te fotograferen kegels.

Tegen de buitenmuur stond een enorme vrouwelijke Ginkgo biloba (314), met een hoogte van 25 meter en een Sequoiadendron giganteum (505) met een hoogte van zeker 30 meter. Het voert te ver om alle gewassen te noemen. Toch waren er vier gewassen die ons opvielen. Dit waren een volmaakte Alnus glutinosa ’Imperialis’ van zeker 10 meter hoog, een Sapium japonicum (Euphorbiaceae) met een opmerkelijke, gescheiden vrouwelijke en mannelijke bloeiwijze, een Sophora japonica ‘Pendula’ en een Cotinus coggygria ‘Young Lady’, niet hoger dan een meter en volledig bedekt met een pruik! Om 12.00 uur namen we afscheid met een klein toespraakje in het Frans en een grote Rhododendron viscosum als cadeau.

Cotinus coggygria ‘Young Lady’ Foto: Hans van Selm
Cotinus coggygria ‘Young Lady’
Foto: Hans van Selm

Vervolgens werd gestart met de wandeling door achtereenvolgens het Parc du Jardin de la Reine, met o.a. een Juglans nigra (445) met een hoogte van 35 meter, het Parc Henri VIII met een zeer zware Tilia tomentosa ‘Pendula’ en een zeer indrukwekkende Robinia pseudoacacia ‘Frisia’. Vervolgens het Parc Crombez met een indrukwekkende Ginkgo biloba (363), Liriodendron tulipifera (310) en aansluitend het Parc Bozière, alwaar onder andere Ilex ×altaclerensis ‘Camelliifolia’ van circa 10 meter hoog, Buxus sempervirens ‘Rotundifolia’ van 8 × 8 meter, Tilia platyphyllos ‘Laciniata’(130), Acer pseudoplatanus ‘Leopoldii’ (190), (overigens een veelvuldig in Doornik toegepaste boom), Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ (503), Fagus sylvatica ‘Aspleniifolia’(402) met een kroondoorsnede van 24 meter. De zoete vruchten van een reusachtige Morus nigra (298) werden door ons ruimschoots naar binnen gewerkt. Wederom een zeer opvallende Tilia tomentosa ‘Pendula’ (337) met een hoogte van zeker 30 meter, de gewone Carpinus betulus (270) met een kroondoorsnede van 27,5 meter, een Aesculus hippocastanum ‘Baumanii’ (436) en een Sophora japonica (362). De twee laatste te noemen bijzonderheden zijn Acer pseudoplatanus ‘Simon-Louis Frères’ (155) met duidelijk gekleurd blad en paarse onderzijde en een Paulownia tomentosa (422) met behoorlijke brandschade. Zeker niet alle grote tot zeer grote bomen zijn in dit verslag genoemd. Een zeer geslaagde dag.

De tweede dag was geheel gewijd aan het Parc Barbieux in Roubaix. Het park, 1,5 km lang, is ontstaan door ontgraving ten behoeve van een kanaal voor de afvoer van steenkool uit de plaatselijke steenkoolbekkens. In 1866 werd dit project vanwege de opkomst van het spoor stilgelegd. In 1886 werd met de voorbereiding voor de aanleg van het park begonnen. De daadwerkelijke aanleg startte pas in 1903. Uit deze periode stammen nog een aantal bomen. Een zeldzaam bomenpark met prachtige, vrijstaande bomen en boomgroepen. De NDV en ook de voormalige Studieclub hebben dit park al eerder bezocht, echter slechts als dagdeel. Nu hadden we de kans om gedurende een hele dag het park te doorkruisen. Jammer genoeg moesten we genoegen nemen met een regenachtig weertype, wat ons niet belette stevig te discussiëren over een aantal bomen, waaronder in deze tijd het vaste discussiestuk rond de verschillen tussen Catalpa bignonioides en Catalpa speciosa. Een minpuntje tijdens dit bezoek was de geplande lunchlocatie. Vanwege een niet voorziene verbouwing waren we genoodzaakt buiten het park een lunch- en rustplek te zoeken.

Net als de vorige dag gaat het ook hier weer te ver om alle bomen te bespreken. Aan de heesters hebben wij tijdens dit bezoek nauwelijks aandacht besteed, hoewel hier ook een volle dag aan te besteden zou zijn geweest. Graag willen wij twee bomen noemen die door hun afwijkende vorm of kleur ons opvielen. In de eerste plaats ontdekten we een Carpinus betulus die na lang zoeken en een bijna niet meer te herkennen Carpinus betulus ‘Quercifolia’ bleek te zijn. Vreemd aan deze boom was dat grote delen hardgeel waren. De vraag die daaruit volgt is dan: is dit een gebrekziekte of bestaat er een gele ‘Quercifolia’? In ieder geval niet in de Naamlijst. Als tweede opvallende boomgroep, waar wij op de terugweg in het park onderdoor liepen, was Fagus sylvatica ‘Purpurea Tricolor’. Waarom opvallend? Door de standplaats en de lichtval die door het blad viel was de driekleurigheid, het bruine blad met roze-witte tekening, juist mooi te zien en daarom des te opvallender. Zo’n reusachtige cultivar ziet men zelden. Ten slotte over de verschillen tussen Catalpa bignonioides (Cb) en C. speciosa (Cs). Cb wordt het breedst van de twee en Cs het hoogst en blijft smaller. Bij kneuzing van de bladeren geuren de bladen van Cb onaangenaam, die van Cs minder of helemaal niet. De enkele bloemen van Cb zijn kleiner dan die van Cs. Maar de trossen van Cb zijn groter dan die van Cs. Cb heeft (zwak) geurende bloemen; zelf vastgesteld op een warme dag in Amersfoort. Als men de peulen van de twee met elkaar vergelijkt zijn die van Cs forser dan die van Cb. Als laatste moet worden vermeld dat beide bomen zaailingen zijn en ons dus in hun uiterlijke verschijningsvormen altijd weer een beetje voor paal zetten. Daarnaast staan deze bomen meestal niet naast elkaar aangeplant en is de vergelijking ter plekke vaak niet mogelijk. De discussie zal dus blijven. Al met al was het gehele weekeinde zeer waardevol: een mooie schooltuin en twee machtige, redelijk (Doornik) tot zeer goed (Roubaix) onderhouden stadsparken.

Een fraaie oude Prunus cerasifera in Parc Barbieux Foto: Eddy Olthoff
Een fraaie oude Prunus cerasifera in Parc Barbieux
Foto: Eddy Olthoff

*tussen haakjes: stamomtrek in cm

Geschreven door: Hans van Selm, Cees van der Linden

80 jarig jubileum Pinetum de Dennenhorst in Lunteren

Inleiding
Om deze heuglijke dag te vieren was er een dagprogramma met rondleidingen, presentaties van aanverwante verenigingen, producenten van natuurlijke producten en kunstenaars. Om de variatie te vergroten was ook vaste plantenkwekerij ’De Hessenhof’ van Hans Kramer in Ede ingeschakeld als tweede locatie waar rondleidingen werden gegeven. Daar stonden twee Boskoopse kwekers met hun bijzondere en unieke producten.

Gastheer en gastvrouw waren Benno Smit en zijn vrouw namens de familie Dinger. Benno Smit is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het pinetum. Helaas waren er slechts ongeveer 25 NDV-deelnemers aanwezig.

Rondleiding door Martin Heutink
De rondleidingen in het pinetum werden verzorgd door Martin Heutink, vaste rondleider met grote kennis van zaken en door Beline Geertsema, bestuurslid van het pinetum en tevens rondleider van groepen die meer over het pinetum en coniferen over het algemeen wilden horen. Vooral de unieke, verstilde omgeving met de volwassen en halfwassen exemplaren naald- en schubconiferen geven een sfeer die uniek is in Nederland. Het onregelmatige terrein vol oude grindgaten lijkt meer op een slagveld vol geërodeerde schuttersputjes, maar is als zodanig ooit aangekocht en in die staat aangeplant. Een koppeltje schapen houdt het gras kort en eet de opslag van Berk en Lijsterbes grotendeels weg. Soms knabbelen ze ook wel aan een lekkere conifeer maar dat komt maar bij enkele soorten voor, gelukkig.

Martin Heutink verzorgt een rondleiding Foto: Wout Kromhout
Martin Heutink verzorgt een rondleiding.
Foto: Wout Kromhout

Plantenkwekerij ‘De Hessenhof’
Na de vele tinten groen van het pinetum was de vaste plantenkwekerij ‘De Hessenhof’ wel een schril contrast. Ook de grootte van het product was niet te vergelijken. Wat betreft de sfeer en gastvrijheid deden beide locaties niet voor elkaar onder.

Rondleiding door Hans Kramer
Hans Kramer had goed nagedacht wat hij zijn publiek wilde vertellen. Hij holde niet gelijk zijn kwekerij op om zijn verkoopbare planten te presenteren, maar nam de groep, na een korte inleiding, mee naar ‘achteren’waar hij enthousiast de geheimen van zijn succesvolle kwekerij liet zien. Eerst de eigen bladcompostering (met blad van de gemeente Ede, al 20 jaar!) waardoor hij niet afhankelijk is van potgrondleveranciers. In twee jaar tijd produceert hij volledig biologisch een basisproduct waar hij alleen wat biologische mest aan toevoegt en enkele sporenelementen op biologische basis, zodat het eindproduct een geweldig organisch product oplevert waar vrijwel alle planten in gekweekt kunnen worden. Hierna liet hij ons de moerbedden zien waar zijn uitgangsmateriaal groeit en prachtig stond te bloeien. Pas daarna werden we losgelaten in de verkoopafdelingen waar zijn collectie van ruim 3000 verschillende vaste planten te vinden is. Dat is zo iets als luilekkerland voor plantenliefhebbers. Hans heeft veel eigen verbeteringen of meer basale soorten en cultivars in kweek dan je gebruikelijk tegenkomt in een regulier tuincentrum. Dat is ook zijn sterke kant. En ook daar kan hij vakkundig over vertellen.

Hans Kramer geeft uitleg bij een potmachine.
Hans Kramer geeft uitleg bij een potmachine. Foto: Wout Kromhout

Aan het einde van de dag was in het pinetum ‘een diner in het groen’ georganiseerd waaraan 130 sympathisanten, familieleden en genodigden aanzaten. Chef-kok Barend Kramer uit Ede kookte een heerlijk diner van streekproducten en enkele accenten uit het pinetum.

Pinetum de ‘Dennenhorst’ kan terug zien op een geslaagde dag met veel bezoek, een 80 jarig jubileum waardig!

Geschreven door: Wout Kromhout

Wandelexcursie Amsterdam

Zaterdag 31 mei verzamelden zich veertig deelnemers bij de hoofdingang van de begraafplaats Zorgvlied te Amsterdam. In twee groepen, onder leiding van Cees van der Linden en Pierre Theunissen, werden de bomen en heesters in twee uren bekeken en bewonderd,vaak niet alleen om hun schoonheid, maar zeker ook om hun ouderdom.

Bekende tuinarchitecten hebben zich met deze begraafplaats (start 1870) bemoeid, o.a. de bekende J.D. Zocher, L.P. Zocher en C.P. Broerse. Het sortiment bomen en heesters (hier opvallend voor een begraafplaats niet zo veel coniferen) staat natuurlijk niet op het niveau van een botanische tuin, maar wanneer men het gehele sortiment van de hier aanwezige bomen, heesters en coniferen uit zijn hoofd kent, mag men zich toch wel een dendroloog noemen.

Natuurlijk stonden er veel treurvormen zoals Fraxinus excelsior ’Pendula’, Fagus sylvatica ‘Pendula’ (of was het een ‘Bornyensis’?), Ulmus ‘Camperdownii’, Betula pendula ‘Youngii’, Morus alba ‘Pendula’ en Sophora japonica ‘Pendula’. Ik zag hier mijn grootste Liquidambar styraciflua, zeer zware exemplaren van Corylus colurna, Ulmus glabra ‘Exoniensis’, Carpinus betulus ‘Fastigiata’ en Cryptomeria japonica. Twee uur is te weinig om alles te bekijken.

Zelkova serrata op begraafplaats Zorgvlied.
Zelkova serrata op begraafplaats Zorgvlied. Foto: Hans van Selm

Dit object is zeker nog een bezoek waard, ook al om de romantische sfeer van de oudste gedeelten en de vele beroemdheden die hier hun laatste rustplaats vonden.

Na de lunch in Grand Café Frankendael werd de groep opgehaald door Nico Hoogland, dé bomenkenner van Frankendael. Het oorspronkelijke huis en landgoed stammen uit circa 1660. Tot 1866 werd het huis particulier bewoond. In 1866 vestigde zich een tuinbouwschool achter het gebouw. In 1882 werd op het terrein de gemeentekwekerij ingericht. Deze kwekerij werd na 110 jaar opgeheven in 1992. Resten van oude beplantingen gingen wij bekijken. Hier troffen wij werkelijk zeer oude exemplaren aan van Cornus mas, Quercus turneri ‘Pseudoturneri’, Pinus nigra subsp. laricio, Liquidambar styraciflua, een vol in bloei staande Liriodendron tulipifera en Cedrus libani ‘Glauca’ (C. atlantica ‘Gl.’). Verder mooie nieuwere bomen als Pterostyrax hispida, Tilia ×europaea (mogelijk ’Zwarte Linde’), Tilia platyphyllos ‘Laciniata’ en een mannelijke Cercidiphyllum japonicum. Bij het huis staat een bijna niet meer te herkennen zeer oude Carpinus betulus ‘Quercifolia’. Op het terrein van de voormalige kwekerij ligt nu een openbaar park met als dendrologisch hoogtepunt een geslaagde Taxodium-aanleg in het water. Verder Acer cappadocicum ‘Aureum’ en Quercus petraea ‘Mespilifolia’. Na een zeer zonnige en lange wandeling keerde iedereen voldaan en moe huiswaarts.

Aandachtig luisteren bij ingang van Frankendael.
Aandachtig luisteren bij ingang van Frankendael. Foto: Hans van Selm